Column

Scheidings- kinderen

Het toeval was me weer eens genadig. Hetzelfde thema – echtscheiding – trof ik aan in twee wrange, indringende teksten uit ver uiteen liggende jaren: 1940 en 1986. Ze hebben zoveel met elkaar gemeen dat ik ze hier samen afdruk.

De eerste tekst kende ik al langer. Het is de melodieuze, autobiografische song Your Mother and I uit 1986 van de Amerikaanse singer-songwriter Loudon Wainwright III. Hij zingt over zijn tweede mislukte huwelijk en richt zich tot zijn dochtertje.

Hij zei later over het ontstaan van zijn song: „Suzy Roche en ik waren uit elkaar gegaan, en onze dochter Lucy was drie. Ik verhuisde naar Engeland om de pijn te ontvluchten en omdat mijn carrière er daar beter voorstond. Ik herinner me dat mijn vader die zin vaak gebruikte: „Je moeder en ik denken..” of „Je moeder en ik hebben besloten…” en toen op een dag, na 33 jaar huwelijk, zei hij: „Je moeder en ik gaan uit elkaar.”

Your Mother and I are living apart/ I know that seems stupid, but we weren’t very smart/ You’ll stay with her, I’ll visit you/ At Christmas, on weekends, the summertime too Your Mother and I are not getting along/ Somehow somewhere something went wrong/ Everything changes, time takes it’s toll/ Your folks fell in love, love’s a very deep hole

Your Mother and I will do all we can do/ To work this thing out and to take care of you/ Families get broken, I know it’s a shame/ It’s noboy’s fault, you’re not to blame

Your Mother and I are both feeling bad/ Things will get better, It won’t stay this sad/ And I hope when you grow up, one day you’ll see/ Your parents are people, that’s all we can be

Your Mother and I…

Het gedicht Scheidingskind van de dichter-schrijver-strafpleiter François Pauwels (1888 – 1966) kwam ik onlangs tegen in zijn bundel Strijd uit 1940. Ook hier een (vermoedelijk) autobiografische tekst waarin een gescheiden vader zich richt tot zijn kind, een zoon. Evenals Wainwright vraagt hij aan het einde om enig begrip. Als dichter is Pauwels vrijwel vergeten, ook al nam Gerrit Komrij in zijn befaamde bloemlezing van de Nederlandse poëzie uit de 19de en 20ste eeuw het liefst zes pagina’s tellende gedicht De vreemde tocht van hem op. Pauwels schreef ook romans die hij voor een deel ontleende aan zijn advocatenpraktijk.

Klein menschje, dat mijn lach en deernis wekt,

kom nog eens hier, tusschen mijn knieën staan

en kijk mij met je open oogen aan

als toen ik je, in bed, heb toegedekt;

den langen weg die door het leven strekt

moet je nu, zonder mij, ten einde gaan,

maar in mijn hart ga ’k nooit van jou vandaan,

al wordt de band ook nog zoo uitgerekt.

Wanneer je straks een flinke jongen bent

en vader enkel uit herinn’ring kent,

oordeel dan niet, ondanks je stil gemis,

want als je eenmaal eigen kind’ren hebt

en in hun spelen hemelvreugde schept,

zul je begrijpen wat een scheiding is.