Column

Piep piep! Tijd om even te stoppen met werken

Deze zomer bespreekt NRC-redacteur methodes om beter te werken. Vandaag: micropauzes.

Mijn collega staat op om naar de koffieautomaat te lopen. „Wil jij ook een kopje thee?”, vraagt ze. Ik kijk snel op het klokje van mijn computer. „Nee dankjewel”, antwoord ik. „Over exact zes minuten ga ik zelf halen.”

Best een rare reactie, dat geef ik toe. Maar mijn thermoskan met thee vullen is een van mijn vaste rituelen tijdens de regelmatige rustmomenten die ik neem op een dag. Daar komt zelfs de aardigste collega niet tussen.

Dat zit zo: ik doe aan micropauzes. Na iedere vijfentwintig minuten werk neem ik vijf minuten vrij. „Piep piep”, klinkt mijn alarm om pauze te nemen. „Piep piep”, klinkt het als het weer tijd is om aan de slag te gaan.

Pauze nemen is namelijk dé manier om effectiever te werken. En dat hoef je niet van mij aan te nemen. Dat is wetenschappelijk bewezen.

Een van de vele onderzoeken naar het belang van rust komt van het Amerikaanse leger. Twee groepen soldaten moesten in drie dagen tijd zo vaak mogelijk een doelwit raken. De eerste groep mocht constant blijven schieten. De tweede groep deed regelmatig dutjes – en had dus minder tijd.

Guess what? De eerste dag won de eerste groep soldaten. Maar de tweede dag werden ze ingehaald door de tweede groep. En die bleef vervolgens aan kop.

Dit voorbeeld komt uit het boek Altijd Scherp van de Amerikaanse productiviteits-coaches Jim Loehr en Tony Schwartz. Hun boodschap is even simpel als krachtig: goed presteren hangt af van het beheren van je energie, niet je tijd.

Dankzij Altijd Scherp heb ik mijn enige échte prioriteit helder voor ogen: vol energie zitten. De rest volgt daaruit. Want als ik uitgeblust ben, wordt het simpelste taakje een worsteling. Heb ik daarentegen zoveel energie dat ik bijna licht geef in het donker, dan vliegt alles uit mijn vingers.

Schwartz en Loehr begeleiden veel topsporters. Met name tennissers. Na het analyseren van honderden uren aan wedstrijden bleek het enige verschil tussen de winnaars en de rest: of ze hun rust pakten in de pauzes tussen punten. Volgens een vaste volgorde.

Dat verklaart waarom veel toptennissers gekke gewoontes hebben, zoals de bal exact acht keer laten stuiteren. Een micropauze. In vaak nog geen twintig seconden brengen ze hun hartslag omlaag en hervatten hun focus.

De grap, zeggen Loehr en Schwartz, is dat de doorsnee kantoorklerk harder werkt dan een professionele sporter. Maar vaak niet beseft dat er een balans moet zijn tussen energie spenderen en opladen. Leidinggevenden die de lunch overslaan en om elf uur ’s avonds mailen zijn niet bevorderlijk.

Mij helpt dit mantra: pauze is productief. Juist als ik het druk heb, zet ik religieus mijn timer en dwing mezelf mijn werk te laten rusten. Even de trap op rennen. Muziek luisteren. Aardbeien eten. En dan weer energiek verder.

Natuurlijk is het, zeker met een berg werk op je bord, verleidelijk om in één rechte lijn door te knallen. Kan. Totdat je die burn-out krijgt. Het duurt gemiddeld 242 dagen om daarvan te herstellen. Best een lange pauze.

Heb jij ook een pauzeritueel? Of andere trucs? Reageer en deel tips via nrc.nl/watwerkt