Longreads

Hoe tabaksfabrikanten Afrikaanse landen onder druk zetten

Via bedreigingen en rechtszaken proberen tabaksfabrikanten strenge regulering in groeimarkt Afrika tegen te gaan, zo onthult The Guardian.

Een rookzone in Zuid-Afrika tijdens het WK voetbal in 2010. Foto Nic Bothma/EPA

De grote angst voor tabaksfabrikanten is dat ze door strenge regulering en hoge belastingen bijna niemand meer sigaretten koopt. Experts schatten dat in 2050 slechts 5 procent van de Amerikanen nog rookt. Om de miljardenbusiness niet in gevaar te brengen richten de multinationals hun pijlen steeds meer op voormalige ontwikkelingslanden in Zuidoost-Azië en op groeimarkt Afrika. En daarvoor worden alle wapens ingezet, zo onthult de Britse krant The Guardian in een intigrerend onderzoeksverhaal.

Dreigen met minder investeringen en verlies van werkgelegenheid

Het strijdtoneel is de rechtbank. The Guardian kreeg inzicht in een groot aantal documenten die British American Tabacco (BAT), een van de grootste tabaksfabrikanten met merken als Dunhill, Lucky Strike en Pall Mall, heeft ingediend bij rechtbanken in verschillende Afrikaanse landen. De belangrijkste zaak dient volgende maand bij het Hooggerechtshof in Kenia. Inzet is het tegenhouden van anti-rookbeleid en een belastingverhoging van 2 procent.

De advocaten van BAT zetten de Keniaanse overheid onder druk door te dreigen met minder investeringen en verlies van werkgelegenheid.

“[A proposal for a new 2% tax on the industry in Kenya] … is arbitrary, capricious and inaccessible … it will have a significant effect on cigarette manufacturers and importers putting at risk further investment and direct and indirect employment opportunities in Kenya.”

Niet alleen Kenia, ook in zeven andere Afrikaanse landen probeert BAT en andere tabaksfabrikanten te profiteren van de gebrekkige regelgeving op dit gebied. Bij elke poging om het roken te ontmoedigen bestoken legers van advocaten de desbetreffende regering onder de dreiging van geldverslindende rechtszaken. Ook zou er sprake zijn van omkoping. De tabaksproducent is zo bewust van haar machtsfactor dat het bedrijf er niet voor terugdeinst om te claimen dat het heeft “bijgedragen” aan het terugdringen van de armoede, zo laat onderstaande passage zien in de zaak die speelt in Oeganda.

“Uganda’s economy has “benefitted… significantly” from BAT’s tobacco business, employing 200 Ugandans and 1500 extra in the tobacco buying season. “This has helped to alleviate poverty and improve welfare in urban and rural areas …”

In het uitgebreide onderzoeksverhaal reageert BAT op de beschuldigingen door te stellen dat ze niet tegen reguleringen zijn, maar “wanneer er verschillende interpretaties zijn van reguleringwetgeving dan vinden wij het volstrekt redelijk om de rechtbank om een oordeel te vragen”.

Lees hier het onderzoeksverhaal in The Guardian: 2.800 woorden, leestijd: 12 minuten Threats, bullying, lawsuits: tobacco industry’s dirty war for the African market