Hoe Erdogan één voor één zijn vrienden kwijtraakte

Turkije

Een jaar na de mislukte coup lijkt president Erdogan oppermachtig. In werkelijkheid kalft de steun voor hem en zijn partij af. Groepen die hem vroeger steunden, zijn vijanden geworden.

AFP/OZAN KOSE

Soms is een overwinning eigenlijk een nederlaag. Aan het referendum in april heeft president Erdogan een bittere nasmaak overgehouden. Na jarenlang te hebben gepleit voor een presidentieel systeem, had hij eindelijk wat hij wilde. Maar de zege was lang niet zo overtuigend als hij gehoopt had. Zeker niet voor zo’n ingrijpende hervorming van het politieke stelsel.

Zelfs met steun van de nationalistische partij MHP, en ondanks de oneerlijke campagne, behaalde Erdogan ternauwernood een meerderheid van 51,4 procent. In vier van de vijf grootste steden stemde een meerderheid tegen. Het pijnlijkst was het verlies van Istanbul, de stad waar Erdogan zijn politieke carrière begon en waar hij jaren burgemeester was.

Wellicht was dat de reden dat Erdogan de uitslag niet vierde als een historische triomf. Het was niet hij, maar zijn trouwe adjudant premier Binali Yildirim die als eerste de zege opeiste. Toen Erdogan later op de avond alsnog het woord tot de natie richtte, hield hij voor zijn doen een ongebruikelijk korte speech, met een stalen gezicht.

Inmiddels zijn we drie maanden verder. Erdogans positie lijkt onaantastbaar. Maar de uitslag van het referendum toont dat de steun voor zijn AK-partij langzaam afkalft. Door de autoritaire koers van de afgelopen jaren heeft Erdogan steeds meer bevolkingsgroepen in het diverse Turkije van zich vervreemd.

Polarisatie aanwakkeren

„Erdogans repressieve politiek, en zijn tactiek om polarisatie in de samenleving aan te wakkeren, worden voor veel mensen steeds duidelijker. Zelfs binnen zijn eigen achterban”, zegt Nicolas Cheviron, een Franse journalist die samen met de geograaf Jean-François Pérouse een biografie van Erdogan schreef. „Ik denk dat de elite binnen de AKP het presidentiële systeem niet wilde. Mensen die worden beschuldigd van banden met de Gülenbeweging zijn meestal het rijkst en hoogst opgeleid. De AKP’ers die ‘nee’ hebben gestemd, zullen dat zeker nog eens doen.”

Erdogan is ervan overtuigd dat westerse landen hem weg willen hebben.

Cheviron denkt dat deze groep groter zal worden. „Het zal voor Erdogan moeilijker worden om kiezers te behouden, vooral als de economie niet verbetert. Ongeveer 35 procent van het electoraat zal hoe dan ook op hem blijven stemmen.

„Voor deze mensen is Erdogan een halfgod. Maar veel Turken bleken in het verleden pragmatische kiezers. Dus zijn achterban kan nog verder krimpen.”

Op een zijspoor gezet

De AKP van nu lijkt nauwelijks nog op de partij die in 2002 met een grote verkiezingszege aan de macht kwam. Het pro-westerse en hervormingsgezinde beleid is langzaam maar zeker ingeruild voor een nationalistische en conservatief-religieuze koers. Invloedrijke oprichters van de partij, zoals Abdullah Gül, Bulent Arinç en Ahmet Davutoglu, zijn één voor één op een zijspoor gezet.

Lees ook deze reportage van NRC-correspondent Toon Beemsterboer over de ‘mars voor gerechtigheid’ van de Turkse oppositie: Op blaren lopen voor de toekomst van Turkije

Nieuwe mensen, zoals premier Binali Yildirim, zijn gekozen om hun loyaliteit. „Erdogans ministers en adviseurs zijn voor een groot deel opportunisten die achter Erdogan staan omdat hij de leider is”, zegt Cheviron. „Ze hebben veelal dezelfde achtergrond. Ze komen uit Istanbul, hebben geen sterke ideologische achtergrond en zijn heel pragmatisch. Erdogan heeft ze vanaf het begin gebruikt tegen zijn rivalen binnen de partij. Zelfs meer islamistische leden zijn na verloop van tijd uit de partij gewerkt omdat ze te kritisch waren over de autoritaire koers.”

Nu is er geen enkele macht meer die Erdogan kan stoppen.

In het begin werd de AKP gesteund door een opmerkelijke mix van kiezersgroepen: liberalen, sociaal-democraten, islamisten en gelovige Koerden. De uitslag van de verkiezingen in 2002 was een politieke aardverschuiving, in de hand gewerkt door jaren van instabiele coalitieregeringen, een economische crisis, en een aardbeving die aan 18.000 mensen het leven kostte. De trage, inefficiënte reactie van de toenmalige regering vergrootte de weerzin tegen de gevestigde politiek.

„De AKP vertegenwoordigde een nieuw begin”, zegt Yasar Yakis, een ervaren diplomaat die destijds geen politieke ambities had. Hij werd gevraagd mede-oprichter van de partij te worden vanwege zijn internationale ervaring – die ontbeerde de jonge partij. Yakis stemde toe, een besluit dat op weinig begrip kon rekenen. „Geen van mijn vrienden op het ministerie zei er iets over, maar ik voelde dat ze er niet achter stonden. Er was slechts één persoon die me erover aansprak. Hij zei dat hij mijn moed bewonderde.”

Ook Dengir Mir Mehmet Firat, een prominente Koerdische leider, werd mede-oprichter van de AKP om een eind te maken aan de oude politiek. „Sinds de oprichting van de republiek zijn minderheden, zoals alevieten, Koerden en islamisten, altijd onderdrukt door de staat. Ik zag de AKP als een kans om te zorgen dat ze dezelfde burgerrechten kregen. In het begin maakte de partij die belofte waar. Maar naarmate Erdogan meer macht kreeg, keerden de repressieve reflexen terug.”

De hervormingsgezinde koers van de eerste jaren was mede de verdienste van Yakis, die als minister van Buitenlandse Zaken invloedrijk was. Hij zag toetreding tot de Europese Unie als een middel om Turkije te ontwikkelen. De hervormingen zouden Turkije helpen om een volwaardige democratie en een sterke economie te worden. „Die inschatting bleek juist. Niemand hield me tegen, want ze zagen de positieve gevolgen. En sommige AKP’ers beschouwden de EU als bondgenoot in de strijd tegen [de seculiere elite in] het leger en de bureaucratie.”

Angst voor het leger

De AKP is volgens Yakis ver afgedreven van haar oorspronkelijke pad. In het begin ging Erdogan voorzichtig te werk, uit angst voor een coup of een verbod op de partij. „Bij elk wetsvoorstel hielden we rekening met de reactie van het leger, want we wisten hoe machtig het was. Maar naarmate Erdogan meer verkiezingen won, kreeg hij meer zelfvertrouwen. Hij duldde steeds minder tegenspraak. En ik merkte dat de islamitische wortels nooit ver weg waren. Als je krabde, dan zat de opleiding aan de Imam Hatip-scholen vlak onder de oppervlakte.”

Naarmate Erdogan meer macht kreeg, keerden de repressieve reflexen terug.

Erdogan wilde voorkomen dat het leger ooit nog een bedreiging kon vormen voor zijn partij. Daarbij kreeg hij hulp van zijn bondgenoten in de Gülenbeweging, die waren geïnfiltreerd in politie en justitie. Na een serie omstreden rechtszaken, die doorgaans worden aangeduid als ‘Ergenekon’ en ‘Balyoz’, verdween een groot deel van de seculiere legertop achter de tralies, op verdenking van het beramen van een staatsgreep.

„Dat leek toen normaal”, meent Yakis. „Maar Ergenekon en Balyoz hadden consequenties die niemand had voorzien.” De processen stelden de Gülenisten in staat snel op te klimmen in de militaire hiërarchie, wat culmineerde in de coup.

Het conflict tussen Erdogan en Gülen was in 2013 uitgebroken, nadat de macht van het leger was gebroken. Gülenisten binnen de politie hadden afgeluisterde telefoongesprekken gelekt, die duidden op corruptie van Erdogans ministers en zijn zoon Bilal. Volgens Erdogan was er met de opnames geknoeid, maar zijn politieke einde leek indertijd nabij.

Dit vormt volgens Cheviron een belangrijk keerpunt. „Toen werd duidelijk: als hij de macht kwijtraakt, dan raakt hij alles kwijt. Om zich te verweren greep Erdogan naar ondemocratische methoden die de rechtsstaat ondermijnden. Dat was zijn enige oplossing.” Yakis: „Het was een kwestie van overleven geworden”.

Paranoia

De afgelopen jaren heeft Erdogan volgens Cheviron steeds paranoïder trekken gekregen. Hij ziet overal westerse complotten. Die angst begon met de Gezi-protesten in 2013, waar volgens hem een ‘internationale rentelobby’ de hand in had. De angst werd versterkt door het conflict met de Gülenbeweging, die volgens hem wordt gesteund door de CIA, en opnieuw gevoed door de couppoging van 2016.

„Ik denk dat Erdogan echt gelooft in deze complotten”, zegt Cheviron. „In toespraken tijdens Gezi refereerde hij aan oud-premier Menderes, die is opgehangen, en oud-premier Özal, die is vergiftigd. Hij ziet zichzelf als het derde slachtoffer. Soms speelt hij er mee, zoals tijdens het conflict met Nederland en Duitsland in aanloop naar het referendum. Toch is hij er wel degelijk van overtuigd dat westerse landen hem weg willen hebben.”

Koerdenleider Firat stapte in 2008 op als vicevoorzitter van de AKP, uit onvrede over het beleid van de partij ten opzichte van de Koerden. Erdogan had de Koerden meer rechten gegeven dan iedere andere Turkse leider, maar dat ging sommigen niet snel genoeg. „Erdogan was niet eerlijk. Hij wilde de Koerden niet echt gelijke rechten geven, slechts een klein beetje.”

Later nam Firat volledig afstand van de partij die hij mede had opgericht. Hij vond dat de AKP het contract met de kiezers had verbroken door aan te dringen op het presidentiële systeem. „Nu is er geen enkele macht meer die Erdogan kan stoppen. Ik ben erg pessimistisch.”

Yakis werd in 2015 uit de partij gezet omdat hij een column schreef in de aan Gülen gelieerde krant Todays Zaman. Een column die hij naar eigen zeggen had genomen op aandringen van de partij. „Ze zeiden: ‘ons buitenlandbeleid wordt door velen in het Westen niet goed begrepen. Jij bent de beste persoon om het uit te leggen in de Engelstalige versie van Zaman’. Dit was me nooit overkomen in de eerste jaren dat de AKP aan de macht was. Het toont hoe de mentaliteit is veranderd. Ze stellen alles in het werk om zich te distantiëren van de Gülenbeweging.”

Na het referendum is Erdogan teruggekeerd als leider van de AKP. Op het eerstvolgende partijcongres heeft hij het partijbestuur flink verjongd. Want van de mensen die bij het referendum voor de eerste keer naar de stembus gingen, stemde 58 procent ‘nee’. Toch is het volgens Yakis nog te vroeg om Erdogan af te schrijven. „Nu denken veel mensen dat hij niet langer de vinger aan de pols van de natie heeft. Maar hij is veel beter in het lezen van het publieke sentiment dan jij en ik.”