Het is van het grootste belang met Turkije in gesprek te blijven

Vier maanden na het uitbreken van de forse diplomatieke rel tussen Nederland en Turkije is er nog geen spoor van verbetering in de betrekkingen te bekennen. De Nederlandse ambassadeur mag nog altijd niet naar zijn standplaats in Ankara terugkeren. Contacten op hoog politiek of ambtelijk niveau zijn niet mogelijk.

Als reactie besloot het Nederlandse kabinet vorige week de Turkse vicepremier Tugrul Türkes geen toestemming te geven in Apeldoorn te komen spreken op een bijeenkomst ter herdenking van de mislukte coup in Turkije, een jaar geleden. Een bezoek van hem of een ander lid van de Turkse regering was volgens het Nederlands kabinet niet gewenst „gezien de huidige omstandigheden in de bilaterale relatie’’ tussen beide landen.

De Nederlandse weigering is in lijn met die van een aantal andere EU-lidstaten. Duitsland verbood de Turkse president Erdogan – afgelopen weekeinde aanwezig bij de G20-bijeenkomst in Hamburg – landgenoten toe te spreken. En ook de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken Sebastian Kurz hield de grens gesloten voor de Turkse minister van Economische Zaken Nihat Zeybekci. Maar er waren ook landen die geen bezwaar maakten. De reactie uit Turkije was voorspelbaar. Over Nederland merkte het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken in een verklaring op dat de weigering om hun vicepremier toe te laten liet zien hoe het met de democratie in dat land is gesteld.

Het land dat nog altijd de status van kandidaat EU-lid bezit, is hard op weg af te glijden naar een autoritaire en repressieve staat

Voor alle duidelijkheid: het gaat hier om een ruzie tussen NAVO-bondgenoten, de verdragsorganisatie die in haar handvest uitspreekt vreedzame en vriendschappelijke internationale betrekkingen te willen versterken. Die vriendschappelijkheid is op dit moment ver te zoeken. Zorgwekkender is dat de spanning blijft aanhouden. Aanvankelijk was aan Nederlandse kant het idee dat de lucht wel enigszins zou klaren na het veelbesproken referendum van 16 april, waarin president Erdogan om uitbreiding van zijn bevoegdheden vroeg. Getuige de stellige Nederlandse verklaring van afgelopen week is dat nog niet het geval.

Wat de afgelopen weken rondom de aankondiging van de Turkse vicepremier om naar Nederland te komen is gebeurd, blijft onduidelijk. Vicepremier Asscher wilde daar afgelopen vrijdag na afloop van de ministerraad niets over zeggen. Maar het had voor de hand gelegen dat van Nederlandse zijde de wens van de Turkse minister was aangegrepen om het gesprek over het normaliseren van de diplomatieke relatie in elk geval te beginnen. Nu overstijgt de ‘eerst-jij-nee-eerst jij-houding’ van beide landen het niveau van een schoolpleinruzie niet. In dit soort omstandigheden dient er één de wijste te zijn.

Vanuit Europees en Nederlands perspectief is het van het grootste belang met Turkije in gesprek te blijven. Het land dat nog altijd de status van kandidaat EU-lid bezit, is hard op weg af te glijden naar een autoritaire en repressieve staat. Arrestaties van critici van de regering blijven doorgaan, met deze week als nieuw treurig voorbeeld de aanhouding van de directeur van Amnesty International.

Tegelijk maakt de mensenmassa, die oppositieleider Kemal Kilicdaroglu met zijn Mars voor Gerechtigheid de afgelopen weken op de been kreeg, duidelijk dat er ook nog een ander Turkije is. President Erdogan is een meester in het creëren van vijandbeelden en Nederland en Duitsland zijn dankbare objecten. Beide landen doen er goed aan Erdogan zo min mogelijk de kans te geven dat beeld te bevestigen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.