Column

Een beleefd meisje van zestien inpakken

Op een broeierig warme zondagmiddag, niet lang na de dood van Romy en Savannah, zouden we met de pont naar de overkant van het IJ – mijn jongste zusje, mijn twee nichtjes en ik. Er was iets ingewikkelds met de fietsen, waardoor mijn nichtjes even alleen moesten blijven wachten, ergens in de drukte achter het Centraal Station in Amsterdam. Op zichzelf geen probleem, ze zijn veertien en zestien en wat je noemt streetwise. Maar ze zijn ook lang en slank en blond en ze waren gekleed in een nauwsluitende broek (de oudste) en een buik-blootlatend truitje (de jongste), en ze weten zowel héél goed als helemaal níet hoe aantrekkelijk ze daarmee zijn.

Terwijl mijn zusje naar rechts keek, keek ik naar links en zag hoe een jongen van een jaar of achttien naar hen toe liep. Hij begon druk gebarend tegen ze te praten. Mijn nichtje van veertien, dwars en brutaal, keerde zich van hem af en sloeg haar armen over elkaar. Die van zestien, postpuber, zachtaardiger, beleefd, bleef luisteren.

Ik herhaal nog maar eens dat de lichamen van Romy en Savannah kort daarvoor gevonden waren. Voor de krant was ik op reportage naar Bunschoten geweest. Goed mogelijk dat ik wat argwanender was dan normaal. Mijn zusje stond in elk geval nog steeds rustig naar rechts te kijken. We wachtten nog op mijn dochter. Hoe dan ook, ik eropaf.

Die jongen geeft geen sjoege, al sta ik bijna tussen hem en mijn nichtje in. Alleen aan het toenemende volume van zijn stem merk ik dat hij me echt wel ziet. „Je kunt er goed mee verdienen”, hoor ik hem zeggen. En: „Je bent er hartstikke geschikt voor.” En: „Zoals jij eruit ziet, wow.” Mijn nichtje kijkt intussen naar mij en weer naar hem en weer naar mij en glimlacht zo’n beetje.

„Kom”, zeg ik. „Laten we gaan.”

„Luister”, zegt de jongen terwijl hij zijn rug naar mij toe draait. „Zeg je ja?”

Mijn nichtje schudt nee.

„We gaan”, zeg ik.

„Je naam”, zegt de jongen, tikkend op zijn iPad. „Je adres. Wat is je telefoonnummer?”

Op dat moment had ik moeten zeggen dat hij een eikel was. Wat denk je wel, heb je gevraagd hoe oud ze is? Maar nee. Ik zeg nog een keer dat we gaan, draai me om en loop naar mijn zusje, mijn nichtjes achter me aan. De jongen loopt naar een paar jongens verderop en wijst naar mij, met een gezicht alsof ik hem zijn emmer en schepje heb afgepakt.

„Waar was het voor?”, vraag ik aan mijn nichtje.

„Iets met goede doelen”, zegt ze. „Dat ik leden moest gaan werven of zo.”

Jannetje Koelewijn vervangt Jutta Chorus