Door de mens krimpt het aantal dieren

Biologie

Door het succes van de mens als soort sterven diersoorten uit – of hun leefgebied krimpt fors, laten onderzoekers zien.

De leeuw ziet zijn leefgebied krimpen Foto Getty Images / iStockphoto

Ooit kwam de Afrikaanse leeuw in heel Afrika, Zuid-Europa en het Midden-Oosten voor. Maar door het oprukken van de mens en de jacht, is het leefgebied van deze soort gedecimeerd, vooral in de laatste kwart eeuw. Er zijn naar schatting nog 20.000 individuen over, levend in delen van sub-Sahara Afrika.

Zo is het veel van de 27.600 op land levende gewervelde dieren vergaan, blijkt uit onderzoek van drie ecologen dat maandag is gepubliceerd in het tijdschrift PNAS. Bij een derde van die soorten is sprake van krimp of het verdwijnen van populaties. De auteurs spreken van „een massieve erosie van de soortenrijkdom op aarde” door de mens.

Het bericht dat veel diersoorten met uitsterven bedreigd worden, is niet nieuw. Een van de drie ecologen, Paul Ehrlich van Stanford University, waarschuwt al decennia voor de uitbreiding van de menselijke soort (hij schreef in 1968 met zijn vrouw Anne de bestseller The Population Bomb) en de gevolgen voor alle andere flora en fauna. Maar ondanks alle waarschuwingen blijft de wereldbevolking groeien, versnipperen leefgebieden, worden soorten te intensief bejaagd. Blijkbaar zijn berichten over uitstervende soorten niet alarmerend genoeg, concluderen de drie ecologen.

Tot nog toe is vooral gekeken wanneer een soort wereldwijd is uitgestorven. Dat zijn er naar schatting twee per jaar. Dat zal veel mensen als weinig in de oren klinken. Daarom hebben de drie ecologen een andere aanpak gekozen. Ze bekeken het krimpen en verdwijnen van populaties. Een soort bestaat meestal uit meerdere, verspreide populaties. Voor hun onderzoek deelden de onderzoekers de wereld op in gebiedjes van 10.000 vierkante kilometer – ongeveer zo groot als de provincies Gelderland en Noord-Brabant samen. Voor elk gebied brachten ze de populaties van die 27.600 op land levende gewervelde soorten in kaart. En in meer detail keken ze naar de verspreiding van 177 zoogdieren over de periode 1900-2015. Ze gebruikten daarvoor gegevens van de International Union for Conservation of Nature and Natural Resources (IUCN), die rode lijsten maakt van met uitsterven bedreigde diersoorten.

In absolute termen blijkt dat in de tropen het grootste aantal populaties achteruit gaat. Maar daar is de soortenrijkdom ook het grootst. In gematigde gebieden is het aantal krimpende populaties, gemeten als aandeel op het totaal aantal populaties, zeker zo groot en soms zelfs groter dan in de tropen. Dat is bijvoorbeeld voor reptielen het geval.

Bij de nader onderzochte 177 zoogdieren blijkt bijna de helft meer dan 80 procent van zijn leefgebied te hebben verloren. De grootste gebiedskrimp vond plaats in Afrika, gevolgd door Azië, Australië en Europa.

Patrick Jansen, universitair hoofddocent ecologie aan de Wageningen Universiteit, noemt het een belangrijk onderzoek. „Wanneer krijgt uitsterving nou aandacht in het nieuws. Niet vaak”, zegt hij.

Dat van eenderde van al die 27.600 soorten het leefgebied sterk is gekrompen, noemt hij veel. Of het de mens ertoe zal aanzetten om meer natuur te behouden, vraagt hij zich af. „De achteruitgang gaat te sluimerend, denk ik.” Er is sprake van wat Jansen de shifting baseline noemt. Kinderen zien bijvoorbeeld geen veldleeuwerik meer in de weilanden, dus verwachten ze die daar ook niet. „Ze weten niet beter.”