De man achter de Wallen-schoonmaak

Criminoloog Cyrille Fijnaut

In de jaren 90 bracht hij de criminaliteit op de Wallen aan het licht. Woensdag was hij op een conferentie in Amsterdam over de buurt.

Wat je níet ziet op de Wallen, daar gaat het om, volgens criminoloog Cyrille Fijnaut uit Tilburg. Foto Olivier Middendorp

Lopend over de Wallen heeft criminoloog Cyrille Fijnaut voor de omgeving niet veel oog. Niet voor de prostituees achter de ramen, de sjacheraars op straat, de toeristen met hun rolkoffer. Hij staart door zijn multifocale glazen in de verte, breeduit pratend met één hand in de zak en eentje gebarend in de lucht.

Wat je níét ziet, dáár gaat het om. De machtsstructuren achter de schermen, de criminele verbanden. Dat is de stam van de wortel die georganiseerde misdaad heet, al het zichtbare is slechts vertakking.

Het is woensdag en Cyrille Fijnaut (70) is op weg naar een conferentie over heden en toekomst van de Amsterdamse Wallen, georganiseerd door de gemeenteraad. Het was in de jaren ’90 dat Fijnaut samen met collega-criminoloog Frank Bovenkerk een rapport opstelde dat deze buurt blijvend veranderde. Voor het eerst hadden ze de criminaliteit op de Wallen systematisch in kaart gebracht.

Fijnaut was gebeld door Maarten van Traa, voorzitter van de enquêtecommissie die na de IRT-affaire dubieuze opsporingsmethoden onderzocht. Ze spraken af in een hotel op de Veluwe en daar zei Fijnaut: wil je de opsporing verbeteren, dan moet je eerst weten hoe groot het probleem van georganiseerde misdaad is.

Blauwdruk voor Nederland

Waar begin je dan? Met een situatieschets, had Fijnaut bedacht. Eén plek en daarvan alle criminele structuren in kaart brengen. Dat moesten de Wallen worden. Een blauwdruk voor Nederland, crimineler kon het nergens zijn. Fijnaut vroeg inzage in alle recherche-onderzoeken en kreeg carte blanche. Ruim twee maanden begroef hij zich van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat tussen de dossiers op een werkkamer op het hoofdbureau van de Amsterdamse politie.

Het eindrapport was vernietigend. Voor het eerst stond minutieus beschreven hoeveel criminele groepen (zestien) de Wallen in hun greep hadden, hoeveel (horeca)panden ze bezaten, hoe de drugshandel floreerde, de gokbranche, de vrouwenhandel. Tot dan toe had de politiek de schouders opgehaald: ‘het hoort erbij’. Nu kon niemand er meer omheen.

Lees ook: het interview met hoofdcommissaris Aalbersberg over het effect van de drukte in Amsterdam op het politiewerk: ‘Wij hebben de grens bereikt

Het rapport leidde tot een gezamenlijke aanpak van de criminaliteit door gemeente, politie en belastingdienst. Aanvankelijk ging dat met horten en stoten maar na 2007 ging het snel. 115 van de 482 ramen werden tot halverwege 2015 gesloten en de gemeente kocht voor 100 miljoen euro aan vastgoed over van louche ondernemers. Er kwamen chique winkeltjes en restaurants.

De metamorfose is zo groot dat het woord ‘vertrutting’ nu soms valt. Fijnaut, woonachtig in Tilburg, werd er op station Amsterdam-Amstel eens op aangesproken. Hij liet zijn trein passeren en legde de kwestie op een bankje nog eens haarfijn uit: ‘Vertrutting? Kwestie van behoorlijk bestuur, zul je bedoelen. Dertig jaar lang heeft de stad deze buurt, het hart van Nederland, laten verpieteren. Nu is het tijd orde op zaken stellen. Alle ramen sluiten moet je niet willen, daar krijg je illegale praktijken van. Maar zoals het nu is, is het overzichtelijk, beheersbaar.’

Een raamexploitant spreekt Fijnaut aan. „Ik heb u twaalf jaar geleden een mail gestuurd, u heeft mij nog steeds niet geantwoord!” De criminoloog loopt niet graag alleen door deze buurt, ook hier kennen ze het rapport. „Zie ik u op de conferentie?” vraagt de exploitant. Fijnaut knikt. Ze schudden elkaar de hand.