Controle, hoop en kansberekening

Dinsdagmiddag, het loopt tegen vieren. De televisie pruttelt als een koffiezetapparaat – gezellig. Nog een kilometer of zeventig tot de finish in Bergerac. Twee mannen op kop: Gesbert en Offredo. Ik heb met hen te doen, ze gaan sneuvelen. De sprintersploegen controleren de boel; het duo op kop is bezig zichzelf op te eten. Waarom? Geen idee.

Dit is weer een van die etappes die eindigen in een massasprint. Dat is nu eenmaal het doel van die zogenaamde „controle” van de sprintersploegen in het peloton. Controle, het woord werkt me vaak op de lachspieren. Het is iets als het afsluiten van een schadeverzekering, maar als het op uitbetalen aankomt, blijken de kleine lettertjes niet goed gelezen te zijn.

Controle gaat over hoop. Wie controleert op dit moment? Katusha namens Kristoff, Lotto Soudal namens Greipel – ploegen die droogstaan. Quick-Step Floors controleert ook een beetje, maar die staan met Kittel allerminst droog.

De oude bard Hennie Kuiper zei ooit: wielrennen is eerst het bordje van een ander leegeten voordat je aan je eigen begint. In die tijd was wielrennen mooi van smerigheid. Ik heb de indruk dat wielrennen vandaag vooral gaat om kansberekening. Controle, hoop, kansberekening, de woorden betekenen bijna hetzelfde.

Zomaar een gedachte voor de tv: als Kittel wéér de superfavoriet is deze woensdag, waarom dan niet de eenzame controle aan Quick-Step overlaten? Waarom geen sterke knechten meesturen in de ontsnapping die het ploegenwerk totaal ontlasten? Een beetje zoals in de hoogtijdagen van Raleigh. De ‘knechten’ wonnen terloops bijna evenveel als hun kopmannen. Zou het alleen maar om kansberekening gaan, of speelt economie ook een rol? De duurbetaalde sprinter moet renderen, een winnende knecht levert weinig tot niks op.

Dan de klassementsrenners. Een kind zonder interesse in wielrennen ziet met blinddoek op dat Chris Froome niet de Froome is van de andere jaren. De concurrentie ziet het anders: Froome is volgens de kansberekening nog steeds de economisch onklopbare. De Tour is nog niet halverwege of zijn uitdagers ontpoppen zich als laffe lakeien. Aanvallen als Froome met een kapotte derailleur zit? Dan doen we het kalm aan.

Koersen voor plaats twee of drie lijkt economisch gezien het hoogst haalbare, en volgens het zalfje van de kansberekening onontkoombaar.

Peter Winnen is oud-profwielrenner en schrijver.