ACM doet onderzoek naar kartel in scheepsbrandstof

prijsafspraken

ACM vermoedt dat er in de Rotterdamse haven illegale prijsafspraken over scheepsbrandstof gemaakt worden en zoekt getuigen.

Rotterdam is de derde grootste bunkerhaven ter wereld. Foto ANP

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) stelt een onderzoek in naar vermoedelijke prijsafspraken in de bunkersector. Dat zijn de bedrijven die gasolie en stookolie leveren aan de zeeschepen die de havens van Rotterdam, Amsterdam en Antwerpen bezoeken. 20.000 schepen per jaar doen de regio aan om te tanken.

Rotterdam is de derde bunkerhaven ter wereld en van deze steden de grootste leverancier van scheepsbrandstoffen. Er wordt per jaar 11 miljoen ton aan brandstoffen geleverd – behalve stookolie ook biobrandstof en LNG-gas. Om zo weinig mogelijk tijd te verspillen kan er ‘gebunkerd’ worden tijdens het lossen en laden. De omzet in bunkerolie varieert met de olieprijs. In 2009 ging er 13,3 miljoen ton om, met destijds een economische waarde van meer dan € 6 miljard.

Er zijn volgens ACM tientallen bedrijven in de bunkersector actief, waaronder producenten, verwerkers, handelaars en vervoerders. Het vermoeden is dat de prijzen kunstmatig hoog gehouden worden met verborgen afspraken. Ook worden er mogelijk onderling klanten ‘verdeeld’. De mededingingsautoriteit start het onderzoek naar aanleiding van een tip van het Openbaar Ministerie, die op haar beurt informatie kreeg van de politie. Details daarover wil ACM niet prijsgeven.

ACM heeft al diverse bedrijven bezocht voor gesprekken en roept nu medewerkers en oud-medewerkers in de bunkersector op om anoniem tips door te geven. Het onderzoek in Antwerpen is uitgevoerd met medeweten van de Belgische mededingingsautoriteiten, laat ACM weten.

Volgens een eerdere publicatie van ACM, uit december 2016, is het met de kennis van concurrentieregels in de havens slecht gesteld. Twintig procent van de ondervraagde bedrijven gaf aan niet te weten dat het niet toegestaan is om prijsafspraken te maken.

Meer dan de helft van de ondervraagde bedrijven zei niet te weten dat het verboden is om onderling afspraken te maken over de verdeling van klanten. 30 procent van de bedrijven ‘neigde’ tot het maken van zulke afspraken.

„Gezonde concurrentie binnen de havens geeft Nederlandse bedrijven ook buiten Nederland meer concurrentiekracht”, aldus ACM.

Om welke bedrijven gaat het mogelijk? Een analyse van de bunkerolieketen uit 2011 zijn er in de haven oliehandelaren actief als Vitol, Glencore, Gunvor en Chemoil. Oliemaatschappijen die stook- of gasolie leveren zijn onder meer Shell, BP, Exxon Mobil en Total. De tankopslag en -overslagbedrijven in de bunkersector zijn Vopak, ETT, Arhos en STR.

Voor alle duidelijkheid: deze bedrijven hebben nog niet op de brief van ACM kunnen reageren. Het is ook niet zeker of de Mededingingswet is overtreden, schrijft ACM: „We kunnen ook tot de conclusie komen dat er geen overtreding is.” Maar als er wel een overtreding gevonden wordt en er een sanctie opgelegd wordt, kan de boete voor de betreffende bedrijven oplopen tot 40 procent van de wereldwijde omzet. De maximale boete voor de personen die leiding geven aan een kartel bedraagt 900.000 euro.