Recensie

Schipbreukeling in een zomeridylle

In animatiefilm ‘Louise en hiver’ mist de oude Louise de laatste trein uit een Normandische kustplaatsje.

Als de oude Louise op een late zomerdag de laatste trein uit het Normandische kustplaatsje mist, dan blijft ze helemaal alleen achter als een schipbreukeling in een zomeridylle. Elk kind dat op het strand speelt had een vroegere versie van haarzelf kunnen zijn. Maar haar botten zijn moe en haar oren sacherijnig, dus nu is elk kind een lastpak, schrijft Louise mopperig in haar dagboek. Maar nu is ze alleen. Dan helpen brommen en knorren niet.

Als een vrouwelijke Robinson Crusoë leert ze leven in het lege kustplaatsje, tussen grimmige dromen, surrealistische herinneringen, tot het zwart van herfst en winter weer in een lichter seizoen van waterverftinten overvloeit. Het zijn voor animatoren heerlijke momenten, plotloze tableaux die door het verwaaien van zee en zand aan elkaar worden geregen. Nooit nadrukkelijk symbolisch wordt Louise zo een toeschouwer van haar eigen leven, van dingen die gebeurd zijn en dingen die hadden kunnen gebeuren. Tot ze, in de zachte handen van de dood, weer het meisje van vroeger is, verlost van de ballast van haar zware leven.

Door z’n liefdevol-weemoedige toon en z’n minimalistische stijl doet de Franse animatiefilm Louise en hiver veel denken aan de films van de Nederlandse animatoren Michael Dudok de Wit (Father and Daughter, The Red Turtle), of het jonge driemanschap Job, Joris en Marieke die in hun speels-melancholische kortfilm A Single Life (2015) een heel leven konden laten passeren gedurende één enkel 45-toerenplaatje van drie minuten. Louise en hiver is een zomerse meditatie, een metafoor voor tijd en – onvermijdelijk – ouderdom en dood. Maar zacht als een droom. Als ze hier een virtual reality-omgeving van zouden maken met wat warm zand op de grond dan zou je er de hele zomer kunnen verblijven. Alleen oppassen dat je de laatste trein niet mist.