Opinie

Pas op rechter, een scheiding beïnvloedt het denken van een twaalfjarige

De twaalfjarige David mag van het hof een chemokuur weigeren. Weet wel dat een scheiding het logisch nadenken van een kind negatief kan beïnvloeden, schrijft

Kan een ernstig ziek kind van 12 jaar zelfstandig besluiten of hij wil stoppen of door wil gaan met een behandeling die zijn leven kan redden? Het hof oordeelde dinsdag dat de twaalfjarige David mag stoppen met de behandeling tegen een potentieel terminale ziekte. Zijn vader had een rechtszaak aangespannen omdat de keuze van David volgens hem is ingegeven door loyaliteit aan zijn moeder, bij wie hij woont. Davids ouders zijn gescheiden. Kan een jongen van 12 zo’n besluit nemen?

Als we even leentjebuur spelen bij het strafrecht, dan worden twaalfjarigen eigenlijk sterk verminderd toerekeningsvatbaar geacht. Welk misdrijf ze ook plegen, meer dan één jaar jeugddetentie mag er door de rechter niet worden opgelegd. Een kind van twaalf weet immers niet helemaal wat het doet en daar houden we in de strafvoering dan ook rekening mee. Het abstractievermogen van een twaalfjarige wordt daarmee dus nog niet helemaal serieus genomen.

Aan de andere kant zien we een tegenbeweging. Een rechter is sinds een aantal jaren bij een scheiding verplicht om kinderen vanaf twaalf jaar te horen, of althans om dat aan te bieden. Hoewel veel kinderen daarvan af zien, worden ze in het scheidingsproces vanaf twaalf jaar dus juist als een gesprekspartner gezien die kennelijk wel al voldoende kan abstraheren om iets zinnigs over de op handen zijnde scheiding en de gevolgen daarvan te zeggen.

De vraag of je op twaalfjarige leeftijd over je eigen levenseinde kunt beschikken, is niet eenvoudig te beantwoorden

Ook voor ingrijpende medische behandelingen moet een kind vanaf twaalf jaar in principe toestemming geven. Twaalf jaar lijkt daarmee een soort kantelleeftijd te zijn.

Vanuit de ontwikkelingspsychologie wordt er zo ook naar gekeken. Volgens Piaget (min of meer de Sigmund Freud van de ontwikkelingspsychologie) gaan kinderen rond hun twaalfde van de concreet-operationele fase naar de formeel-operationele fase. Dat wil in het kort zeggen dat kinderen ongeveer vanaf deze leeftijd op een hoger niveau kunnen hypothetiseren, dat ze abstracties aankunnen en logische conclusies kunnen trekken. Het is volgens Piaget de laatste grote ontwikkelingssprong die we op cognitief gebied maken. Die laatste ontwikkelingssprong maakt dat we twaalfjarigen soms nog als een echt kind zien, maar ook al een stuk serieuzer nemen dan iemand die jonger is. Het is ook niet voor niets dat voor de filmkeuring de leeftijd ook op twaalf is gesteld. Als je jonger bent neemt de fantasie gewoonweg nog te veel bezit van je als je iets ‘engs’ ziet en dus vinden we met z’n allen dat je daar nog maar even niet naar moet kijken.

Hoe ver is de ontwikkeling?

De vraag of je op twaalfjarige leeftijd over je eigen eventuele levenseinde kunt beschikken, is dus niet zo eenvoudig te beantwoorden. De ene twaalfjarige is echt de andere niet en met name op zo’n kantelleeftijd is dat moeilijk in te schatten. En dus kunnen we daar geen juridische of psychologische ‘wet’ over opstellen en zullen gevallen steeds per individu bekeken moeten worden. De centrale vraag is dan hoe ver het kind in zijn ontwikkeling is, om daarna te kunnen bepalen of het wel overziet wat het zegt.

In het huidige geval gaat het om een jongen die geen verdere zorg wil. Hij vreest voor de bijwerkingen van de chemokuur die zijn overlevingskans groter zou maken. Hij is bang voor zijn kwaliteit van leven. De vraag is nu hoe logisch doordacht dit is. Door stressvolle gebeurtenissen ontwikkelen kinderen zich sneller en twaalfjarigen die weten dat ze eventueel in de laatste fase van hun leven zitten, kunnen in hun ontwikkeling dus sterk op hun leeftijdsgenoten vooruit lopen. Juist in dit soort situaties is de ene twaalfjarige dus zeker de andere niet. Goed dus dat er op dit gebied een psychiater is die de jongen heeft onderzocht.

Maar er is hier meer aan de hand. De ouders van deze jongen zijn namelijk gescheiden en staan in hun ideeën over hoe om te gaan met de ziekte van hun zoon tegenover elkaar. Zo’n scheidingssituatie kan bij het kind hypothetiseren, abstraheren en logisch nadenken natuurlijk behoorlijk negatief beïnvloeden. En dan heb je wellicht niet genoeg aan een psychiater, hoe goed die verder ook is. Een psychiater is namelijk niet meteen een scheidingsdeskundige op het gebied van hechting, coalitievorming en loyaliteit.

Lees ook ons interview met de vader van David: “De discussie hierover móét gevoerd worden.”

Vrij standpunt

In welk conflict zit deze jongen immers? Aan de ene kant is er een moeder die hem met alternatieve geneeswijzen wil behandelen, aan de andere kant de vader die een reguliere behandeling wil.

De vraag is nu in hoeverre deze jongen nog vrijuit zijn standpunt in kan nemen. Niet alleen is in dit geval de vraag of zijn ontwikkeling wel ver genoeg is gevorderd, dat is immers de eerste vraag, maar ook aan welke relationele krachten hij nu door de scheiding bloot staat. Die kunnen namelijk niet voor de poes zijn. Om een voorbeeld te geven: ik sprak enige tijd geleden een vrouw die vertelde dat er tijdens de scheidingsprocedure van haar ouders door alle professionals eigenlijk ‘te goed’ naar haar geluisterd was. Niemand had door dat ze als kind gewoon haar moeder papegaaide. Maar dat was gewoon het veiligst voor haar, omdat ze wist dat ze uiteindelijk weer met haar moeder mee naar huis moest. Ze zag op tegen de spanningen als ze die avond weer met diezelfde moeder aan tafel moest zitten als ze, volgens diezelfde moeder, te veel de kant van haar vader zou hebben gekozen.

Dinsdag heeft het gerechtshof besloten dat de lichamelijke integriteit van deze jongen bovenaan staat en hij dus ook zelfbeschikkingsrecht heeft. Laten we hopen dat niet alleen goed is onderzocht in hoeverre deze jongen dat gezien zijn ontwikkeling kan inschatten, maar dat ook het relationele krachtenveld waaraan deze jongen blootstaat in het oordeel voldoende is meegewogen.