Recensie

Ouderwets epos over laatste dagen van Brits India

Recensie

Als laatste Britse onderkoning moest Lord Mountbatten in 1947 de onafhankelijkheid van India in goede banen leiden. Een lastige klus, het land was religieus diep verdeeld.

Lord Louis Mountbatten (Hugh Bonneville) en echtgenote Edwina (Gillian Anderson).

‘Hij kan een gier nog van een karkas af charmeren”, zegt een diplomaat over Lord Mountbatten, of Dickie. Met zijn sociaal bewogen echtgenote Edwina moest hij in 1947 als laatste Britse onderkoning de onafhankelijkheid van India in goede banen leiden. Een lastige klus, want moslimleider Jinnah wilde een eigen staat, Pakistan. Honderdduizenden hindoes en moslims kwamen om in pogroms over en weer.

We kennen de afloop: tientallen miljoenen vluchtelingen, een miljoen doden, twee paranoïde, nucleair bewapende staten langs een haastig getrokken grenslijn. Lord Mountbatten besloot tot een versnelde partitie toen de zaak richting burgeroorlog escaleerde, het Foreign Office zag in de traditie van verdeel en heers een pro-westers Pakistan direct als nuttige buffer tussen het socialistische India en de Sovet-Unie.

Viceroy’s House schetst die grote ontwikkelingen vanuit de microkosmos van Mountbattens paleis. Daar draven Nehru en Gandhi op, gaat het personeel met elkaar op de vuist wanneer de spanning oploopt en wordt het tafelzilver ten slotte eerlijk verdeeld tussen Pakistan en India. De Mountbattens doen hun handenwringende best: een integer duo speelballen.

Viceroy’s House is een vrij afgewogen, ambachtelijk en ouderwets epos dat overhelt naar oubolligheid waar regisseur Gurinder Chadha er een Romeo en Julia-drama doorheen weeft: de onmogelijk liefde van moslima Alia en hindoe-butler Jeeta. Al komt het in dit kuise nationale epos uiteraard niet tot een interconfessionele kus.