Ombudsman: naturalisatie na generaal pardon te lastig

Zogeheten ‘pardonners’ hebben te veel moeite bij bij het aanvragen van een Nederlands paspoort.

Naturalisatieceremonie in het World Forum in Den Haag. Foto Phil Nijhuis/ANP

Voormalige asielzoekers die via de generaal pardonregeling een verblijfsvergunning hebben gekregen, ondervinden te veel moeilijkheden bij het aanvragen van een Nederlands paspoort. Dat concluderen de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman in een rapport dat dinsdag verscheen.

Het gaat om de groep van circa 27.000 mensen die in 2007 een verblijfsvergunning kreeg op grond van het generaal pardon, een regeling waarmee vreemdelingen die langer dan zes jaar in Nederland verbleven definitief mochten blijven. Vijf jaar na het krijgen van een verblijfsvergunning kan een verzoek worden ingediend om Nederlander te worden: voor deze groep dus sinds 2012. Iets meer dan 30 procent van de mensen die met de regeling destijds een verblijfsvergunning kreeg, heeft inmiddels een Nederlands paspoort.

Problemen

Een groot deel van de zogeheten ‘pardonners’ ondervindt echter grote problemen bij het aanvragen van een paspoort, concludeert ombudsman Reinier van Zutphen. Een verzoek daartoe moet worden ingediend bij de gemeente, waarna de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) vervolgens beslist of het verzoek wordt gehonoreerd.

In 2009, twee jaar na de generaal pardon-regeling, werd de procedure voor naturalisatie echter aangescherpt, waardoor ook een geldig buitenlands paspoort en een gelegaliseerde geboorteakte vereist werden. Vaak ontbreken deze documenten bij de ‘pardonners’. Mensen kunnen in dat geval een beroep kunnen doen op de zogeheten bewijsnood, een procedure waarmee ze aantonen alles in het werk te hebben gesteld de gevraagde documenten toch te verkrijgen. Gemeentes raden mensen echter vaak af dit te doen, omdat de uitkomst onzeker is en niettemin een hoog bedrag moet worden betaald de naturalisatieprocedure te starten.

Zo blijven te veel mensen zonder paspoort zitten, schrijft van Zutphen in een persbericht.

“Deze inwoners van Nederland hebben hun thuis in ons land gevonden en mogen hier ook blijven. Daarom moeten zij, nu tien jaar na het pardon, makkelijker de Nederlandse nationaliteit kunnen verkrijgen, met alle rechten en plichten om als volwaardig burger mee te kunnen draaien in onze maatschappij.”

Minderjarigen

Vooral kinderen en jongvolwassenen hebben last van de “bureaucratische hobbels”, aldus Kinderombudsman Margrite Kalverboer, omdat zij niet zelfstandig een verzoek om naturalisatie kunnen indienen. Als het verzoek van hun ouders wordt afgewezen, dan wordt ook hun eigen verzoek automatisch afgewezen. Op grond van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind hebben de minderjarigen echter recht hebben op een eigen belangenafweging, benadrukt de Kinderombudsman.

De communicatie tussen de gemeenten en het IND moet sterk verbeteren, bepleit de ombudsman. Gemeentes kunnen nu namelijk te moeilijk inschatten hoeveel kans van slagen een naturalisatieverzoek heeft, waardoor mensen onnodig lang zonder paspoort zitten. Ook moeten individuele zaken eenvoudiger inhoudelijk besproken kunnen worden tussen gemeenten en gespecialiseerde IND-medewerkers. Daarnaast moeten de belangen van minderjarigen apart en expliciet worden betrokken bij een naturalisatieprocedure.

In een reactie zegt een woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie dat de aanbevelingen van de ombudsman bestudeerd worden en “een welkome aanvulling zijn op de verbeteringen, die al langer in gang zijn gezet.”