Commentaar

Rechtszaak over klassenfoto toont vooral polarisatie

Aan de uitspraak van de Haagse kantonrechter maandag over de kwestie ‘Offerfeest versus Klassenfoto’ valt het, zelfs naar sociale media-begrippen, uitzonderlijk brede areaal reacties op, waaruit hoofdzakelijk onbegrip spreekt. Dat komt deels door de spanning rondom de islam – en de moeite die velen door de IS-terreur hebben om in de islam nog een ‘gewone’ religie te zien, die principieel gelijk behandeld moet worden als iedere andere godsdienst. Eerst was het Zwarte Piet, nu de klassenfoto – het is ‘identiteit’ en ‘islamisering’ wat de pot schaft. Dat is een heersend sentiment waarmee tegelijk het slachtofferidee en het gevoel van verweesdheid worden aangewakkerd. Het publieke debat over de islam is ongehoord rauw.

Daar kwam het bagatel-gehalte van de zaak zelf nog eens bij – als je op een klassenfoto wil, moet je wel naar school gaan, was de eenvoudigste kritiek. En dus: wat een onzin, deze rechtszaak. Niet op de foto staan was in dit geval eigen keuze – sla dan je religieuze plicht maar een keer over. Of waarschuw de school op tijd. De spraakmakende internetgemeente was er onderling gauw klaar mee.

En, toegegeven, als gewone maatschappelijke conflicten worden gejuridiseerd, kan de uitkomst verrassen. Zeker als de school er totaal niet in slaagt om zijn verweer te onderbouwen, gestelde feiten te bewijzen of een uitzondering op het discriminatieverbod aannemelijk te maken. Dan houdt de rechter alleen het simpele feit over dat de school de fotograaf op een dag liet komen waarop het moslimscholieren vrijaf pleegt te geven vanwege het Offerfeest. Dat is volgens de wet eenvoudigweg discriminatie, zij het op een ondergeschikt terrein: alle kansen om haar positie juridisch te plooien, wist de school te missen.

Het tweede wat opvalt is dat het überhaupt tot een rechtszaak is gekomen. Zijn de verhoudingen nu zó gespannen dat deze tamelijk overzichtelijke kwestie niet met elkaar uitgesproken had kunnen worden? Wat zegt het als ouders de kostbare stap naar advocaat en kantonrechter zetten met een stevige financiële eis tegen een vrij grote scholenorganisatie, met een ongewisse uitkomst als procesrisico? Uiteindelijk duurde de procedure meer dan een jaar. En weliswaar boekten de ouders een belangrijke symbolische overwinning, maar de schadevergoeding van 500 euro dekt naar alle waarschijnlijkheid de kosten niet. Wie aan een civiele procedure begint, krijgt doorgaans de standaard waarschuwing: wie procedeert om een koe, geeft er één toe. Aan zo’n proces beginnen alleen burgers die zich zéér gekrenkt voelen en echt een rechterlijke uitspraak willen – met de kosten als tweede zorg.

Duidelijk is dat deze ouders hun school dus echt van kwade trouw verdachten en zich diep gekwetst voelden. In parafrase: onze kinderen worden opzettelijk van de klassenfoto weggehouden door een school die alleen niet-moslim kindertjes op de foto wil. Dat die verdenking kon groeien, zegt iets over de stemming in de samenleving. Dat is pas echt ernstig. De kantonrechter deed een duidelijke uitspraak, met een bescheiden vergoeding, bedoeld als relativering van het belang en de kwestie. Het conflict is daarmee dus wel beslecht, maar niet opgelost. Het echte probleem ligt elders: Nederland loopt het risico begrip voor en contact met moslimgroepen te verliezen. Wier gevoelens van achterstelling en discriminatie dus navenant oplopen. Twee etmalen schamperen en hekelen op sociale media bevestigen dat. Een ongemakkelijke constatering. Dit conflict had anders opgelost moeten worden, met herstel van wederzijds vertrouwen tot gevolg. Nu overheerst ongeloof en bitterheid.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.