Kritiek, maar tegelijk brede steun voor aftapwet Plasterk in senaat

Aftapwet De nieuwe wet op de inlichtingendiensten is aangenomen door de Eerste Kamer. Het is een belangrijk politiek succes voor demissionair minister Plasterk.

Foto ANP / Robin Utrecht.

De Nederlandse inlichtingendiensten krijgen per 1 januari aanstaande meer bevoegdheden. Een ruime meerderheid van de Eerste Kamer stemde dinsdagavond in met de nieuwe aftapwet van minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA). Alleen D66, SP, GroenLinks en de Partij voor de Dieren stemden tegen.

De nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten regelt dat de AIVD en MIVD voortaan op grote schaal ‘ongericht’ communicatie over de kabel kunnen aftappen, zoals internetverkeer. Dat is nodig in een tijd van terrorisme en cyberaanvallen, vinden het kabinet en bijna alle politieke partijen. De huidige wet uit 2002 gaf de diensten alleen de mogelijkheid doelgericht één persoon af te tappen en komt nog uit het Facebook- en Whatsapp-loze tijdperk. Met de nieuwe wet kan de AIVD, na goedkeuring, bijvoorbeeld een maand lang de online communicatie tussen Nederland en Syrië aftappen.

Voor minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk (PvdA) is het doorgaan van de wet een welkom succes aan het einde van zijn moeizame ministerschap. Hij moest vorige week door aanhoudende problemen in de uitvoering nog de stekker trekken uit de modernisering van het bevolkingsregister, waarmee 90 miljoen euro lijkt weggegooid. Ook kreeg hij vorige week in de Eerste Kamer onvoldoende steun voor een wet die het bouwtoezicht privatiseert, waardoor invoering voorlopig van de baan is.

Lees ook: Met een sleepnet door het internet op zoek naar terroristen, ons stuk met 9 vragen over de nieuwe wet.

Kritische vragen bij veel partijen in senaat

De nieuwe aftapwet kwam er ook niet zonder slag of stoot. Privacyvoorvechters hadden forse kritiek op de ‘sleepnet’-techniek waarmee de diensten te veel informatie zouden binnenhalen van onschuldige burgers. Afgetapte gegevens mogen in principe voor drie jaar worden bewaard en opnieuw bekeken als er bijvoorbeeld een potentiële jihadist in beeld komt.

Een aantal linkse fracties zei te vrezen voor onbedoelde gevolgen als privacygevoelige informatie van burgers te lang onnodig bewaard wordt. De VVD vroeg zich in het debat in de senaat juist af of de termijn van drie jaar niet “arbitrair” is en in sommige gevallen niet langer moet zijn. Minister Hennis (Defensie, VVD) zei dat bij het kiezen van de bewaartermijn een middenweg is gekozen en dat in sommige omringende landen helemaal geen termijn is, maar het kabinet wel hecht aan “begrenzing”.

Over het toezicht op de nieuwe bevoegdheden kwamen ook kritische vragen. Eerst wilde Plasterk als minister zelf toestemming voor de taps kunnen geven, maar na kritiek besloot hij dat een onafhankelijke toetsingscommissie de kabeltaps vooraf moet toetsen. In deze commissie zitten twee rechters en een inhoudelijke deskundige.

In de senaat zeiden verschillende partijen te betwijfelen of de nieuw op te richten toezichthouder qua kennis en mankracht “robuust genoeg” wordt om de tapverzoeken goed te kunnen beoordelen. Waarom niet de bestaande toezichthouder voor de geheime diensten, de CTIVD, deze taak geven? Plasterk zei in het debat te vrezen voor „een slager die zijn eigen vlees keurt”. Hij vindt het „onwenselijk” dat de CTIVD vooraf toetst omdat de toezichtouder al op het gehele proces rond het aftappen moet toezien. Plasterk zegde toe dat de nieuwe toezichthouder van vijf extra personeelsleden te voorzien ten opzichte van zijn huidige plan.

Lees ook: ons stuk De knijper gaat op de kabel, over de nieuwe bevoegdheden van de geheime diensten.

Gegevens alleen gedeeld met ‘betrouwbare partners’

Een aantal partijen sprak zijn zorgen uit over het delen van afgetapte gegevens met buitenlandse inlichtingendiensten. Volgens de SP kan dat “grote gevaren” voor Nederlandse burgers opleveren, bijvoorbeeld als het gaat om gegevens over seksuele geaardheid. Plasterk noemde het delen van gegevens „noodzakelijk” en zei dat alleen „betrouwbare partners” deze kunnen krijgen en dat dit niet gebeurt zonder toestemming van de minister.

Ondanks hun kritische vragen konden de senaatsfracties van PvdA en ChristenUnie uiteindelijk voor stemmen, ook omdat zij een “zware verantwoordelijkheid” voelen voor modernisering van de wet. Daarnaast beloofde Plasterk de nieuwe wet al binnen twee jaar in plaats van vijf jaar te laten evalueren.

Uitgesproken voorstanders benadrukten in het debat de noodzaak van meer bevoegdheden voor de geheime diensten in de strijd tegen terroristen en spionnen. CDA-senator Ton Rombouts ziet “een goede balans tussen effectiviteit en privacy”. PVV’er Alexander van Hattem noemde de nieuwe wet “een noodzaak tegen islamitische moordlust”.