Hoe drie Nederlanders een duurzaam huis in Detroit bouwen

Stedenbouw Drie Delftse studenten kochten een vervallen huis in Detroit en knappen het duurzaam op. Het moet het begin zijn van een langlopend project in de stad die opkrabbelt na de crisis.

Links het aangekochte pand in Detroit, rechts de artist’s impression van hoe het huis moet worden. Foto’s The Motown Movement

Bob Hendrikx wordt op straat in Detroit aangesproken door een man: „Mijn moeder is overleden en ik verkoop haar barbecue.” “Oké, sounds nice”, antwoordt Hendrikx. „Voor de buurttuin.”

De 23-jarige Nederlandse student bouwkunde is een bekende geworden in deze achterstandswijk in Detroit; vorige week organiseerde hij er nog een buurtbarbecue samen met zijn medestudenten Ronen Dan (23) en Dominik Lukkes (23). De drie studenten van de bachelor Architecture, Urbanism and Building Sciences aan de TU Delft knappen een vervallen huis aan de Ford Street op. Het wordt een energieneutrale woning, educatiecentrum én buurthuis. Op de bovenste verdieping moet een gezin komen wonen dat om financiële redenen uit huis is gezet – hun energierekening moet uiteindelijk op nul uitkomen.

Ze willen hiermee laten zien dat duurzaamheid zelfs voor de arme bewoners van Detroit niet moeilijk of duur is. Het project dient als ‘proeftuin’ en ‘showcase’ voor wat moet uitmonden in een mondiale beweging; ze noemen zich niet voor niets The Motown Movement.

„Op de universiteit tekenden we jarenlang lijntjes op de computer. Nu wilden we zien hoe die lijntjes muren worden”, vertelt Hendrikx via Facetime. Hij staat op de stoep voor het huis in het centrum van Detroit. Nonchalant loopt hij door de zonovergoten tuin, met een vijver en een jacuzzi met natuurlijk gefilterd douchewater. Af en toe groet hij een voorbijganger.

Het idee begon met een studieopdracht. In voorjaar 2015 schrijft Hendrikx een paper over krimpende steden. Hij ontdekt dat na een grote economische of sociale crisis een stad er na tien of twintig jaar wel weer bovenop komt. Maar niet Detroit. Dat wil hij met eigen ogen aanschouwen.

In de zomervakantie vliegt hij er samen met Ronen Dan naartoe. Overal zien ze panden met ingegooide ramen, spookwijken en verlaten fabrieken. Van sommige huizen is niet meer over dan een karkas, dat zwervers zich hebben toegeëigend.

Beweeg de slider om te zien hoe het huis in Detroit er nu uitziet en hoe het in de toekomst eruit moet zien.

 

Zeventig jaar geleden bloeide Detroit. De stad zette vanaf het begin van de 20ste eeuw in op de auto-industrie en in vijftig jaar verrezen honderden fabriekshallen. Honderdduizenden Fords rolden zo Amerika in. Ook Chrysler en General Motors maakten van Detroit hun thuishaven. De stad trok veel arbeiders uit het zuiden, onder wie veel Afro-Amerikanen, en groeide naar 1,8 miljoen inwoners in 1950, de vierde stad van Amerika.

Wonen zonder energiekosten

Maar de ‘Grote Drie’ kregen concurrentie uit het buitenland. Automatisering, fabriekssluitingen en massaontslagen volgden. In 1967 was de stad ook het podium van grootschalige rassenrellen. De rijkere, vooral witte bewoners vertrokken, de arme, vooral zwarte bevolking bleef achter en werd steeds armer. In 2010 was het aantal witte bewoners ten opzichte van 1950 met 95 procent gekrompen.

Door de kredietcrisis van de afgelopen tien jaar stegen de werkloosheid en criminaliteit verder. In 2013 was Detroit de grootste Amerikaanse stad die failliet ging. Nu wonen er minder dan 700.000 mensen. Tienduizenden gebouwen staan leeg.

Vervallen huizen in Detroit

Nu krabbelt Detroit langzaam weer op. De lage huurprijzen hebben veel creatievelingen getrokken. In 2014 steeg het aantal witte inwoners voor het eerst weer in zestig jaar. Ook Hendrikx en Dan zien een grote kans als ze in de zomer van 2015 door de stad lopen: weinig wetten en regels en veel materialen – aan rondslingerende spullen geen gebrek. Vooral de bereidheid van bewoners om hun stad weer op te bouwen werkt aanstekelijk, vertelt Hendrikx. Recycleprojecten, stadslandbouw en kunstinstallaties verschijnen overal.

Na hun trip ronden ze hun bachelor af en werken met medestudent Dominik Lukkes hun idee uit om in Detroit een huis te kopen, duurzaam te maken en zo ‘van onderaf’ een bijdrage te leveren tegen klimaatverandering. Naast een gezin op de bovenste etage moet ook een educatief centrum in het pand komen waar buurtbewoners kunnen leren hun eigen huis duurzamer te maken. Het onderste deel moet dienstdoen als buurthuis.

Eerst moet in elke vervallen buurt van Detroit zo’n centrum komen. Er moet een do-it-yourself-website komen, met een soort menukaart voor iedereen die een duurzaam huis én een lage energierekening wil. Vooral dat laatste is interessant voor Detroiters, zegt Hendrikx; sommigen zeggen dat hun energierekening hoger is dan de doorgaans lage huur. En het kan er in de winter goed vriezen.

In april 2016 vertrekken de drie „zonder kennis van gebouwen” naar Detroit met één duidelijk doel: een huis kopen. Ze geven zichzelf zes weken. „We zeiden tegen elkaar: als we op de laatste dag geen huis hebben, stoppen we.” Dat blijkt lastiger dan gedacht. Iemand oppert om een lokale partner te zoeken. Ze gaan samenwerken met ontwikkelingsorganisatie Focus: Hope, die hun twee huizen aanbiedt. Op hun allerlaatste dag tikken ze het pand op 1995 Ford Street op de kop. Koopprijs: 1.000 dollar.

Weer in Nederland maken ze bouwtekeningen en halen met crowdfunding 10.000 euro op, waarmee ze huis en website betalen. Terug in Detroit houden ze een ‘acquisitiemaand’. Ze regelen sponsors, nemen stagiairs aan en zijn ineens managers met werknemers van hun eigen leeftijd. „Heel leerzaam.” Zelf moeten ze maximaal bijlenen bij DUO. Een tweede crowdfunding levert 50.000 euro op, wat de Michigan Economic Development Corporation verdubbelt. Nu kunnen ze verbouwen.

Ook Goeree-Overflakkee wil energie-onafhankelijk worden, maar sommige inwoners schrikken van de gevolgen

Hendrikx staat voor het dichtgetimmerde, vrijstaande huis. Hij geeft een rondleiding via Facetime. De tuin is klaar. Een systeem van buizen en opslagtanks filtert regenwater, in een kas groeien plantjes. Dan naar binnen. Hendrikx schopt een plankje weg dat de deur dichthoudt. „Hallo?” Niemand. En dan fluisterend: „We are in.” Trap op. Op de bovenste verdieping, voorheen een zolder vol zwerfvuil en lege drankflessen, zijn houten constructies voor toekomstige muren te zien. Nieuwe balken verstevigen het dak.

De toekomstige bewoners moeten ze nog zoeken. Als het stucwerk erin zit, deze zomer nog, gaan de foto’s online en begint de aanmeldingsprocedure.

Een veilige plek

Hun team is nu tien man sterk in Detroit. Ze slapen in een Airbnb. „Intens”, zegt Hendrikx. „Soms slaap je op één kamer met drie mensen met wie je ook werkt.” De volgende groep moet dat anders doen, adviseert hij. De volgende groep ja, want Lukkes en Hendrikx beginnen in september met een master in Nederland. Ze moeten studenten werven om hun taken over te nemen. „Goed voor de buitenlandse ervaring.” De nieuwe groep begint in februari. „Mijn grootste angst is dat de tuin verwildert of dat er wordt ingebroken”, zegt Hendrikx. Ze hebben een groep buurtbewoners, kerkgangers en personeel van de tegenoverliggende basisschool gevraagd de boel te onderhouden.

Een nieuw ‘studentenbestuur’ moet vooral het buurthuis afronden. Er komen computers en gratis wifi. Een wens van de buurt. „Dat klonk in onze oren wat kinderachtig. Niet inhoudelijk.” Later begrepen ze: sommige behoeftes zijn hier heel basaal. „We vroegen: wat zou je graag willen? Een veilige plek, zeiden ze.”

The Motown Movement wil nog zeker een paar jaar in Detroit blijven, met wisselende groepen. Hun opgebouwde netwerk is te waardevol om het elders te proberen. Ze stonden al eens op de voorpagina van The Detroit News, een van de twee grote kranten. „Dat gaan we niet opgeven.” The Daily Detroit schreef op 11 april 2017: „Herinnert u zich het verhaal van de Nederlandse jongen die zijn vinger in de dijk stak om het water tegen te houden en de stad redde? Dat doen drie Nederlandse studenten op dit moment in Detroit.”