Recensie

Helft van de Zweden leeft eenzaam, kwart sterft alleen

Coen van Zwol

Documentaire The Swedish Theory of Love toont dat geen ander land zo’n ongezonde obsessie met individuele autonomie kent als Zweden.

Zweden, de sociaal-democratische modelstaat die de wereld Abba, Astrid Lindgren en IKEA schonk, zwelgt graag in somberheid. Zweedse films van Ingmar Bergman via Roy Andersson tot Ruben Östlund schetsen een mistroostige, vervreemde samenleving. En oh, wat is het leven zuur in de Zweedse literatuur.

Een erfenis van een grimmig klimaat, afgelegen boerenhoeves en lutheranisme, zou je denken. Documentaire The Swedish Theory of Love van de Italiaans-Zweedse Erik Gandini, nu in de bioscoop, zoekt het in een recenter verleden. Geen land kent zo’n ongezonde obsessie met individuele autonomie. Zie het Zweedse manifest ‘De familie van de toekomst’ uit 1972: de staat heeft als taak burgers te bevrijden van knellende banden van kerk en familie, zodat ze in volledige vrijheid kiezen welke relaties ze willen aangaan.

Dat ‘overheidsindividualisme’ bevorderde emotionele kaalslag. De helft van de Zweden leeft eenzaam, een kwart sterft alleen. Soms liggen hun karkassen in splendid isolation maandenlang in flatjes te ontbinden: de welvaartsstaat betaalt de huur en energie automatisch door. Een apart Zweeds agentschap zoekt naar erfgenamen van vergeten doden.

Gandini houdt het anekdotisch in The Swedish Theory of Love. We zien een Zweedse spermabank die pakketjes voor zelfinseminatie aan huis bezorgt: ‘Probeer na inseminatie een orgasme te hebben’, adviseert de bijsluiter. Een alleenstaande moeder praat onder het joggen gezellig met bomen. Zo’n 25.000 Zweedse vrijwilligers trekken in het weekeind de bossen in op zoek naar lijken van zelfmoordenaars: met het verenigingsleven zit het nog wel goed. Hippies die elkaar in de vrije natuur tenenkrommend gelukzalig aaien om ‘warmte en connectie terug te vinden’ onderstrepen de Zweedse vervreemding nog het best.

Als contrast voert Gandini Syrische vluchtelingen op, die leren dat je in Zweden integreert door punctueel te zijn en kort en zakelijk te converseren („Hoe is het? Goed.”) Ze geven hier niets om familie en willen alleen met rust gelaten worden, constateren zij verbaasd. Een Zweedse arts die naar Ethiopië uitweek en daar botten spalkt met fietsspaken, stelt dat de mensen in Afrika arm zijn, maar spiritueel zoveel rijker.

Europese welvaartsziekte

Zweden is een extreme variant van een algehele Europese welvaartsziekte, denkt Gandini. Hij heeft een punt. Uiteraard, want het is een cliché. Zo’n kwart eeuw geleden wezen sociologen als Bram Peper er al op dat eenzijdig hameren op zelfontplooiing een gedesintegreerde, wantrouwige samenleving in de hand werkte. Herstel van groepsverbanden is sindsdien beleidsdoel, vaak ook uit oogpunt van bezuiniging – zie de ‘participatiesamenleving’. En over clichés gesproken: armen die spiritueel zoveel rijker zijn? Zo houdt de Bijbel ze van oudsher in het gareel.

Welvaartsvervreemding blijft filmmakers fascineren: eindeloos veel arthousefilms gaan over eenzame zielen op zoek naar authentiek contact. Vaak brengen etnische minderheden of asielzoekers nu verlossing: zie de Zweedse Oscarkandidaat A Man Called Ove, The Swedish Theory of Love en – in Nederland – films van Jaap van Heusden. Je kan daar een links discours in zien. Of dat de mondiale transactie die Michel Houellebecq in 2001 voorstelde in zijn roman Platform een feit is: wij wisselen ons materiële surplus in tegen het emotionele surplus van de derde wereld. Die dienstverlening hoeft niet in de vorm van seksvakanties of importbruiden te gaan. Je kan de existentiële leegte ook bestrijden als vrijwilliger bij een asielzoekerscentrum.