Recensie

Franse longarts vloert arrogante farmagigant

Recensie

Regisseur Emmanuelle Bercot twijfelde of het medische schandaal rond eetlustremmer Mediator een film kon zijn. Longarts Irène Frachon, die het schandaal aan het licht bracht, trok haar over de streep.

Longarts Irène Frachon (Sidse Babett Knudsen) en haar loyale medestander, professor Antoine le Bihan (Benoît Magimel).

La Fille de Brest gaat over een Franse Erin Brockovich, de Californische secretaresse die het machtige Pacific Gas and Electric Company in 1996 dwong 133 miljoen dollar te betalen wegens vergiftiging van het grondwater rond het plaatsje Hickley. Actrice Julia Roberts speelde haar en won in 2001 een Oscar.

Ook in de worsteling van longarts Irène Frachon met farmaceutisch gigant Servier vloerde David Goliat, al verschanste die zich daarna in een juridische loopgravenstrijd tegen schadevergoeding. Wel is sinds 2010 Serviers eetlustremmer Mediator (benfluorex) van de markt. Dat amfetaminederivaat werd vanaf 1976 voorgeschreven aan diabetespatiënten met obesitas, ook toen bewijzen zich opstapelden dat het lekkende hartkleppen veroorzaakte – het vergelijkbare fenfluramine was in de VS al in 1997 om die reden verboden. Maar Frankrijk begroef de omineuze statistieken in de la, het toezichtorgaan op medicijnen AFSSAPS faalde. Mediator maakte minimaal 500, maximaal 2.000 Franse slachtoffers.

Frachon leek geen partij voor de farmaceutische lobby. Een Bretonse longarts, niet eens een cardioloog: wat wilde dat ‘meisje uit Brest’ nu helemaal? Epidemiologen die haar bijstonden, werden van researchsubsidies afgesneden, haar boek Mediator 150 mg.: hoeveel doden? moest op last van de rechter van titel veranderen. Frachon had mollen en sympathisanten binnen de bureaucratie, maar pas toen de krant Le Figaro in de zaak ging spitten volgde een nationaal schandaal.

Gekleineerd en doodsbang

Emmanuelle Bercot, een Franse actrice en regisseur van sociaal bewogen films – La tête haute, over jeugdcriminaliteit, opende in 2015 het filmfestival van Cannes – dronk zes jaar geleden koffie met Frachon, vertelt ze in januari in Parijs. „Ook andere regisseurs en producenten wilden een film over haar maken, ze hield in feite auditie.” Zelf twijfelde Bercot. „Ik vond de affaire schokkend en weerzinwekkend. Als dochter van een kritische hartchirurg heb ik een antenne voor uitwassen van de farmaceutische industrie.” Maar een medisch schandaal valt lastig te verfilmen. „Het leek me ondanks de thrillerelementen eerder een documentaire”, zegt Bercot. „Wat me over de streep trok, was Frachon. Een moeder van vier kinderen die tien jaar van haar leven geeft aan een hopeloze zaak. Ze werd gekleineerd, was doodsbang dat ze haar failliet zouden procederen of zelfs haar auto zouden saboteren. Maar ze is geen kruisvaarder, ze heeft geen streng, kil wetenschappelijk of fanatiek karakter. Gewoon een kleine, grappige vrouw, een doorsnee specialist die zich in een zaak vastbeet.”

La Fille de Brest is een ‘procedural’ die de kijker onderdompelt in de details van epidemiologisch onderzoek, de alfabetsoep van de Franse bureaucratie en de procedures van de hoorzitting. Dat werkt alleen met een heldere psychodynamiek en een sterke hoofdpersoon. Daarvoor zorgt de Deense actrice Sidse Babett Knudsen, bekend uit de serie Borgen, die van Frachon een knuffelbare pitbull maakt: koppig, opvliegend en clownesk. De arrogante chicanes van de farmaceuten lijken voor haar doping.

Labbekak

De echte Irène Frachon is veel milder, zegt Bercot, die haar loyale medestander, professor Antoine le Bihan (Benoît Magimel), juist noodgedwongen tot een labbekak ombouwde. „Het script eiste een contrapunt.” Dus wanhoopt Le Bihan bij elke tegenslag over zijn academische carrière of verschanst zich in paniek in een herentoilet. Waarna Frachon – „dit is oorlogschirurgie zonder handschoenen, verdomme” – met haar vuisten op de deur roffelt.

La Fille de Brest durft bewonderenswaardig diep te graven in taaie, complexe materie en houdt dat interessant: een hele prestatie. Al heeft de affaire volgens Bercot weinig veranderd. „Koppen rolden, er werden beloftes gedaan en het toezicht bleef bij het oude. Hetzelfde troebele bordeel van dubbele hoeden en verstrengelde belangen. Servier vecht elke eis tot schadevergoeding nog steeds aan. Hun publieke imago zal ze worst zijn, ze verkopen geen Coca-Cola.”