Recensie

De aap wordt mens, de mens een beest

Sciencefiction

In War for the Planet of the Apes verbrokkelt de scheiding tussen mens en dier. De intelligente blockbuster stelt het idee ter discussie dat de homo sapiens superieur is aan andere dieren.

‘De enige goede Kong is een dode Kong’ heeft iemand in War for the Planet of the Apes op een muur geschreven. Een variant op de slogan die in het verleden op velen van toepassing was: indianen, communisten, fascisten.

Nu is het mens versus aap: intelligente (en dus bedreigende) chimpansees, gorilla’s en orang-oetans die in dit derde deel van de nieuwe Planet of the Apes-reeks opnieuw in gevecht raken met de restanten van de mensheid. De tekst staat op een muur van een zwaarbewaakt militair complex onder leiding van een krankzinnige kolonel (Woody Harrelson). Hij gelooft in raszuiverheid en vreest dat een geniepig virus mensen tot dieren verlaagt. Dat past niet in zijn ideologie waarin de mens superieur is aan primaten.

De buitengewoon realistische primaten uit de film zijn het resultaat van motion capture (mo-cap). Daarbij worden bewegingen van acteurs, onder wie Andy Serkis, via sensoren vastgelegd en wordt digitaal een chimpansee, gorilla of orang-oetan geanimeerd.

Het designervirus tegen alzheimer, dat in Rise of the Planet of the Apes (2011) bij een laboratoriumongeluk ontsnapte, de mensheid decimeerde en apen slim maakte, steekt hier dus weer de kop op, maar is niet langer dodelijk. Wel zorgt het ervoor dat de geïnfecteerde langzaam zijn verstand verliest en niet meer kan praten: hij wordt in zekere zin dier. En dat terwijl de apenkolonie steeds slimmer wordt en inmiddels op meerdere manieren kan communiceren: via spraak, lichaams- en gebarentaal.

‘Soortisme’

De aap wordt mens, de mens een beest. War for the Planet of the Apes is net als de voorgaande delen een intelligente, uitstekend gemaakte blockbuster. De oorspronkelijke films van eind jaren zestig en begin jaren zeventig waren een allegorie over racisme, uitbuiting en kolonialisme. Echo’s daarvan tref je ook in deze nieuwe reeks, maar de accenten liggen anders. Nu draait het vooral om speciesism, ‘soortisme’, het sinds de jaren zeventig door onder anderen filosoof Peter Singer ter discussie gestelde idee dat de homo sapiens superieur is en daar bijzondere rechten aan ontleent. Maar biologisch onderscheidt niets ons principieel van het dierenrijk. We bloeden allemaal hetzelfde.

De vorige film, Dawn of the Planets of the Apes (2014), draaide om wat aap en mens verbindt: ongeacht de soort gaat het om individueel (moreel) gedrag, en beide soorten hebben behoefte aan huis, familie en een leefbare toekomst. Toch waren aap en mens daar nog gescheiden soorten. In War for the Planet of the Apes kalft die scheiding af, verbrokkelt het bastion van het ‘soortisme’.

Regisseur Matt Reeves laat het onderscheid visueel stelselmatig vervagen. Zo filmt hij minutenlang iemand met een gewatteerde capuchon van achteren. Pas helemaal op het eind van de scène blijkt dit een uit de dierentuin ontsnapte, oude aap te zijn. Eentje die door nabootsing de menselijke taal heeft geleerd en zich bij voorkeur kleedt als mens. De bewust gecreëerde verwarring over categorie en hiërarchie wordt bekrachtigd in een andere scène, waar de wijze orang-oetan Maurice een door hem geadopteerd mensenweesmeisje liefdevol vraagt of zij een aapje is. Ze weet niet beter.

De (naamloze) kolonel voert een Heilige Oorlog om de scheidslijnen in stand te houden. Zijn manschappen – eentje heeft ‘Monkey Killer’ op zijn helm geklad – jagen niet alleen op Caesar, de grijzende leider van de apengemeenschap, maar ook op alle geïnfecteerde (dus inferieure) mensen, onder wie nota bene zijn eigen zoontje. Aan deze kolonel zit duidelijk een steekje los: uiterlijk lijkt hij op kolonel Kurtz uit Apocalypse Now: Harrelson wrijft soms Brando-esk over zijn kale knikker. Op een muurtje wordt die verwijzing explicieter gemaakt: er staat ‘Ape-ocalypse Now’.

Om zijn basiskamp te verdedigen tegen het leger dat hem als afvallige gek beschouwt, bouwt de kolonel een fort. Daarvoor gebruikt hij apen als slaaf, een omkering van het oorspronkelijke gegeven van Planet of the Apes (1968), waar de aap de heerser over de schepping is en mensenslaven inzet, onder wie Charlton Heston. Chimpansee en apenleider Caesar is een van die geketende slaven. Als hij tegen het gebrek aan water en voedsel protesteert, volgt een opstand die een sterke scène oplevert tussen de gewetenloze kolonel en Caesar; een scène die verwijst naar een klassiek moment uit Spartacus: „I am Spartacus”.

Wat onderscheidt mens van dier? Met het soortisme van de kolonel wordt korte metten gemaakt: het lijkt er zelfs op dat de kortzichtige, beestachtige mens zijn eigen ondergang orkestreert. En zo kan Caesar als Messias zijn volk naar het Beloofde Land leiden. De toekomst is aan de aap. Of is hij de nieuwe mens?