Ze durfde over slavernij en tienerseks te schrijven

Necrologie

Miep Diekmann was een baanbrekende kinderboekenschrijfster: „Hoe jonger het kind, hoe meer je moet knokken tegen conservatieve geesten.”

Kinderboekenschrijfster Miep Diekmann in 1979 Koen Suyk / Anefo / Nationaal Archief

Veelzijdig baanbrekend was kinderboekenschrijfster Miep Diekmann, die zondag op 92-jarige leeftijd overleed. Voor wie groot werd in de jaren tachtig is zij vooral de schrijver van Wiele wiele stap (1977), kinderversjes over grensverleggend echte kinderen. Maar revolutionair was ook de jeugdroman Marijn bij de lorredraaiers (1965), die afrekende met de mythe dat de Nederlanders in hun VOC-schepen helden waren. Over een jongen die als slavenarts gaat werken en ontdekt dat hij nooit zal kunnen trouwen met degene op wie hij verliefd wordt, een tot slaaf gemaakt meisje.

Diekmann was in 1965 de eerste die zo over de slavenhandel schreef, unverfroren en voor jongeren. Gevoed door haar jeugd op Curaçao, waar ze als wit meisje getuige was van racisme, schreef zij verschillende jeugdboeken die zich op de Antillen afspeelden. Daarbij weigerde ze de waarheid te verhullen – overigens niet tot groot genoegen van de conservatieve kritiek.

Want de gruwelijkheden in Marijn bij de lorredraaiers, de tienerseks en rauwe zelfdestructie in het enigszins autobiografische De dagen van Olim – was dat wel voor minderjarigen? Toch ontbrak het Diekmann niet aan waardering: De boten van Brakkeput (1956) kreeg de voorloper van de Gouden Griffel, waarop meteen acht vertalingen volgden. In 1970, op het hoogtepunt van haar maatschappelijke betrokkenheid, ontving ze de Nederlandse Staatsprijs voor haar jeugdliteraire oeuvre, de latere Theo Thijssen-prijs.

Partij kiezen voor kinderen

Partij kiezen voor de kinderen en niet zwichten voor nuffige bibliothecaressen en vrouwenclubs, was Diekmanns motto – en met die opvatting kreeg ze in de jaren zestig een voortrekkersrol in de jeugdliteratuur. Ze streed voor de Antilliaanse kinderliteratuur en die van achter het ‘IJzeren Gordijn’, en tegen clichérollen voor jongens en meisjes. Ze bracht latere grote namen als Tonke Dragt en Thé Tjong-Khing in contact met uitgevers. Voor collega’s was ze een voorbeeld: zij „schreef over rassen, seks en scheiden. Dingen waar toen niemand met kinderen over durfde te praten. We zijn ze mede door haar veel serieuzer gaan nemen”, zei collega en generatiegenoot Paul Biegel in 2004.

Diekmann was als kinderboekenschrijver veelzijdig, en nam op geen enkel terrein de status quo voor lief. Haar kleuterserie Hannes en Kaatje ging over een wat ondeugender duo dan Jip en Janneke en het versjesboek Wiele wiele stap was haar antwoord op brave bakerrijmpjes. „Hoe jonger het kind is waar je voor schrijft, hoe meer je moet knokken tegen conservatieve geesten, die vinden dat je het niet mag lastig vallen met harde woorden en feiten”, zei Diekmann in 1978 in De Telegraaf. Door daarmee te breken, hielp Diekmann de jeugdliteratuur vooruit.