NRC checkt: ‘Topbestuurders gaan drie keer vaker vreemd’

Dat staat in het juli-nummer van tijdschrift Quote.

Foto iStock

De aanleiding

„Topbestuurders gaan drie keer vaker vreemd dan lager geplaatsten”,schrijft journalist Paul van Riessen in het juli-nummer van zakenblad Quote. Hij neemt bovenstaande stelling als uitgangspunt om „veertien vurige verhoudingen” tussen topbestuurders en hun ondergeschikten op te dissen. Onder meer affaires van de Nederlandse voormalige captains of industry Rijkman Groenink (oud-ABN Amro) en Wiebe Cnossen (ex-KPMG Meijburg) passeren de revue.

Waar is het op gebaseerd?

Van Riessen haalt in zijn artikel sociaal psycholoog Joris Lammers aan, verbonden aan de universiteit van Keulen. „Ongeveer een derde van de mensen op hoge posities gaat vreemd”, zegt Lammers in Quote. „Dat is drie à vier keer zo vaak als mensen op ondersteunende niveaus.”

En, klopt het?

Een zoektocht op Google Scholar wijst uit dat er weinig wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar overspel aan de top. Lammers is de autoriteit op dit gebied. Zijn studie uit 2011 wijst uit dat er inderdaad een verband is tussen macht en ontrouw. Preciezer gesteld: de kans dat iemand vreemdgaat, wordt aanzienlijk groter naarmate diegene een hogere positie heeft binnen een organisatie. Dat geldt overigens net zo goed voor vrouwen als voor mannen.

Joris Lammers baseert die conclusies op een enquête onder 1.561 lezers van het blad Intermediair. Deelnemers konden (anoniem) op een schaal van 0 tot 100 aangeven hoe hoog ze dachten dat ze stonden in de kantoorhiërarchie. Daarnaast beantwoordden ze onder meer de vraag of ze wel eens overspel hadden gepleegd.

Hoewel Lammers een positief verband vond tussen macht en overspel - ook wanneer werd gecorrigeerd voor de factor leeftijd, het kost doorgaans immers jaren om de top te bereiken en dat betekent extra tijd om een affaire aan te gaan - vertelt dit onderzoek nog niet hoe gróót dan de kans is dat een topmanager vreemdgaat. En hoe monogaam het voetvolk (naar eigen zeggen) is.

Daarover geeft een vervolgstudie van Lammers en zijn Amerikaanse collega Jon Maner uit 2015 meer inzicht. Op basis van opnieuw een vragenlijst deelden Maner en Lammers 453 lezers van Marie Claire en Men’s Health (mét een relatie) in vier groepen in, van ondersteunend personeel tot topmanagement. Van de eerste groep gaf 9,1 procent aan wel eens overspel te hebben gepleegd, tegenover liefst 36,5 procent van de hoogst geplaatsten. Een toename met factor 4 dus. Van de mensen in de laag vlak onder de top zei ook nog bijna een kwart wel eens te zijn vreemdgegaan.

Vraag is: hoe betrouwbaar zijn die cijfers? Lammers mailt vanuit het buitenland dat het gaat om een „ruwe schatting”. Het gaat hem meer om „het onderliggende psychologische proces” dan om harde cijfers over overspel. Daarbij komt dat zijn onderzoeksgroep, (Nederlandse) lezers van Men’s Health en Marie Claire , niet representatief is voor de beroepsbevolking. Jonge mensen zijn bijvoorbeeld oververtegenwoordigd in zijn steekproef.

Conclusie

Quote schreef dat topbestuurders drie keer vaker een buitenechtelijke relatie aangaan dan lager geplaatsten. Stellen we overspel gelijk aan huwelijkse ontrouw, dan lijkt dit beeld te kloppen volgens de studie van Lammers. Maar de steekproef is beperkt, gaat niet expliciet over topbestuurders en Lammers zelf spreekt van een „ruwe schatting”. We beoordelen de stelling daarom als niet te checken.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt