Roofkunst na jaren onderhandelen terug in museum Aken

Verloren gewaand

Een Nederlands bloemstilleven uit de Gouden Eeuw, gestolen door de Russische geheime politie in 1945, is terug in een museum in Aken. Onder meer Unilever-topman Sidney van den Bergh had het te goeder trouw gekocht.

Geroofd door een Duitse, die overliep naar de Amerikanen: het bloemstilleven van Balthasar van der Ast (1593-1657), waarde vier miljoen dollar, is terug in Aken.

Driekwart eeuw nadat het op mysterieuze wijze verdween uit een oorlogsopslag heeft het Suermondt-Ludwig-Museum in Aken maandag een van zijn verloren gewaande topstukken gepresenteerd: een klein bloemstilleven van Balthasar van der Ast (1593-1657), een van de grote schilders uit de Gouden Eeuw.

Een anonieme verzamelaar uit New York heeft het schilderij na jaren onderhandelen voor het ‘vindersloon’ van 400.000 dollar (circa 350.000 euro), te weten 10 procent van de marktwaarde, aan het Duitse museum overgedaan.

De terugkeer is een groot succes voor Peter van den Brink, de Nederlandse directeur van het museum. Sinds hij in 2005 overstapte van het Bonnefantenmuseum in Maastricht heeft hij er een speerpunt van gemaakt om in de oorlog kwijt geraakte kunst terug te krijgen. De Van der Ast is het negende kunstwerk dat onder zijn leiding is teruggekomen, en „met afstand het belangrijkste”.

Oorlogstrofee

In 2008 wijdde het Suermondt-Ludwig Museum als eerste Duitse museum een tentoonstelling en symposium aan de kunst die werd geroofd uit het depot in Saksen, waar de kunst uit Aken sinds 1942 uit veiligheidsoverwegingen lag opgeslagen.

De locatie van het Suermondt-Ludwig Museum

Oorlogsverliezen aan de orde stellen ligt gevoelig in Duitsland, zegt Van den Brink. „Wie zijn wij om ons te beklagen? Don’t mention the war, dat is hier het motto.” Als Nederlander, zegt hij, kan hij met die „ontiegelijke druk” net iets vrijer omgaan.

Anders dan lange tijd verondersteld, bevond de Van der Ast zich niet onder de circa tweehonderd kunstwerken die de Russen in 1945 vermoedelijk als oorlogstrofee uit de opslag van het museum hebben meegenomen.

‘Nieuw ontdekte Van der Ast’

In 1997 werd dankzij een oplettende Nederlandse kunsthistoricus duidelijk dat het bloemstilleven in handen was van een Amerikaanse particulier, die het in 1973 had gekocht van de oud-Unilevertopman Sidney van den Bergh. De Nederlandse zakenman had het op zijn beurt in 1955 weer van een kunsthandelaar in Londen gekocht. Strikt genomen ging het om roofkunst, maar beide verzamelaars kochten het werk te goeder trouw als een nieuw ontdekte Van der Ast, een variant van het schilderij uit het museum in Aken.

Lees ook over een tentoonstelling over roofkunst in Deventer: Hoe zij hun in de Tweede Wereldoorlog geroofde kunst terugkregen

Door het doek te vergelijken met een oude zwart-witfoto van het schilderij in Aken ontdekte kunsthistoricus Fred J. Meijer in 1997 dat het om een en hetzelfde schilderij ging.

Teruggevonden

Diepgaand onderzoek leidde vervolgens naar een Duitse vrouw die voor de geheime Russische politie had gewerkt, ene Alice Tittel. Zij heeft de Van der Ast in 1945 uit het oorlogsdepot gestolen, samen met elf andere schilderijen. In Berlijn werkte de vrouw later voor de Amerikaanse strijdkrachten, waardoor ze in 1951 onder een nieuwe naam, Alice Siano, naar de VS kon emigreren, en van daaruit naar Canada.

Niet lang na aankomst in Canada verkocht de Duitse haar schilderijen. De Van der Ast is teruggevonden in het inkoopregister van de New Yorkse kunsthandelaar Victor Spark. De verkoper: Kenneth Saltmarche, directeur van een Canadees museum. Deze Saltmarche stond Siano niet veel later bij toen een man bij het Duitse consulaat in Toronto had geklaagd dat zij schilderijen van het museum in Aken en Dresden probeerde te verkopen. Siano getuigde dat zij zich niet kon voorstellen dat schilderijen van deze matige kwaliteit afkomstig waren uit zulke hoogstaande musea.