‘IS laste de deur van ons huis dicht’

Oorlogsmisdaden in Mosul

Islamitische Staat heeft oorlogsmisdaden gepleegd, zegt Amnesty International. Maar Irak en bondgenoten deden dat mogelijk ook.

Inwoners van Mosul proberen op 5 juli te ontkomen aan de gevechten tussen het Iraakse regeringsleger en IS. Maandag claimde de Iraakse premier Haider al-Abadi ‘de totale overwinning’ op IS in Mosul. FOTO Ahmed Jahlil/EPA

Strijders van het terreurnetwerk Islamitische Staat hebben zich bij de slag om het westen van Mosul de afgelopen maanden schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden. Ook de Iraakse strijdkrachten, bijgestaan door de Verenigde Staten en andere landen waaronder Nederland, hebben daarbij mogelijk oorlogsmisdaden begaan. Die beschuldigingen uit Amnesty International in een nieuw rapport, getiteld ‘At Any Cost’ (Tegen Elke Prijs). De publicatie van het rapport valt samen met de herovering van Mosul op IS na maandenlange strijd.

Vooral de meedogenloze manier waarop IS burgers gebruikte als menselijk schild vormde volgens Amnesty een ernstige schending van het internationaal humanitair recht. Daartoe gebruikten de IS’ers niet alleen lokale bewoners maar met dit doel dreven ze ook duizenden mensen uit dorpen in de omgeving van Mosul onder dwang de stad in voordat die van de buitenwereld werd afgesloten.

Voor de burgers in de stad werd het leven een nachtmerrie. Een van de schrijnendste voorbeelden die Amnesty noemt was het geval van vijftien mensen die eigenlijk hun huis wilden ontvluchten, toen de gevechten te dichtbij kwamen.

„We probeerden te ontvluchten maar IS wilde ons niet laten gaan”, vertelde een overlevende. „Ze lasten de voordeur van ons huis dicht (…) Ze kwamen naar ons toe met een pick-up vrachtwagen met een generator achterin en toen soldeerden ze de ruimte tussen de twee deuren dicht. (…) Nog erger, ze deden dat ook met een ander huis in onze buurt waar honderden mensen verbleven.”

Op een andere plaats brachten IS-strijders aan het begin en het eind van de straat boobytraps aan, waardoor bewoners feitelijk eveneens zaten opgesloten. „Ze verstopten de explosieven in theeketels zodat je niet wist waar je kon lopen. Je kon ze niet zien”, aldus de 42-jarige Hasan uit de westelijke buitenwijk Al-Hermat.

Diezelfde Hasan schetste de duivelse keuze waarvoor burgers zich zagen gesteld. „We hadden geen opties. Als je bleef, zou je in je huis sterven door de gevechten. Als je probeerde weg te vluchten, zouden ze je vangen en je doden, en je lichaam ophangen aan een elektriciteitsmast bij wijze van waarschuwing. Vier van mijn buren werden op de vlucht gevangen en ik zag hen bungelen aan een elektriciteitspaal.”

Met groot gevaar voor eigen leven kozen velen toch voor een vlucht naar de kant van de Iraakse regeringstroepen. Vele honderden, mogelijk duizenden werden door IS’ers gedood.

Een hard oordeel velt Amnesty ook over het Iraakse regeringsleger en zijn buitenlandse bondgenoten. Al wisten ze dat er veel burgers in de stad zaten, ze verzuimden hun militaire plannen aan te passen. Ze bleven gebruik maken van zware wapens, waarvan te verwachten was dat die veel doden zouden maken onder de burgerbevolking. Dit was een flagrante schending van het internationaal humanitair recht, aldus Amnesty. Zonder scrupules gebruikte het regeringsleger raketten. Daardoor vielen nodeloos veel doden en werd onnodig veel materiële schade aangericht.

Het leger strooide soms pamfletten rond met een waarschuwing het gebied te verlaten, maar in werkelijkheid was dat voor veel burgers in dat stadium onmogelijk. Daarom dreven bewoners soms zelfs de spot met zulke waarschuwingen.

Sommige burgers toonden zich tegenover Amnesty sceptisch over de toekomst. „Deze oorlog staat er borg voor dat er weer gevechten zullen zijn", meende Musab, een van Amnesty’s gesprekspartners. „Er is nul kans op een toekomst in Irak. Het heeft geen zin iets weer op te bouwen, want het zal toch allemaal weer worden verwoest", verklaarde een andere burger mistroostig.