De condooms in zijn tas, die waren van een vriend

Wie: Vedat S. (41)

Kwestie: winkeldiefstal

Waar: rechtbank Dordrecht

Zijn strafblad telt veertien pagina’s, maar Vedat S. heeft nooit langer dan drie weken vastgezeten. S. is het prototype kruimeldief. Steelt zo nu en dan iets kleins, zit eventjes vast, komt weer vrij, steelt weer – enzovoorts.

Vandaag moet hij in Dordrecht voorkomen voor het stelen van een paar pakjes condooms en sigaretten.

Ditmaal wil de officier van justitie S. echter voor langere tijd laten opsluiten. Dat kan via de Maatregel Inrichting Stelselmatige Daders (ISD), waarbij veelplegers in een inrichting worden behandeld. Als de officier haar zin krijgt, zou S. twee jaar celstraf krijgen voor een buit die nog geen paar tientjes waard is.

Een scenario dat de 41-jarige S. (rode polo- trui, zwarte haren in een scheiding) koste wat kost wil voorkomen. De rechter loopt de drie diefstallen die hij zou hebben gepleegd één voor één met hem door. Camerabeelden uit een Rotterdamse supermarkt tonen dat S. een paar pakjes Durex-condooms uit zijn mandje haalt, in zijn tas stopt en langs de kassa loopt.

„Die condooms waren niet van mij, die waren van een vriend”, zegt S. stellig.

„Waarom loopt u met condooms van uw vriend rond?”, vraagt de rechter.

S.: „Hij stond buiten een sjekkie te draaien en zei: hou deze tas even vast. Met die tas ben ik gaan winkelen.”

Wie deze vriend is, kan S. niet vertellen. Ook kan hij niet verklaren waarom de condooms die door een beveiliger in zijn tas werden gevonden, uit het supermarktschap zijn verdwenen.

Dan zijn er nog twee Papendrechtse supermarkten waar sigaretten zijn ontvreemd. Politieagenten herkennen S. in de man die op camerabeelden de pakjes meeneemt zonder te betalen. Weer ontkent S.: „Ik ben die persoon niet.” Al moet hij toegeven dat „de haarstijl” van de man op de beelden op zijn eigen haar lijkt, en die jas toch ook wel. „Maar zijn gezicht komt veel meer naar voren.”

Advocaat Robbert van Haneghem vindt dat de camerabeelden „heel vaag” zijn en vraagt om vrijspraak. Het verhaal dat S. vertelt over de condooms van zijn vriend, noemt hij „niet volstrekt ongeloofwaardig”. Maar of de rechter de diefstallen nu bewezen acht of niet, voor Van Haneghem is belangrijker dat zijn cliënt geen ISD-maatregel krijgt opgelegd. S. voldoet dan wel aan de criteria voor ISD (minstens drie veroordelingen in de afgelopen vijf jaar), maar volgens Van Haneghem is de straf buiten proportie en bovendien niet nodig. S. zit al een half jaar in voorarrest en zou daar tot „bezinning” zijn gekomen.

S. is vastbesloten een nieuwe weg in te slaan, zegt hij ook zelf. Hij heeft „geleerd” van zijn fouten. „Ik heb zoveel spijt van mijn verleden, ik kan het gewoon niet onder woorden brengen.” S., een voormalig leerlooier in Brabant, zegt dat hij begon met stelen nadat hij zonder werk kwam te zitten. „Sollicitaties mislukten. Het was alleen maar: nee, nee, nee.” Vervolgens kreeg hij „onterecht geen uitkering” en zakte hij „nog dieper in de grond”.

Hoe denkt hij te voorkomen dat hij niet weer in de fout gaat zodra hij op vrije voeten komt, vraagt de rechter.

„Direct een uitkering regelen”, zegt S. „En meewerken met de reclassering.” 

De officier van justitie gelooft er weinig van. „Ik krijg een beetje een lach op mijn gezicht van wat u zegt.” Na de vorige diefstal beloofde S. immers ook mee te werken met reclassering, maar toen hij vrij werd gelaten, kwam hij niet opdagen op afspraken. Daarom is het volgens de officier tijd voor een „sterkere stok achter de deur”.

De rechter acht de diefstallen bewezen. Het verhaal over de condooms die van zijn vriend zouden zijn, vindt de rechter ongeloofwaardig. Op de camerabeelden is S. „voldoende duidelijk” te herkennen. De rechter gaat mee in de eis van de officier en legt hem de ISD-maatregel op voor de duur van twee jaar.