Critici willen Thomashuizen verbieden

Zorg

Kritiek zwelt aan op de Thomashuizen, de kleinschalige woonvorm voor gehandicapten. Jaloezie van de zorgreuzen?

Om een Thomashuis, zoals hier in Culemborg, te financieren, leggen de negen bewoners hun pgb’s bij elkaar. Foto’s Merlin Daleman

Een kleinschalige vorm van zorg voor gehandicapten roept plots veel weerstand op. De Thomashuizen, ooit opgezet door een vader die zijn gehandicapte zoon niet in een anoniem instituut wilde onderbrengen, liggen onder vuur.

Deze lente gaf een werkgroep van topambtenaren een negatief advies over de huizen zonder ze bij naam te noemen. Punt van kritiek: kleinschalige zorg bestaat bij de gratie van persoonsgebonden budgetten. Maar daar zijn die nooit voor bedoeld.

De persoonsgebonden budgetten (pgb’s) zijn inderdaad ooit bedacht om patiënten zelf de regie te geven zodat ze met een budget van het Rijk hun eigen zorg inkopen.

Inmiddels, zo constateert de werkgroep, is 95 procent van de patiënten die pgb’s in Nederland ontvangen niet in staat zijn eigen budget te beheren. Daar zijn vertegenwoordigers voor nodig. En dat maakt het systeem misbruikgevoelig.

Sterker, voor veel ouders is het pgb van hun gehandicapte kind een belangrijke inkomstenbron geworden, constateren de adviseurs van het kabinet. Daarmee is het pgb een inkomensvoorziening geworden. Boodschap: dat zou je als samenleving niet moeten willen.

Bij de Thomashuizen bundelen ouders het zorgbudget van hun gehandicapte kinderen, waardoor het mogelijk wordt prettige, doorgaans vrijstaande, panden te huren voor de permanente zorg van negen bewoners. Is dat een lumineus idee of een probleem, omdat het zo niet bedoeld is?

Maar er is meer aan de hand. Thomashuizen raakten onlangs in opspraak doordat de zorg er niet in orde zou zijn en er te veel winst zou worden gemaakt. Econoom Harrie Verbon refereerde aan die misstanden toen hij onlangs opriep de werkwijze van de Thomashuizen te verbieden. Zij zijn eigenlijk ‘reguliere zorginstellingen’ die oneigenlijk worden gefinancierd, vindt hij. Daardoor blijft minder geld over voor de reguliere instellingen.

Misstanden

Maar bij de gevestigde zorgreuzen – de gehandicaptenzorg wordt gedomineerd door instellingen met honderden miljoenen omzet – zijn ook wel eens misstanden. Moeten die dan ook verboden worden?

Nee, zo heeft Verbon dat niet bedoeld, zegt hij. De wetenschapper erkent dat er overal goede en slechte zorginstellingen zijn. Hij zegt dat kleinschalige zorg „sowieso beter” is dan de grootschaligheid die nu overheerst. „De grote zorginstellingen moeten op de schop.”

Maar wat is dan het probleem? Verbon: „Het gevaarlijke element van de Thomashuizen is dat zij onder de radar blijven. De overheid heeft er geen greep op. Dat geldt niet voor de reguliere instellingen.” Zie hoe de laatste geraakt werden door de bezuinigingen, terwijl de kleinschalige zorg daar geen last van had omdat die veelal via pgb’s worden gefinancierd.

Maar is dat een probleem als Thomashuizen goedkoper zijn? Verbon blijkt vooral de marktwerking in het algemeen te betreuren. „Die is op de verkeerde plaatsen doorgevoerd.”

Om een Thomashuis, zoals hier in Culemborg, te financieren, leggen de negen bewoners hun pgb’s bij elkaar.
Foto’s Merlin Daleman

Loek Winter, een van de eigenaren van het bedrijf waar de Thomashuizen onder vallen, claimt dat de zorg in Thomashuizen goedkoper én beter is. Het laatste is moeilijk meetbaar, maar de tevredenheidscijfers over Thomashuizen zijn hoog. De huiselijke en kleinschalige opvang wordt geroemd. En het is nog goedkoper ook, blijkt uit vergelijking met de jaarrekening van een paar concurrenten.

Ook de winst van Thomashuizen is niet buitensporig. Branchegenoten maken gemiddeld meer winst. Neem ‘s Heeren Loo, een zorgconcern (omzet 687 miljoen euro, winst 7 miljoen) dat jaarlijks hulp aan 10.000 patiënten verleent. Ruim 6.000 daarvan worden permanent opgevangen in tehuizen. Dat wijst op een kostprijs van tussen de 70.000 en 100.000 euro per patiënt per jaar – meer dan een Thomashuis.

Winter spreekt van „institutionele jaloezie”. In zijn huizen is alles informeler, kleiner, menselijker, zegt hij. „In de grote zorginstellingen heb je alleen maar lange witte gangen.”

Zijn grootste zorg is dat Thomashuizen in het keurslijf van de gewone financiering worden geperst. „Dan gaat een zorgverzekeraar of gemeente je betalen. En die wil geborgd zien dat het geld goed wordt uitgegeven. Terecht, want het gaat om gemeenschapsgeld. Maar dan krijg je dus allerlei institutionele beheersmechanismen.” Kortom, de bureaucratie die nu juist vermeden wordt.

Het pgb krijgt ieder jaar kritiek van de Algemene Rekenkamer. De overheid heeft te weinig grip en zicht op die uitgaven, precies ook de kritiek van econoom Verbon. Maar is dat niet een geheel ander probleem?

Loek Winter: „Het pgb is het mooiste maar helaas ook het enige financiële vehikel dat je als dwarskijker in de zorg kan gebruiken voor een uiterst mensgerichte benadering.”