‘Ik heb nooit meer mijn oude niveau gehaald’

Net als Nouri zakte oud-Vitesse-speler Michael Jansen tijdens een wedstrijd in elkaar. Hartritmestoornis. “Je weet dat er opnieuw iets kan gebeuren.”

Michael Jansen (R) in zijn tijd als speler van Vitesse. Foto ANP

Hij was bij zijn ouders toen hij het zaterdagmiddag hoorde. Zijn broer las het bericht voor vanaf zijn telefoon: ‘Ajacied Abdelhak Nouri is in elkaar gezakt bij een oefenduel van Ajax tegen Werder Bremen.’ “Net als ieder ander schrok ik”, zegt Michael Jansen. “We zapten naar Ziggo Sport voor commentaar. De rest van de dag heb ik de ontwikkelingen intensief gevolgd.”

Twaalf jaar geleden overkwam Jansen (33) iets soortgelijks. Tijdens een thuiswedstrijd tegen Ajax zakte de oud-Vitesse-verdediger in elkaar en was hij een halve minuut buiten bewustzijn. Toen hij zijn ogen open deed zag hij het scorebord. ‘Voetballen, jij!’, dacht hij. Hij begreep niet waarom de trainer hem op aandringen van de clubarts naar de tribune verwees. Voor zijn gevoel was hij lichamelijk in orde.

De volgende dag hervatte Jansen de training. Maar hij haakte na een half uur af met hoofdpijn en misselijkheid. De medische staf van Vitesse stuurde hem voor neurologisch onderzoek naar het Radboudziekenhuis in Nijmegen. Daar kreeg hij te horen dat hij een hartritmestoornis had en zijn loopbaan als profvoetballer verder kon vergeten.

Geen genoegen

“Ik nam daar geen genoegen mee”, zegt Jansen, die nu jeugdtrainer is bij Vitesse. Via via kwam hij hij in contact met de Leidse cardioloog Martin Schalij. Die plaatste in november 2005 een kastje ter grootte van een luciferdoosje (defibrillator) tegen zijn borstspier. “Mijn goede, zwijgzame vriend”, zou Jansen het apparaat gaan noemen.

Kort na de operatie stond hij weer op het veld. Maar pas na tweeënhalf jaar speelde hij zijn eerste wedstrijd voor Vitesse. “Met kastje, ja. Het was geen makkelijke periode, want ik speelde met gemengde gevoelens. Je bent blij dat je weer meedoet, maar weet ook dat er opnieuw iets kan gebeuren.”

In de daarop volgende periode werd meerdere keren een hartritmestoornis door het kastje geregistreerd. Jansen moest ook medicijnen slikken, wat zijn sportieve prestaties negatief beïnvloedde. “Ik heb nooit meer mijn oude niveau gehaald”, zegt hij. “Maar ik heb mijn voetballoopbaan wel degelijk vervolgd.” Feyenoord bood hem een contract aan voor een half jaar. Hij speelde een tijd bij De Graafschap, SC Cambuur en FC Groningen. “Daarmee bewees ik aan mezelf dat ik het toch geflikt had.”

In Groningen merkte Jansen dat hij het niveau niet aankon. “Ik besefte dat ik door de medicijnen nooit meer de top zou kunnen halen. Dan moet je kiezen: risico’s nemen door ze niet te slikken of je ambities bijstellen. Ik koos voor het laatste.”

Spijt van zijn keuze heeft hij nooit gehad. “Ik realiseer me dat het leven zomaar voorbij kan zijn. Daar word ik steeds opnieuw aan herinnerd.” Vorige maand nog, toen oud-Twente-speler Cheick Tioté aan een hartaanval overleed tijdens de training bij zijn club Beijing Enterprises FC. “Hij was pas 30. Op zo’n moment zeg ik tegen mezelf: genieten jij!”

Moeilijk te accepteren

In de maanden nadat hij buiten bewustzijn raakte, kwam er veel op hem af, zegt Jansen. “Iedereen wil weten hoe het gaat. Of het goed komt. Bij mij was niet meteen duidelijk wat de oorzaak van mijn klachten was. Misschien had ik wel iets verkeerds gegeten. Bij Nouri staat nu al vast dat het om een hartritmestoornis gaat. Ik kan mij voorstellen dat hij het moeilijk vindt om straks te accepteren wat er gebeurd is. Waarschijnlijk heeft hij nooit eerder problemen gehad. Zijn eerste gedachte zal zijn: verhelp dit even, dan kan ik weer voetballen.”

En misschien vált het ook mee, zegt Jansen. Niet iedereen met een hartritmestoornis draagt een defibrillator. Soms is het voldoende een stukje hartweefsel weg te branden en komt de patiënt er snel weer bovenop. “Wie weet staat hij over een maand weer op het veld. Ik hoop het echt voor hem.”

Aan het eind van het gesprek geeft hij Nouri nog één tip mee: zoek een specialist die je vertrouwt. Iemand die je blindelings volgt als hij zegt: ‘het komt goed’ of ‘het wordt niks meer, leg je erbij neer’.

Jansen is honderd procent genezen verklaard en kan zijn kastje jaarlijks in de buurt laten uitlezen. En toch rijdt hij liever van Gelderland naar Leiden, omdat hij vertrouwen heeft in zijn cardioloog. “Dat geeft houvast.”