Commentaar

G20: met elkaar praten is beter dan óver elkaar

In de inmiddels beruchte Hamburgse rellenwijk Schanzenviertel zaten hele families zondagmiddag gehurkt op straat om, gewapend met stoffer-en-blik en engelengeduld, duizenden glasscherven tussen de klinkers uit te peuteren. Na drie nachten gevechten tussen relschoppers en politie ging de wijk over tot de orde van de dag.

De straatgevechten zullen de Duitse politiek nog lang bezighouden. Deed de politie haar werk goed? Heeft de samenleving een kleine kern linksradicale relschoppers te lang gedoogd? Was het wel zo slim van kanselier Merkel om de G20, forum voor vrijhandel, uit te nodigen in een stad die bekendstaat om linkse relschoppers en waarvan de bevolking zich niet lang geleden met succes keerde tegen een bod op de Olympische Spelen?

Maar wat is een democratie waard, die lastige politieke debatten tussen leiders verbant naar een eiland of een moeilijk bereikbare berg? Niet veel.

Deze linkse wijk in Hamburg was dit weekend het toneel van plunderingen, brandstichting en geweld

Een klein deel van demonstranten was niet uit op gesprekken, maar op veldslagen. Ook de vreedzame betogers hebben ze geen dienst bewezen – hun politieke grieven kwamen nauwelijks aan bod. En er is zeker wat aan te merken op de uitwassen van globalisering en het gebrek aan democratische rechten in een aantal G20-landen. In het congrescentrum speelden mensenrechten bijvoorbeeld geen rol van betekenis. Het waren burgers die met spandoeken aandacht vroegen voor de opsluiting van journalisten in Turkije en de mensenrechten in China.

Met de overlast drong zich ook de vraag op of het überhaupt wel nodig is, zo’n jaarlijkse bijeenkomst van wereldleiders, die twee dagen vriendelijk lachen voor de camera en, na het genot van concert en diner, een zouteloze slotverklaring publiceren waar diplomaten weken aan hebben gevijld?

De G20 is geen wereldregering, maar een forum geboren uit de financiële crisis van 10 jaar geleden. Er zitten democratische en autoritaire regimes bijeen die tweederde van de wereldbevolking vertegenwoordigen. Als die samen ook maar iets kunnen bereiken, is dat veel waard.

Het was de eerste G20 met de nieuwe Amerikaanse president Trump. Er is veel gepraat, maar is de wereld er ook beter van geworden? Lees de analyse van onze redacteur Michel Kerres.

De G20 in Hamburg heeft geen grote doorbraken bewerkstelligd. In herinnering blijven, naast de beelden van de rellen, waarschijnlijk vooral de eerste ontmoeting tussen de presidenten Trump en Poetin en mogelijk het gastoptreden van Ivanka Trump, die even op de stoel van haar vader ging zitten.

Toch bewees ook deze bijeenkomst haar nut. Er was een lichtpuntje voor Syrië: Rusland, de VS en Jordanië proberen opnieuw een staakt-het-vuren te bewerkstelligen in een deel van het land. De G20 wist ook, in elk geval voorlopig, een handelsoorlog over staal te voorkomen en committeerde zich aan de principes van de internationale orde. Landen bereiken samen meer dan elk land apart, staat in de preambule, en verderop zeggen de landen hun conflicten op te zullen lossen volgens internationale rechtsregels. Bovendien onderstrepen de landen hun afkeer van protectionisme en hebben bijna alle landen hun steun voor het belangrijke Klimaatverdrag van Parijs herhaald.

Het zijn vrome verklaringen, waar een leider morgen van kan afwijken. Maar het loont om steeds weer te proberen de wereld te behoeden voor een ongeremd ‘ieder voor zich’ – zeker met een America-First-president in het Witte Huis. En hoe vaker je zegt dat je het Klimaatakkoord van Parijs steunt, hoe moeilijker het wordt je belofte te breken.

Een G20 is meer dan de slotverklaring. Regeringsleiders ontmoeten elkaar ook onderling, in strak geregisseerde ontmoetingen en min of meer per toeval. Zo sprak premier Rutte kort met Vladimir Poetin over MH17 op weg van concert naar diner. Het is altijd beter met elkaar te praten dan over elkaar.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.