Column

De etappe van de pijn

Na een val op het asfalt greep Robert Gesink naar zijn onderrug en trok een mond die zo met hem verbonden is, zijn lippen vormden een langwerpige o. De o van au. Op zaterdag had Gesink nog laten zien hoe sterk hij was. Ervaren slalomde hij in eigen tempo naar voren en maakte kans op de overwinning, zeker toen de koploper met een van kramp vertrokken gezicht vlak voor de finish leek op te geven. Uiteindelijk won hij toch en werd de Nederlander tweede.

Een dag later kon Gesink na zijn smak niet verder. Het afstappen was pijnlijk om te zien, maar na een paar uur telde het ongeluk al niet meer. Op hoge snelheid raakte Richie Porte van de weg, ging over de kop en kwakte tegen een bergwand. Iedere herhaling van het moment deed zeer.

In dit ongeluk zat de angst voor alle valpartijen verpakt. En niet alleen op een fiets. Ook de noodlottige val van een rotte trap, van een slippende motor in de regen, van een op hol geslagen paard, de val van een baby na een onbewaakt moment tijdens het verschonen.

De nare val van Porte schoot je naar het voorportaal van de dood. Ging hij het redden? Was die afdaling niet te riskant voor het peloton? En, persoonlijker, moest ik in het leven beter oppassen, minder risico nemen, waar en met wie dan ook?

Zo gaan piekeren na het zien van een zware val is begrijpelijk maar tegelijkertijd onzinnig. Het haalt de vaart uit het leven. Een val overkomt je, de actie gaat voor het denken uit. Je kunt niet anders dan het ondergaan, je moet machteloos afwachten wat het resultaat van een val is. Mankeer je niets? Slechts één schrammetje? Botbreuken? Eeuwige verlamming? Of moet de begrafenisondernemer gebeld?

De enige remedie tegen vallen is – indien mogelijk – doorgaan. En in het peloton betekent dat verder fietsen. Porte kon niets meer. De val had van hem een ‘nog nét levende wielrenner’ gemaakt. Roerloos liggend op het asfalt kreeg hij een harde kraag rond zijn nek en werd op een oranje baar afgevoerd.

Dit was de etappe van de pijn. Van de gebroken bottenpijn, de zielenpijn, de pijn van het naderende einde van de carrière van Alberto Contador en helemaal aan het eind zo bleek, de pijn van onverwacht verlies.

Op de eindstreep gooide Warren Barguil zijn handen omhoog. Hij dacht de sprint gewonnen te hebben van Rigoberto Uran. Vreugdetranen gleden over zijn wangen. Vijf minuten later kwam de finishfoto in beeld. Haarscherp was te zien dat Uran met een paar centimeter verschil toch had gewonnen.

Een winnaar bestempelen als verliezer. Wrang. Het deed pijn aan de ogen, zeer rond de hartstreek. Au, au, au.