Links-rechts denken is passé

De wereld verandert, en ook Europa krijgt een transformatie, schrijft columnist Caroline de Gruyter. Voor zo’n revolutie is geen bloedvergieten nodig.

Veel reacties op de nieuwe Franse president Emmanuel Macron verlopen volgens een zeker patroon. Toen Macron aankondigde dat hij president wilde worden, riep iedereen dat hij een nul was, een technocraat met het charisma van een deurknop. Toen Macron als een raket omhoog schoot in de peilingen, zei men dat zijn beweging En Marche! een mediahype was en dat hij geen programma had. Toen hij wel een programma had en op winst stond, hoorde je dat dit enkel kwam doordat Marine Le Pen zijn voornaamste concurrent was. Toen hij president werd, riep men dat hij geen parlementaire meerderheid zou krijgen en moeilijk kon regeren. Toen hij die meerderheid had, waren velen het erover eens dat Macron te machtig was en dat het hem naar de bol was gestegen. Nu wordt hij beurtelings geportretteerd als inhalige bankier, Napoleon Bonaparte, farao of zonnekoning.

Intussen lees je zijn plannen met de politiek, economie en samenleving, en denk je: deze man wil een revolutie doorvoeren. Verregaande decentralisatie in het onderwijs. Flink snoeien in de 577 (!) parlementariërs en hun privileges. Geen uitkering meer als je tweemaal werk weigert, maar wél een uitkering als je je baan opzegt omdat je iets anders wilt. Sociale lasten die niet door de sociale partners maar uit belastingrecettes worden gefinancierd, waardoor bedrijven makkelijker vaste krachten inhuren. Cao’s die per bedrijf worden afgesloten, niet landelijk. Als Macron hier zelfs maar een kwart van uitvoert, is Frankrijk over een paar jaar een ander land. Een land ook dat in Europa andere accenten gaat leggen.

In een nieuwe Franse krant, Le 1, vergeleek de voormalige Frans-Duitse groene europarlementariër Daniel Cohn-Bendit Frankrijk met de Sovjet-Unie in 1989: je haalt één persoon weg, één steentje uit het immense bouwwerk – en alles dondert in elkaar. Kennelijk was het systeem er klaar voor. De politieke en sociale oppositie in Frankrijk is knock-out. En dit alles zonder destructie, wapengekletter of bloedvergieten; alle instituties functioneren nog. Velen weten niet goed wat ze ervan moeten vinden. Begrijpelijk: hun antennes staan nog op het oude systeem afgesteld. Cohn-Bendit, een vroege Macron-supporter die geen minister wilde worden omdat hij vrij wil zijn om het met hem oneens te zijn, ziet in eigen kring: „Wat verdwenen is, is de intellectuele luiheid uit het links-rechts tijdperk om alsmaar te zeggen: ‘Dit is links en dus goed. Of, dit is niet links en dus niet goed.’ Dat kan niet meer. Bij elk onderwerp moet je je nu afvragen of het goed is of niet, of het gaat werken of niet.”

Dit gaat over één land. Maar als je uitzoomt en naar de wereldleiders kijkt die deze week in Hamburg waren, zie je iets dergelijks. Sommige G20-landen – VS, VK, Italië, Brazilië – beleven politieke aardverschuivingen. De G20 zelf is een product van de wereld van gisteren: de naoorlogse orde die erop gericht was om zoveel mogelijk landen aan boord te krijgen. Die orde is weg. De VS accepteert de plichten van mondiale supermacht niet meer. China wordt steeds belangrijker. Turkije en Rusland bedrijven weer ouderwets machtspolitiek. Het is één grote reset.

Veranderende landen, veranderende wereldorde. Europa zit ertussen, als ham in de sandwich. Ook zij krijgt een transformatie. Taboes sneuvelen, oude reflexen over links-rechts of Europees-nationaal raken onklaar – in Brussel en de hoofdsteden. Alles gaat bewegen, let maar op. Net als met Macron weten we niet waar het op uitdraait. Eén ding weten we wel: voor zo’n revolutie is geen bloedvergieten nodig, of totale destructie van alles wat eraan vooraf ging. Met een radicale doorstart, goede timing en een dosis wilskracht kun je een eind komen.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.