Deze linkse wijk was vannacht het toneel van plunderingen, brandstichting en geweld

Rellen in Hamburg

In de linkse buurt waar de grootste rellen waren, is ook begrip voor de hooligans. Wie organiseert hier nu een G20?

We zijn hier wel wat gewend, zegt Falk Hocquél. Hij woont al tien jaar in het hart van het Schanzenviertel, de linkse wijk in Hamburg die vrijdagavond en -nacht het toneel was van plundering, brandstichting en geweld door in het zwart geklede en gemaskerde links-extremisten. Er heerste volledige anarchie, de politie was alle controle kwijt. Pas om een uur of drie ’s nachts wist de oproerpolitie, bijgestaan door de zwaar bewapende speciale commando-eenheid SEK, de rust in de buurt te herstellen.

„We zijn hier in de buurt allemaal links”, zegt Hocquél, „en natuurlijk zijn we tegen de G20. Op 1 mei zijn hier ieder jaar wel relletjes. Maar zo heftig als wat er vannacht is gebeurd, heb ik het nog nooit meegemaakt. Dat was onzinnig. Wat bereik je daar nou mee? Men zei: iedere vorm van protest tegen de G20 is welkom, maar daar ben ik het niet mee eens. En nu krijgt de politie de schuld, maar wat heeft die nu verkeerd gedaan?”.

Twitter avatar JuurdEijsvoogel Juurd Eijsvoogel Geplunderde supermarkt in Hamburgs Schanzenviertel https://t.co/NY1OeGTB72

Hij haalt na al die jaren de gewelddadige figuren van het Zwarte Blok er zo uit, zegt hij. Niet eens zozeer omdat ze gemaskerd zijn en gekleed in het zwart. „Je ziet het aan hun manier van lopen”, zegt hij, en hij doet het voor: breedbenig, hoofd en schouders naar voren, snel, opgefokt lopend. „Vol adrenaline, dat zie je meteen.”

Men zei: iedere vorm van protest tegen de G20 is welkom, maar daar ben ik het niet mee eens. En nu krijgt de politie de schuld, maar wat heeft die nu verkeerd gedaan?

Naast de Rote Flora, het voormalige theater dat al een kwart eeuw dienst doet als een soort hoofdkwartier van radicaal links, richtte Hocquél tien jaar geleden een cultuurcentrum op met bioscoop, café, theater- en concertzaal. Hij had de grote ramen van het centrum vrijdag niet met houten schotten afgetimmerd, zoals veel winkels en café’s in Hamburg wel deden. „Je moet een beetje burgermoed hebben. Wij zijn hier de hele nacht gebleven, we hebben mensen geholpen die per ongeluk in het gewoel terecht waren gekomen, en we hebben gewonden verzorgd.”

Foto Lukas Barth/EPA
Foto Odd Andersen/AFP
Foto Steffi Loos/AFP

Zijn kleine kinderen had Hocquél donderdag al de stad uitgebracht, want hij had al een voorgevoel dat het mis zou gaan. Hij woont naast zijn Kulturhaus en dus ook vlakbij de Rote Flora. Hij heeft geen enkel probleem met dat centrum van zogeheten autonomen, die zeggen dat ze het geweldsmonopolie van de staat niet erkennen. „Maar het zou goed zijn als ze na het geweld van gisteren duidelijk zouden zeggen dat bepaalde rituelen niet meer van deze tijd zijn. Een paar jaar geleden, toen er ook rellen waren geweest, organiseerden ze op straat een groot kussengevecht. Zoiets is goed, want het kan een gesprek op gang brengen.”

Volle terrassen

In de buurt rook het zaterdagochtend om half acht nog naar rook, er lagen nog smeulende resten van barricades en restanten van plunderpartijen op straat. Maar de stadsreiniging was al druk in touw om alles op te ruimen. Om tien uur was het pleintje voor de Rote Flora, waar de strijd het hevigst was, alweer aan kant. De terrassen liepen weer vol, buurtbewoners kwamen een kijkje nemen, winkeliers ruimden de schade op of waren weer gewoon open. „Ik heb gepantserd glas”, zegt een kioskhoudster laconiek, „want ik weet in wat voor buurt we zitten.”

Dat weet Corinna Rueb ook, een beeldend kunstenares die vijf jaar geleden naar Hamburg kwam om in deze alternatieve wijk te gaan wonen. Gevraagd wat ze van de gebeurtenissen van de dag ervoor vindt, zegt ze: „Schande, pure gekte”. Ze doelt niet op de plunderingen en het geweld, maar op het feit dat de G20 in Hamburg wordt gehouden. „Zoiets hoort niet in een grote stad. En Hamburg is ook nog een linkse stad. Als je zoiets organiseert, dan kan je verwachten dat er rellen komen.” Een andere bewoner valt haar bij. En gevraagd naar wat de hooligans hebben aangericht, zegt hij: „Wat die jonge mensen doen, dat kan ik niet beoordelen.”

Bij de Rote Flora staat de deur open. Maar eenmaal binnen valt meteen een groot plakkaat op, dat er een dag eerder nog niet hing: No cops, No press, No photos. En nee, daarop wordt geen uitzondering gemaakt, zegt een stuurse man bij navraag.

Even verderop wijst Falk Hocquél op de nieuwe graffiti, die vrijdagnacht op de muren en het balkon van zijn Kulturhaus is aangebracht. „Kijk: in het Russisch, het Italiaans, het Frans – veel van de relschoppers kwamen uit het buitenland, daarvan ben ik overtuigd.”