Column

Hondsdolheid

De spurttrein is ten onder gegaan aan razernij. Sprinters zijn de discipline kwijt om zich door ploegmaats te laten meezuigen tot 50 meter voor de meet. Mario Cipollini had het systeem van de aerodynamische paternoster uitgedokterd. Het werd geperfectioneerd door Mark Cavendish. De sprinter werd fanatiek uit de wind gehouden.

Die discipline is vandaag uiteen geranseld door hondsdolheid. In het zicht van de meet wordt de voorwacht van het peloton een flipperkast. Waaiervorming overboord, sprinters gaan F1-coureurs achterna bij de start. Ze springen van wiel naar wiel, slalommen instinctief naar het paradijs. Met doodsverachting.

Het is niet helemaal nieuw. Robbie McEwen hield zich aan geen enkele trein. Alsof hij uit de ondergrond was gekatapulteerd begon hij aan zijn jump. Een nog grotere cowboy was Djamolidine Abdoesjaparov. Zware valpartijen hielden hem niet tegen. Het gevecht om de treintjes op de rails te brengen eindigde ook nog in bokspartijen. Een gunstige positionering in de laatste kilometer was het duistere kluwen wel waard.

De sprint is vandaag geïndividualiseerd. Niet per geloofsartikel, bij machteloosheid. Wielerformaties zijn er in deze Tour nog niet in geslaagd een trein te vormen voor de laatste kilometers. Dylan Groenewegen van Lotto-Jumbo was in elke sprint op zichzelf aangewezen. Marcel Kittel eveneens, maar de Duitse sprinter heeft meer ervaring dan Dylan. Het is zijn specialiteit geworden om tot 200 meter voor de meet geheel onzichtbaar te blijven. Uiteindelijk blijkt hij de beste machtssprinter te zijn.

Sprinters gooiden zich deze week met doodsverachting in de strijd om dagsucces, niet zonder gevolgen. “Het is wachten op het eerste dodelijke ongeval in de sprint.”

De ontwrichting van de sprint is ook het gevolg van de ziedende snelheid waarmee nu wordt gekoerst. Het is haast ondoenbaar om nog een heel peloton te dresseren in functie van de eigen leadout. Alles krioelt door elkaar heen.

Sprinten is vallen. Vaak wordt dan gezegd dat het komt omdat ‘toeristen’ zich met de sprint gaan bemoeien. Mannen die er niets te zoeken hebben maar wel even geil zijn naar een bloemenmeisje.

Sprinten is nog zelden een koninklijk nummer. Er wordt geduwd en getrokken, geslingerd en gekwakt voor het leven. Soms wordt zelfs in volle sprint met een drinkbus gegooid (Tom Steels). Een massasprint is nooit reglementair. Zolang de obstructies in het geniep gebeuren, hoor je daar niemand over. Pas wanneer televisiebeelden het oorlogsgeweld blootleggen, ontstaat enige opwinding.

Ongekend is de sanctie die Peter Sagan voor de wielen kreeg na zijn spurt tegen Mark Cavendish. ‘Cav’ lag in de dranghekken met een schouderblessure. Sagan werd door de UCI-jury na een paar zwalpende uren uit de Tour gezet. Excommunicatie van de wereldkampioen! Draconische sanctie die veel tegenwind opriep. En die zelfs door ‘slachtoffer’ Cavendish werd weggelachen. Bij de proclamatie van jurysporten voel ik me altijd lichtjes onbehaaglijk. De televisiebeelden over incident Sagan-Cavendish bleven in een flou artistique hangen. De schuldvraag kwam niet uit de verf. Ik had het gevoel dat de UCI-jury eerder een nummertje wou opvoeren, in de rebellerende geest van Macron. De uitstraling van Sagan had die van de Tour overtroffen - nou dan voelen Fransen zich gekwetst.

Sprinten leidt per definitie tot verscheurdheid tussen goed en kwaad. Alleen heeft Marcel Kittel met drie etappezeges wel bewezen dat hij absoluut de snelste is. Zonder treintje, maar toch met dank aan een paar ploegmaats. Van biotoop zijn sprinters behoorlijk ordinair, maar Kittel verheft zijn bloedgroep. Met een bijna literaire glans en een lach waarop ik graag zou dansen.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver