Klapper op eerste dag North Sea Jazz: Usher & The Roots

North Sea Jazz Lange rijen voor sterren als Chick Corea op eerste festival dag, waar ook Grace Jones, jonge jazzsterren en MONK’estra met een eerbetoon aan Thelonius Monk opvielen.

Damon "Tuba Gooding Jr." Bryson, de sousafonist van The Roots tijdens het concert met Usher. Foto Andreas Terlaak.

Intensieve fouillering en een verbod op grote tassen. Kalm lieten de bezoekers aan de 42e editie van North Sea Jazz vrijdag het in de extra lange wachtrijen voor Ahoy in Rotterdam over zich heen komen. In een grote tent op het plein voor Ahoy konden spullen veilig in lockers worden opgeborgen.

Begrip was er alom voor de strengere veiligheidsmaatregelen, ondanks de wachttijden. Binnen klonk meer gemor. Bands kijken op North Sea Jazz is heen en weer hollen tussen alle podia, verspreid in en rond Ahoy. Maar met een maximaal uitverkocht huis, met 25.000 bezoekers per avond die langs twaalf podia struinen, voelde het deze avond overvol. Met dus ook weer lange rijen voor zalen waar grote publiektrekkers als Chick Corea of Wayne Shorter speelde - ondanks dat er logistiek echt weer meer beweegruimte was gecreëerd.

Het driedaagse festival, alweer voor de twaalfde keer in Rotterdam, blijft overigens voorlopig ook in de havenstad, zo werd vrijdag bekend. De organisatie tekende een contract met de gemeente dat het festival tot en met tenminste 2022 aan Ahoy Rotterdam verbindt.

Wachten tot de deuren opengaan voor het begin van het festival. De rij voor Ahoy’ duurde voor veel mensen langer dan andere jaren door verscherpte tassencontroles.
Foto Andreas Terlaak.
Publiek in de Maas-hal bij het concert van Corey Henry & The Funk Apostles.
Foto Andreas Terlaak.
Vrijdagmiddag werd bekendgemaakt dat het festival de komende vijf jaar in Rotterdam blijft.
Foto Andreas Terlaak.
De 42e editie van North Sea Jazz Festival is ook weer uitverkocht.
Nederland, Rotterdam, 07-07–2017. Sfeer op de eerste dag van het North Sea Jazz Festival. Foto: Andreas Terlaak
Het festival is weer uitverkocht.
Foto’s Andreas Terlaak.

Rising jazzstars

Goed, dan de muziek. Op het terrein van jazz lieten deze avond van rising stars zich gelden; allemaal relatief jonge jazzmusici wier moderne jazz bol staat van vernieuwingsdrift. Openingsact Morris Kliphuis maakte veel indruk met de compositieopdracht die North Sea Jazz jaarlijks uitschrijft. Kliphuis is uitzonderlijk op hoorn - een moeilijk beheersbaar instrument waarmee in de jazz makkelijk van de noot af te vallen is. In zijn werk Dimlicht wierp hij met sextet de deuren wijd open: een popritmesectie van drums, bas en toetsen met abstracte improvisatie. Hij zette breed in, heel lyrisch samen met saxofonist Mete Erker op gruizige grooves, of juist gevoelig in lange frasen met veel lucht.

Morris Kliphuis tijdens de premiere van zijn compositie Dimlicht.
Foto Andreas Terlaak.
Bram Stadhouders bespeelde een enorm orgel via zijn gitaar en laptop.
Foto Andreas Terlaak.
Morris Kliphuis en Bram Stadhouders.
Foto’s Andreas Terlaak

En ook drie muzikanten uit Chicago zette een dikke streep onder hun muziek. Steeds weer doken ze – drummer Makaya McCraven, saxofonist Greg Ward en trompettist Marquis Hill - op in elkaars bands. Een uiterst efficiënte manier die hun veelzijdigheid benadrukte en meteen de nieuwe geldende jazzscene van Chicago voor het licht bracht. Zo zaten Greg Ward & 10 Tongues vanaf de eerste noot in het juiste spoor. Wards bewerkingen van muziek van Charles Mingus in zijn doordachte suite Touch My Beloved’s Thought waren raak en meevoerend.

Viering jazzhistorisch jaar

De viering van het jazzhistorische jaar 1917 op North Sea Jazz wijst er ons dit weekend maar op: de jazz kent zeer veel dode helden met een aanzienlijk repertoire dat het waard is steeds weer opnieuw te verkennen. Zo had het MONK’estra van pianist en arrangeur John Beasley aandacht voor de vreemde schoonheid van de muzikale scheppingen van de hoekige pianist en componist Thelonious Monk. MONK’estra vloog met moderne interpretaties hoog en boeiend door die lastige versnellingen en merkwaardige maatsoorten.

Bij de gelukkig nog actieve jazzlegende, saxofonist Wayne Shorter was het minder spannend. De combinatie van zijn kwartet met het Vlaamse Casco Philharmonic had een weinig versterkende uitwerking. Bij Shorter is het altijd wachten op die ene frase die alles overbodig maakt. Nu zat hij er teveel als gast bij in zijn eigen muziek, starend naar de bladmuziek. Zonde hoe veel werd gesmoord door de wollige weelderigheid van het orkest.

Feestneus Trombone Shorty.
Foto Andreas Terlaak.
Wayne Shorter op de eerste dag van het North Sea Jazz Festival.

Foto Andreas Terlaak.
Feestneus Trombone Shorty en jazzlegende Wayne Shorter.
Foto’s Andreas Terlaak.

Trombone Shorty sloeg deze avond juist door in energie: zijn New Orleans jazz kreeg een flinke feestneus. Het was een vrolijk maar weinig zeggende partyjam met vinnige funkblazers, meezingrefreintjes en Mardi Gras-style kettinkjes voor dames in het publiek.

Popdiva Grace Jones

De popblikvanger was vrijdag zonder twijfel de 69-jarige popdiva Grace Jones. Vanaf het moment dat het toneelgordijn naar beneden valt, zuigt ze alle aandacht op. Gebodypaint gaf ze een visueel spetterend optreden waarin ze achtereenvolgens een gouden doodshoofdmasker, wapperende hoofdtooi en een glitterbolhoed droeg, en vol theater een aantal van haar grootste hits vertolkte. Al begon het aanvankelijk tam.

Een hoogtepunt was het heerlijk stuwende Shananigans. Een man met bodypaint danste atletisch rond een paal, een ander zwaait met Grace Jones-vlaggen. Grace Jones eindigde met een stevig groovend Pull Up To The Bumper, dat ze deels zong terwijl ze door een beveiliger werd rondgedragen. Op Slave To The Rhythm bleef ze eindeloos hoelahoepen.

Grace Jones met bodypaint en masker. Foto Andreas Terlaak.

Eerbetoon aan J Dilla

Het boeiende, orkestrale eerbetoon van arrangeur Miguel Atwood-Ferguson aan J Dilla, wilde de kracht van studiomateriaal op het podium nieuw leven inblazen. De begin 2006 aan lupus overleden James ‘J Dilla’ Yancey uit Detroit, was een belangrijke en invloedrijke hiphopmuzikant en Atwood-Ferguson’s Suite for Ma Dukes is het resultaat van een klein decennium orkestraal interpreteren van het ingenieuze oeuvre van Dilla; aan zijn magische sample-gebruik, zijn opwindende ritmes. Het eerbetoon was op zijn plek op North Sea Jazz; Dilla inspireerde de huidige generatie jazzdrummers tot op het bot. Drummer Jamire Williams gaf tijdens de ode een weergaloze drumsolo waarin hij de swingende groove die J Dilla uit zijn drumcomputer wist te persen, geweldig live interpreteerde.

Interessant was ook hoe het orkest nadruk legde op details in Dilla’s composities. De bedoeling was de kern van diens muzikale genialiteit uit te vergroten, maar in de vertaling verdween ook iets. Het was live bij vlagen te schoon; sympathieker in gedachte dan uitvoering. De rauwe randjes, het stoffige, tegendraadse, werd in orkestvorm vaak wat te opgepoetst, te schoon.

Usher & The Roots

En dan de slotact. Zelden vulden twee acts elkaar zo goed aan, als hiphopband The Roots en de geweldige showman Usher, een van de grootste r&b-zangers van zijn generatie. Hun gezamenlijke optreden was vrijdagavond met recht de afsluitende klapper van de eerste dag North Sea Jazz.

Met The Roots had Usher een band achter zich die zijn wortels in de soulmuziek van de generaties voor hem, evident maakte en benadrukte. Een groep briljante muzikanten die de rauwe funk en soul uit zijn materiaal wrong en uitvergrootte. Met performer Usher had The Roots een energieke voorman die krachtig zong en als een jonge James Brown met watervlugge pasjes over het podium gleed, flirtte met het publiek, en al een ovatie kreeg wanneer hij zijn zonnebril afzette.

Zelden vulden twee acts elkaar zo goed aan, als hiphopband The Roots en de geweldige showman Usher.

Megaster Usher met The Roots.
Foto Andreas Terlaak.
Usher steelt de show met danspassen die hij eigenlijk alleen van James Brown afgekeken kan hebben.
Foto Andreas Terlaak.
Bijna iedereen vooraan bij het podium vond de show van Usher en The Roots geweldig.
Foto Andreas Terlaak.
Usher en MC Tariq “Black Thought” Trotter van The Roots.
Foto Andreas Terlaak.
Megaster Usher en The Roots.
Foto’s Andres Terlaak.

De band herinterpreteerde het materiaal van Usher in de context van een seventies-soulconcert, aangevuld met strakke raps van Black Thought; ook live een monster achter de microfoon. Deze nieuwe livesound voor Usher geeft zijn stem en materiaal nieuwe zeggingskracht. Caught Up wordt met The Roots een archetypische James Brown-hit met schetterend koper, stevige drums, ‘soulpower!’-kreten en Usher die in spagaat ging.

U Got It Bad kreeg een prachtig slepende, gloedvolle solo van The Roots-stergitarist Kirk Douglas. Love In This Club een oldschool-reggaecadans. Bij elektronische kraker Yeah! past de organische aanvulling van de band minder goed, net als bij megahit You Make Me Wanna. Dan gaat te veel van de kwaliteit van de oorspronkelijke producties verloren in de vertaling naar het grote bandgeluid.