De trukendoos van Pechtold

De rol van de D66-leider

Na elf jaar oppositie staat Alexander Pechtold in deze formatie op de drempel van de macht. Vanuit een kansloze positie maakte hij van D66 weer een partij die er toe doet, maar wel tegen een prijs. Waar zit de kracht en de zwakte van deze onderhandelaar?

Alexander Pechtold arriveert op het Binnenhof voor onderhandelingen voor de kabinetsformatie met VVD, CDA, D66 en ChristenUnie onder leiding van informateur Gerrit Zalm. Foto Jerry Lampen/ANP
  1. De Lefgozer: Kandidaat bij nul zetels (2006)

    In de peilingen staat D66 op nul of hooguit een paar zetels. Een politiek leider heeft de partij niet meer, na interne ruzies over de militaire missie naar Uruzgan. Zelfs hatemail komt er nauwelijks nog binnen. Het is voorjaar 2006 en de partij, zien de D66’ers zelf ook, zit diep in het moeras. Wie durft het aan om die omhoog te trekken?

    Dat fractievoorzitter Lousewies van der Laan lijsttrekker wil worden, weet de invloedrijke en deels oude garde van de partij, zoals Hans van Mierlo, Laurens Jan Brinkhorst en Thom de Graaf. Maar zij wordt gezien als polariserend en te veel one-issue: anti-religieus. Dan liever Alexander Pechtold, denken veel D66’ers van het eerste uur. Al zijn er twijfels. Als minister van Bestuurlijke Vernieuwing, in het kabinet-Balkenende II, is hij niet erg succesvol en vooral Van Mierlo vindt het vreselijk dat Pechtold de Haagse politiek in een interview ‘vuil en vunzig’ heeft genoemd.

    En Pechtold zelf? „Hij aarzelde”, zegt Carla Pauw, politiek assistent van zo’n beetje alle D66-leiders. „Het kon mislukken en misschien zat hij dan in zijn eentje in de Tweede Kamer.” Dat leek hem nog erger dan géén zetel. „Hij is geen getuigenispoliticus, hij wilde wat kunnen bereiken.”

    Volg de laatste ontwikkelingen in het formatieblog.

    Bij Pauw thuis in Den Haag praatte Pechtold erover met vertrouwelingen: Ingrid van Engelshoven, later partijvoorzitter, Frans van Drimmelen, oud-penningmeester, senator Gerard Schouw en Gerben-Jan Gebrandy, nu Europarlementariër. „We stonden in de gang om weg te gaan”, zegt Van Engelshoven. Daar gebeurde het. „We keken elkaar aan en wisten: we gaan het doen. Voor mij was het: de dood of de gladiolen.”

    De campagne voor de lijsttrekkersverkiezing was hard. Volgens de mensen die Pechtold steunden, kwam dat door Lousewies van der Laan. „Zij maakte er een Amerikaanse campagne van”, zegt Carla Pauw.

    Aan de kant van Van der Laan zien ze het anders. „Lousewies stond voor een andere koers”, zegt Andor Admiraal, haar adviseur in de campagne. „D66 was een club van ons-soort-mensen geworden, wij wilden dat het een brede, centrumlinkse beweging werd. En wij wilden de barricaden op.” Dat verschil werd volgens Admiraal door Pechtold en de zijnen ontkend. „Zij wilden dat het erom ging: wie is het leukst? Wij móésten dus wel een hardere campagne voeren.”

    Zo’n vierduizend D66’ers stemmen, Pechtold wint met een verschil van 257. Bij de Tweede Kamerverkiezingen, in november 2006, haalt D66 drie zetels. De slechtste uitslag ooit.

  2. De Anti-Populist: Bakkeleien met Wilders (2006 – nu)

    Net voor de verkiezingen van 2006 begint Pechtold ermee, in een radiodebat: de ‘tsunami van islamisering’ waar PVV-leider Geert Wilders het over heeft, noemt hij „te walgelijk voor woorden”.

    Het valt op, hij gaat ermee door en het helpt hem aan een nieuw imago: de anti-Wilders.

    In zijn boek ‘Henk, Ingrid en Alexander’ (2012) staat dat Femke Halsema, toen GroenLinks-leider, na het radiodebat tegen hem zei: „Dat moet je niet doen, zo maak je hem groter.”

    Maar het maakt ook D66 groter. En nee, zeggen de mensen om hem heen: dat was niet van tevoren bedacht. „De overtuiging dat hij zo moet optreden is bij Alexander diepgevoeld”, zegt Frans van Drimmelen, voorzitter van de landelijke ‘talentencommissie’ van D66.

    En ja, zegt Van Drimmelen ook: ze hebben het er later over gehad: „Het was een risico: dat alleen dát het thema zou worden voor D66.”

    Er moesten, vond het groepje rond Pechtold, onderwerpen bij. In het voorjaar van 2009 gingen Pechtold, Gerard Schouw en Ingrid van Engelshoven, partijvoorzitter, een weekend naar Gent. Ze wandelden door de stad en schreven op briefjes thema’s die ze bedachten: verhoging van de AOW-leeftijd, verlaging van de hypotheekrenteaftrek, pro-Europees beleid, veel aandacht voor klimaat en hervorming van de arbeidsmarkt.

    „Sommige waren controversieel”, zegt Schouw. De pensioenleeftijd naar 67 kreeg in de Tweede Kamer alleen de steun van Rita Verdonk. „Maar we hadden afgesproken: stick to the plan, stick to the strategy.”

    Met de onderwerpen is niks mis, vindt Andor Admiraal, de vroegere adviseur van Lousewies van der Laan. Maar de anti-Wilders-rol is volgens hem te volgend. „Wilders bepaalt de agenda bij integratie.”

    Vriend en vijand weten dat het Pechtolds kracht én zwakte is: op anderen reageren. En met zijn gevatheid bewindslieden opjagen als ze volgens hem te weinig haast maken.

    Door communicatiedeskundigen wordt één zo’n scène uit de Tweede Kamer nog steeds gebruikt als voorbeeld: september 2009, Pechtold staat met een enorme stapel rapporten en onderzoeken bij de interruptiemicrofoon. CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel heeft het over hervormingen en bezuinigingen. Werkgroepen gaan erover nadenken. Pechtold houdt het ene na het andere rapport omhoog: er ís al eindeloos nagedacht, meneer Van Geel.

    Van Geel weet niets anders te bedenken dan: het gaat om „de samenhang”. Pechtold: „Zal ik er even een nietje doorheen slaan?”

    Van Geel nu: „Ik lachte als een boer met kiespijn, maar ik kijk er nu met plezier op terug. Die interruptie was ook niet onterecht.”

  3. De Onderhandelaar: Sluiten van akkoorden (2013)

    „Dit is het bod, Alexander.” In een bloedhete kamer op het ministerie van Financiën kijkt premier Mark Rutte de D66-leider aan. Zojuist is er een eindvoorstel op tafel gelegd namens de coalitie van VVD en PvdA. Het gaat over de werkloosheidsuitkering. „Is het ja of is het nee?”, vraagt Rutte aan Pechtold.

    Het is oktober 2013 en Pechtold staat voor een belangrijke beslissing in zijn carrière. Een superbod is dit niet. Maar als hij ja zegt, krijgt hij de hervormingen die hij al zo lang wil. Zegt hij nee, dan is de kans groot dat het kabinet-Rutte II valt en er wéér verkiezingen komen – de zesde in twaalf jaar. Pechtold zegt ja.

    Een week later is het ‘herfstakkoord’ rond. D66, ChristenUnie en SGP helpen het kabinet-Rutte II voortaan aan een meerderheid in de Eerste Kamer. In ruil daarvoor krijgt D66, als grootste gedoger, onder meer 500 miljoen euro extra voor onderwijs.

    Eerder is hij het kabinet al vanuit de oppositie te hulp geschoten met het Lenteakkoord (2012) en het woonakkoord (januari 2013). Het gedogen lijkt een gouden vondst: wel invloed, niet het gezeur dat bij regeren hoort. Pechtold wint er de ene na de andere verkiezing mee.

    Bij die akkoorden toont hij zich een dominante en gewiekste onderhandelaar, vertellen politici van andere partijen. Binnenskamers gaat de hele trukendoos open: stemverheffing, telefoon op tafel gooien, zwaaien met de armen. „Pechtold en theater horen bij elkaar”, zegt Tweede Kamerlid Elbert Dijkgraaf (SGP), die bij alle akkoorden betrokken was. „Aan tafel lijkt het soms alsof de tv-camera’s nog draaien. Die uitbundige stijl is heel effectief.”

    Pechtolds kracht als onderhandelaar zit hem niet in de beheersing van de beleidsdetails – daar heeft hij zijn secondant Wouter Koolmees voor. Waar hij in uitblinkt, is herkenbare punten binnenhalen voor zijn partij, zoals extra geld voor onderwijs. „Hij zorgt ervoor dat de vingerafdrukken van D66 goed zichtbaar zijn”, zegt Arie Slob, oud-leider van de ChristenUnie.

    VVD’ers en PvdA’ers zeggen: aan Pechtold moet je het gevoel geven dat hij ertoe doet. De premier met hem laten bellen en niet een fractievoorzitter, uitnodigen op het Torentje – dat werk.

    De comfortabele gedoogjaren heeft D66 achter zich. In de Stadhouderskamer gaat het nu om volwaardige regeringsdeelname, met alle alle lasten die daarbij horen.

  4. Het Kereltje: Segers afbluffen met een lijst (2017)

    Het is tegen achten als ze naar buiten lopen, Alexander Pechtold en Gert-Jan Segers (ChristenUnie). Ogenschijnlijk eensgezind zeggen ze: na drie uur ‘verkennen’ in de Stadhouderskamer zien we geen basis om met elkaar te gaan onderhandelen. Segers: „We hebben elkaar diep in de ogen gekeken en gezegd: dit is het niet.”

    Pas later realiseert Segers zich dat hij is overvallen door Pechtold. Die legde hem een lijst voor met moeilijke onderwerpen en vroeg: is de ChristenUnie bereid tot concessies? Ook VVD en CDA zijn boos: zo ga je niet om met een beoogde coalitiepartner. Pechtold zelf ziet het anders: het ging over belangrijke kwesties, hij was gewoon goed voorbereid en dit is hoe je onderhandelt.

    Het lijkt goed te zijn gekomen tussen de twee: D66 en CU zijn alweer anderhalve week met VVD en CDA aan het formeren. Maar de boosheid die volgt op Pechtolds ‘Segerslijst’ toont een kwetsbaar punt. Bij de andere partijen vinden ze de D66-leider vaak nét te gehaaid, nét te strategisch. Wat volgens Pechtold geslepen onderhandelen is, vinden de andere partijen geregeld bloedirritant.

    ‘Kereltje Pechtold’ (dixit Jan Blokker) beleeft groot plezier aan het spel. Politiek draait niet alleen om inhoud en principes, het is ook: de ander te slim af zijn. D66 is onder zijn leiding uitermate bedreven geraakt in beeldvorming. Tijdens onderhandelingen regelen zijn mensen, als het de partij uitkomt, dat er buiten camera’s staan te wachten. Als er gelekt wordt, zien anderen al snel de hand van Pechtold daarin.

    Maar hij let ook scherp op de persoonlijke verhoudingen. Na de woede over de ‘Segerslijst’ zoekt hij snel contact met Mark Rutte (VVD) en Sybrand Buma (CDA). In een strandtent en een Indonesisch restaurant wordt de relatie tussen de ‘centrale drie’ van deze formatie hersteld. Met Segers en hun beider secondanten heeft hij later ook een verzoeningsdiner.

    Binnenskamers kan Pechtold heel eerlijk zijn over zijn voorliefde voor het spel, zeggen andere politici. Dat kunnen ze wel waarderen. Ook omdat hij, ondanks alle trucs, altijd bereid is om afspraken te maken – en zich daaraan te houden. PvdA-leider Lodewijk Asscher, die de afgelopen jaren veel met hem onderhandelde, vatte die twee kanten van Pechtold onlangs zo samen: „Bij een hamer denk je aan spijkers. Bij Alexander Pechtold zie je politieke deals.”