Bladeren om te eten in Zuid-Soedan

Dat lijkt toch écht op groente

Illustratie Cyprian Koscielniak

Zuid-Soedan, bladeren om te eten luidt de kop boven het artikel (5/7) over de voedselschaarste in het getroffen gebied. Naast de tekst een foto van een jonge vrouw met haar twee kinderen. In haar handen houdt zij een bosje groen, maar in tegenstelling tot wat in het stuk wordt gesuggereerd zijn dit geen bladeren (alsof ze van de boom zijn geplukt) maar (wilde) planten, wat ook duidelijk aan de wortels te zien is. Waarschijnlijk een in het wild voorkomend eetbaar gewas.

Het is in onze westerse maatschappij met haar voorgesneden en gewassen groenten in het schap moeilijk voorstelbaar maar het komt voor: groenten die je zelf uit de grond trekt. Verder wil ik niets aan haar penibele situatie afdingen.

Minder pleegouders

Hulpverlening

Sinds 2007 ben ik pleegouder. Ik heb dit jaren met zeer veel enthousiasme, liefde en toewijding gedaan. Ik ben het deels eens met wat er in het artikel over pleegouders geschreven werd (Pleegkinderen hebben we niet zo graag meer in huis, 28/6).

Wat echter ontbrak is dat je als pleegouder niet altijd serieus genomen of gehoord wordt, als je problemen ervaart met je pleegkind. Ik heb door de jaren heen gemerkt dat juist het falen van de professionele hulpverlening rondom het kind maakt dat pleegouders stoppen.

Als je dit soort mensen aanspreekt op hun verantwoordelijkheid ontstaat er een persoonlijke strijd en dit komt het belang van het pleegkind niet ten goede. Er wordt niet, slecht of nauwelijks gedocumenteerd.

Zo is er tijdens mijn pleegouderschap nooit een gezinsplan opgesteld en zo zijn er nog veel meer problemen waar je als pleegouder tegenaan loopt en waarbij je niet of nauwelijks wordt gehoord.

Pleegouders die mondig zijn worden als vervelend ervaren door pleegzorgwerkers, jeugdzorgwerkers enzovoort. Men stelt dan alles in het werk om dit soort pleegouders weg te werken. Ik vind dat dit ook kenbaar gemaakt dient te worden.

Speed pedelec (1)

Snelheid wordt gehaald

Mevrouw Knol, u schrijft over de speed pedelec „gelukkig kunnen ze ook langzamer”. Maar tegelijkertijd ook over de krankzinnige snelheden waarmee de snorfietsen de fietspaden terroriseren (Het fietspad is voor wie trapt, 1/7). U voegt ook nog een opmerking toe over auto’s die 200 km per uur kunnen, maar ook op een 30 kilometer weg mogen.

Ik ben niet gerustgesteld. U weet toch dat snorfietsers en automobilisten zich niet houden aan de maximaal toegestane snelheden? Hoe komt u erbij te veronderstellen dat de speed pedelec-berijders zich op fietspaden zullen inhouden? Ik gruw bij voorbaat bij de gedachte dat deze nieuwkomers de binnensteedse fietspaden onveilig gaan maken, met hun gedram om iedereen te passeren die ze een snelle doorgang belemmert.

‘Uitstootvrij’ is als excuus niet toereikend en opvoeden zal niet helpen. De speed peledec-berijder zal zijn snelheidspotentiëel waar dan ook willen benutten.

Speed pedelec (2)

Tussen het verkeer

Het betoog van Anne Knol (Het fietspad is voor wie trapt, 1/7) is uit mijn hart gegrepen! Ik berijd met veel plezier mijn snelfiets (mijn Nederlandse vertaling voor speed pedelec).

Sinds ik mijn gele kentekenplaat heb, moet ik me op een 60 kilometer-weg voegen tussen het echte gemotoriseerde verkeer. Eigenlijk levensgevaarlijk en dan is het nu nog lang licht.

’s Winters ga ik niet met gevaar voor eigen leven – ondanks reflecterendekleding en helm met knipperend rood licht – de rijbaan op maar blijf mooi op het fietspad. Ik zal wel mijn snelheid aanpassen voor de overige fietsers. Maar wat krijg je dan? Verleden week koos ik in een onoverzichtelijke verkeerssituatie voor het fietspad. Ik reed tegen de 35 kilometer per uur en werd ingehaald door een scooter met een blauwe kentekenplaat. De bestuurder (zonder helm) toont mij zijn middelvinger en schreeuwt dat ik naar de rijbaan moest. Vervolgens ging hij er met 50 kilometer per uur vandoor, op het fietspad welteverstaan. Dit is vast niet wat de wetswijziging beoogde, maar wèl de realiteit! Anne, dank voor je heldere betoog, hopelijk wordt het herzien van deze waanzin niet naar een volgend kabinet doorgeschoven!

Engels in het onderwijs

Colleges in Nederlands

Het is onbetwistbaar dat Engels onontbeerlijk is voor internationale communicatie in de wereld van wetenschap en onderzoek, maar dat betekent allerminst dat Engels in het hoger onderwijs aan de universiteiten moet worden ingevoerd. Dit zijn verschillende zaken.

Onderwijs in het Engels is onwenselijk omdat het de communicatie tussen docent en student ernstig verstoort, waardoor niet voldaan wordt aan de primaire taak van de universiteit: kennisoverdracht.

Onderwijs in het Engels is ook onwenselijk omdat het te hoge eisen stelt aan de taalvaardigheid van de docent: immers na het verlaten van de collegezaal wordt de docent steeds weer ondergedompeld in een Nederlandstalige omgeving waardoor zijn grip op het Engels langzamerhand verloren gaat. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor de student. Voor studenten en medewerkers met internationale ambites moet de universiteit taalcursussen aanbieden.

Over buitenlandse studenten behoeft men zich geen zorgen te maken: zij zijn prima in staat om Nederlands te leren en na enige tijd de colleges in het Nederlands te volgen, maar natuurlijk kan en moet de universiteit ook hier helpen. Indertijd heeft men in Delft zeer goede ervaringen gehad met de Hongaarse studenten die na de opstand in hun land naar de universiteit kwamen: zowel hun Nederlands als ook hun Engels waren bij hun afstuderen prima in orde.


Leidschendam

Homohuwelijk Duitsland

Huwelijk voor allen

De beslissing van het Duitse parlement om voor een huwelijk „für alle” te stemmen, was onderwerp van veel berichtgeving in NRC en andere media deze week.

Mooi en terecht wat mij betreft. Graag wil ik wel de NRC – en andere media – vragen te stoppen met schrijven en spreken over ‘homohuwelijk’.

Het betreft immers huwelijken zoals alle anderen. Laten we het Duitse voorbeeld (ehe für alle) maar ook het Franse voorbeeld (mariage pour tous) volgen en spreken over het ‘huwelijk voor iedereen’. Officieel is het in Nederland het burgerlijk huwelijk opengesteld voor partners van gelijk geslacht. Het betreft dus ook wettelijk niet een ander soort huwelijk.

Mijn huwelijk, beste hetero medemens en journalist, is volledig gelijk aan het uwe. Ik ben blij in een land te leven waar dat zo is.