Ze zocht de rust in de natuur op, net als Rousseau

Niet de bestemming maar de reis is het doel. Alaa Abdulfatah (42) reisde Jean-Jacques Rousseau achterna.

Foto Alaa Abdulfatah

‘Na een zwaar overleg op mijn werk, waarin mensen al te overtuigd zijn van hun eigen gelijk en niet naar elkaar lijken te willen luisteren, stap ik graag in de auto en ga rijden. Maakt niet uit waarheen, ik zie wel waar ik uitkom. Gaandeweg komt er dan rust in mijn hoofd. Het besef van nietigheid, dat ik maar één klein autootje ben tussen al die andere auto’s, relativeert mijn rol in het geheel. Ik laat de dagelijkse dingen los en geef me over aan het onderweg zijn.

„Sinds mijn achtste ken ik dat gevoel van overgave. Met mijn ouders heb ik vier jaar in Najran in Saoedi-Arabië gewoond, zij zetten daar als ontwikkelingswerkers scholen op. Elke zomer gingen we voor vakantie terug naar Syrië. Meestal per vliegtuig, maar één keer legden we de 3.500 kilometer met de auto af. Ik verveelde me stierlijk. ‘Hoe lang duurt het nog? Wanneer zijn we er?’ vroeg ik keer op keer. Tot mijn vader zei: ‘Vraag dat maar niet meer. Ga om je heen kijken. Kijk naar hoe het landschap verandert.’ En dat deed ik. Ik zag hoe we vanuit de bergen de Rode Zee naderden, die we volgden, helemaal naar het noorden, totdat we een woestijn tegenkwamen. En hoe daarna, richting Jordanië, het land weer groener werd. Mijn liefde voor roadtrips was geboren.

„Ik woonde al jaren in Nederland toen in 2011 de Syrische opstand uitbrak. Behalve zorgen en verdriet – om mijn ouders, die ook moesten vluchten, en om het land – maakte die een grote onrust in mij los. Ik wilde iets doen. Het werd een roadtrip. Met een aantal anderen vertrok ik in september van dat jaar met een kleurig beschilderde caravan richting Damascus, onderweg van allerlei mensen boodschappen en brieven verzamelend om het Syrische volk een hart onder de riem te steken. Toen we een half jaar later bij de Turks-Syrische grens arriveerden, was de oorlog opgelaaid en konden we Damascus niet bereiken. De caravan stalden we in Milaan, in de hoop ooit weer terug te gaan.

Foto Alaa Abdulfatah

„De onrust in mij bleef. Op 15 maart 2013 – precies twee jaar na het uitbreken van de opstand in Syrië – besloot ik met twee vrienden naar Milaan te rijden om de caravan op te halen. Niet met het idee er alsnog mee naar Damascus te gaan, dat was nu helemaal onmogelijk. Maar ik wilde in ieder geval de brieven die er nog in lagen veiligstellen. Toen we aankwamen bij het industrieterrein, bleek daar een soort vluchtelingenkampje te zijn ontstaan. In onze caravan woonde een Syrische familie. Met een oude man die kort daarvoor uit Syrië was gekomen, had ik een intens gesprek over heimwee, machteloosheid en verlies.

Lees ook de eerdere aflevering van Mijl op Zeven: In je eentje op de fiets van Kampala naar Mombassa

„Het ongeluk van de oude man wakkerde dat van mij aan. Ik was in die fase van mijn leven veel bezig met ‘geluk’. Waarom voel ik me niet gelukkig? Ben ik nog wel met de goede dingen bezig? Moet ik niet – toch weer – iets doen voor Syrië? Ik was gaan lezen over het thema, en was onder meer terechtgekomen bij Jean-Jacques Rousseau, de ‘ongelukkigste man op aarde’, die uiteindelijk, terug naar de natuur, innerlijke rust vond op St. Peterseiland, een schiereilandje in het Bielermeer in Zwitserland. Zijn Overpeinzingen van een eenzame wandelaar had ik bij me. Als we eens naar St. Peterseiland gingen? De caravan was nu van de vluchtelingen, dat stond voor mij meteen vast. Mijn twee vrienden vonden het best. Ter voorbereiding lazen we elkaar in de auto voor uit de Overpeinzingen.

St. Peterseiland in Zwitserland

„Op St. Peterseiland staat maar één gebouw, een hotel. De kamer waar Rousseau verbleef is nu een museum. Het was interessant om die te zien, maar wat veel meer indruk maakte, was het uitzicht over het meer, vanaf de aanlegsteiger waar Rousseau in een bootje stapte om gewoon maar wat te dobberen. Ik stelde me voor hoe dat voelde, midden op het weidse water, de riemen los en niks meer te willen of te hoeven, alleen maar te bestaan. ‘Een volmaakt en volledig geluk dat in onze ziel geen enkele leegte laat die gevuld moet worden’, zo beschrijft Rousseau het. Opeens voelde ik wat het was om in de stilte en in de natuur het ultieme geluk in jezelf te vinden, en te accepteren dat het leven is wat het is. En dat ik dus ook mijn idee moest opgeven dat ik vanuit Nederland in mijn eentje, als piepklein radertje in het grote geheel, de situatie in Syrië kon veranderen.”

In deze zomerserie vertellen mensen over een bijzondere reis.