Turkse vicepremier is niet welkom in Nederland

Kabinetsbesluit

De Turkse vicepremier Tugrul Türkes zou dinsdag in Apeldoorn een herdenking bijwonen van de vorig jaar mislukte coup.

De Turkse vicepremier Tugrul Türkes is niet welkom in Nederland. Hij zou dinsdag spreken in congrescentrum Orpheus in Apeldoorn bij een herdenking van de mislukte staatsgreep van vorig jaar. In een verklaring stelt het kabinet dat het „gezien de huidige omstandigheden in de bilaterale relatie tussen onze landen” niet gewenst is dat Türkes of een ander lid van het kabinet naar Nederland komt.

De herdenking wordt georganiseerd door de Unie van Europese Turkse Democraten (UETD), een aan de AK-Partij van Erdogan geaffilieerde organisatie. Mustafa Aslan van de UETD zei deze vrijdag in het AD niet te verwachten dat de komst van Türkes tot veel ophef zou leiden. „Het is niets politieks, het is geen verkiezingscampagne, dus het zou geen probleem moeten zijn.”

In maart leidde de komst van twee andere Turkse bewindslieden naar Nederland tot een diplomatieke rel. Minister van Buitenlandse Zaken Cavusoglu en minister van Familiezaken Kaya wilden campagne komen voeren voor het Turkse referendum over meer bevoegdheden voor president Erdogan, maar ze waren niet welkom. Daarbij werden de landingsrechten van het toestel van minister Çavusoglu ingetrokken. De komst van Kaya in Rotterdam leidde daar tot ongeregeldheden. Het kabinet sprak in een brief van een „verslechtering van de bilaterale relaties met Turkije”.

De beslissing dat de Turkse vicepremier nu niet welkom is „is een logisch gevolg van de gebeurtenissen in maart”, aldus het kabinet. Premier Mark Rutte herhaalde dit standpunt vrijdagochtend in Hamburg, waar hij als gast de G20-top bijwoont.

De Turkse president Erdogan en enkele ministers hebben volgens het kabinet na de incidenten in Rotterdam „zeer extreme uitlatingen” over Nederland gedaan. Dat is een verwijzing naar de beschuldiging dat Nederland een „nazi-overblijfsel” is en dat Nederlandse militairen verantwoordelijk waren voor de massaslachting in Srebrenica. Het kabinet noemde deze uitlatingen van een bevriende NAVO-lidstaat „bijzonder ongepast”.

De verhoudingen zijn sindsdien niet verbeterd. Rutte liet donderdag, voorafgaand aan de G20-top, nog weten „ongelooflijk kwaad” te zijn op Turkije vanwege de chaos in Rotterdam. Eerder dit jaar liet de minister-president al weten dat Erdogan de geëiste excuses voor het politieoptreden in Rotterdam „op z’n buik kan schrijven”.

Nu meldt het kabinet dat het doel blijft „om uiteindelijk tot een normalisering van de bilaterale relatie met Turkije te komen. Wij zijn bereid om hierover het gesprek aan te gaan met de Turkse autoriteiten.”

De bijeenkomst op 11 juli is volgens de UETD een herdenking van de mislukte couppoging op 15 juli vorig jaar, die door ingrijpen van aanhangers van president Recep Tayyip Erdogan werd verijdeld. De Turkse regering houdt geestelijke Fethullah Gülen verantwoordelijk voor de staatsgreep. Gülen ontkent iets met de coup te maken te hebben en verblijft momenteel in de Verenigde Staten.