Smokkelaars laten migranten voor dood achter in de woestijn

De Nationale Garde in Niger kreeg de afgelopen week vrijwel ieder dag een melding van grote groepen migranten die werden achtergelaten door hun smokkelaars.

Foto Sven Torfinn

Een groeiend aantal West-Afrikaanse migranten wordt achtergelaten in de woestijn van het grensgebied tussen Niger en Libië. Volgens de gouverneur van de stad Agadez, aan de rand van de Sahara in Niger, zijn sinds begin mei 760 migranten gered door de Nationale Garde van Niger, nadat ze werden achtergelaten door hun smokkelaars.

Dit is het directe gevolg van een nieuwe wet die het vervoer van migranten vanuit Agadez naar de Libische grens verbiedt. Die wet is al sinds 2015 van kracht, maar wordt pas in de laatste maanden onder druk van de Europese Unie streng gehandhaafd. Zeker honderd smokkelaars zijn opgepakt en hun auto’s in beslag genomen. Wegens wegversperringen op de hoofdweg van Agadez naar de Libische grens, nemen veel smokkelaars nu alternatieve routes, dwars door de woestijn. Smokkelaars raken de weg kwijt of komen zonder benzine en water te zitten. Migranten die overleefden, hebben NRC verteld dat ze werden achtergelaten door hun smokkelaars.

Lees ook de reportage van Bram Vermeulen. Dood in de Sahara. Hij zei: ‘Laat me hier maar achter’

De Nationale Garde in Niger kreeg de afgelopen week vrijwel ieder dag een melding van grote groepen migranten die werden achtergelaten door hun smokkelaars. „Dit is onacceptabel”, zegt gouverneur Sadou Soloke tegen NRC.

De smokkelaars leggen de schuld bij de Europese Unie, die meer dan één miljard euro geeft aan Niger om te helpen bij de bestrijding van de mensensmokkel. Het agentschap EUCAP traint politieagenten uit heel Niger om beter op te treden bij wegversperringen. Voorheen vroegen veel politieagenten om een kleine commissie per migrant voor ze smokkelaars hun weg lieten vervolgen.

De smokkelaars zeggen dat Europa ze hun bestaansrecht heeft ontnomen en geen alternatieve werkgelegenheid biedt.