Column

Rambo in Bailout-land

Twee jaar geleden – in de enerverende zomercrisis van 2015 – kreeg de Griekse premier Alexis Tsipras per referendum overweldigende steun om de voorwaarden van ’s lands geldschieters te verwerpen. Op 5 juli stemde 61,3 procent van de Grieken ‘nee’; opkomst 62 procent. Boem! De sfeer op straat was: erger kan het toch niet worden. Liever waardig in armoede, dan een strafkolonie van Europa. Uittreding uit de eurozone leek nabij. Maar Tsipras schrok van de uitkomst. Hij had het volk achter zich, maar beet niet door. Een ‘Grexit’ betekende dichte banken, onbetaalde pensioenen, chaos. Een week later capituleerde hij in een nachtelijke Eurotop, na beraad met Merkel en Hollande. „We begonnen de oorlog denkend dat we dezelfde wapens hadden als zij”, aldus een insider van Syriza, de partij van Tsipras, destijds tegen de website Mediapart. „We onderschatten hun macht.”

Wie ‘hun’ tegenkracht niet onderschatte was Yanis Varoufakis, van februari tot juli 2015 als Grieks minister van Financiën voor Tsipras aan het front. Zijn leren jas en charismatische kop, zijn glasheldere en uitdagende taal en zijn academische outsider-status maakten hem in een mum van tijd een bekend personage op het Europese toneel. Onlangs publiceerde hij memoires over deze ministertijd: Adults in the Room– My Battle with Europe’s Deep Establishment. Fascinerende lectuur. De ondertitel geeft de plot: verteller in heroïsch gevecht met financiële en bureaucratische krachten. Varoufakis wilde Griekenland bevrijden uit de ‘schuldengevangenis’. Stop met de fictie dat het land niet failliet is; weg met Bailoutistan. Hij wist dat Athene weinig wapens had en zich geen bluf kon veroorloven (default op de 30 miljard euro die de ECB opkocht was zo’n wapen). Dreigen met bankroet mocht alleen als je een Plan B had. Daartoe ontwierp de econoom een parallelle munt die in roulatie zou komen terwijl Athene onderhandelde over échte schuldverlichting – niet met hoofd op het hakblok maar in waardigheid. Een onwaarschijnlijke bondgenoot vond hij in Larry Summers, de Amerikaanse oud-minister, econoom en ultieme insider; ze spraken elkaars taal. Bad guys zijn de Duitse minister Schäuble (al respecteert hij diens politieke statuur) en Eurogroepvoorzitter Jeroen Dijsselbloem (geportretteerd als harde technocraat en zetbaas van de Duitser). Dieptepunt is een roerig treffen in Riga, april 2015, waar de eurofinanciënministers, moe van lessen in Keynes, hun Griekse collega buiten de deur zetten. ‘Hinderlaag’ en ‘karaktermoord’ noemt Varoufakis het. Venijnig tekent hij de sociaal-democraten in Parijs, Berlijn en Brussel: amicaal ‘helemaal met je eens, kameraad’ zeggen, maar als het erom spant voeren ze de bezuinigingsdoctrine trouw uit.

Aan het Atheense thuisfront ontbreken lafheid en sabotage evenmin. Zo blijft in dit ijdele en breed uitgesponnen boek het beeld hangen van één man (met liefhebbende echtgenote) tegen de rest van de wereld: Rambo in Bailout-land.

Pertinent blijft Varoufakis’ strijd voor meer openbaarheid. Vanaf het begin was hij verontwaardigd over het informele en gesloten karakter van de Eurogroep. Een gezelschap dat in zijn hoedanigheid van noodfondsenbestuur vergaande executieve besluiten neemt, maar onder het mom van technocratie slechts beperkt publieke verantwoording aflegt. In de strijd om de openbaarheid, waar de ex-minister inmiddels ook met zijn Europese beweging ‘DiEM25’ aan meedoet, is dit boek een sterke zet. We krijgen zo tenminste één versie van het Grexit-spel om macht en geld te lezen. Het wachten is op de versies van Lagarde, Draghi, Tsipras, Dijsselbloem en de rest. Wie weet, als D66 en CU elkaar deze zomer vinden, heeft de demissionaire Dijsselbloem spoedig tijd voor een stevige repliek.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve).