Limburgse terreurverdachte weer vrij

Nader onderzoek van het OM en de AIVD heeft uitgewezen dat hij niet betrokken is bij terrorisme. Hij is vrijgelaten.

Foto ANP

Een 38-jarige Syriër uit Brunssum, die twee weken aangehouden werd wegens mogelijke betrokkenheid bij een terroristisch misdrijf, is weer vrijgelaten. Hij is volgens het Openbaar Ministerie ten onrechte in verband gebracht met terrorisme.

De man, die sinds 2014 een verblijfsvergunning heeft, werd aangehouden in zijn woning. Daar werden een laptop, mobiele telefoons, andere gegevensdragers en documenten in beslag genomen. Het onderzoek naar de activiteiten van de Syriër begon een week voor zijn arrestatie na informatie van de AIVD. Vanwege de ernst van de verdenking werd de man aangehouden. “Met het oog op de veiligheid kon geen risico worden genomen”, aldus het OM.

Claudia van Oort, de advocaat van de Syriër, zegt dat haar cliënt is opgepakt nadat er bij het OM een ambtsbericht van de AIVD binnenkwam. “Toen is meteen besloten om hem op te laten pakken door de Dienst Speciale Interventies (DSI).” De advocaat snapt dat het OM geen risico wil nemen, maar daarmee is haar cliënt slachtoffer geworden van de tijd waarin we leven. “Bij zo’n verdenking wordt je heel makkelijk vastgezet.” De rechter-commissaris verlengde de Syriër zijn voorlopige hechtenis vervolgens met twee weken.

Aanvullende informatie

Volgens de advocaat heeft de man vanaf het begin van het onderzoek meegewerkt en openheid van zaken gegeven. “Het is een heel normale man die zich helemaal niet bezighoudt met dit soort dingen.”

Het strafrechtelijk onderzoek en aanvullende informatie van de AIVD wees vervolgens uit dat hij niet betrokken is bij terrorisme. Eigenlijk zou de man nog een week in voorlopige hechtenis moeten doorbrengen, maar de officier van justitie besloot de man vrijdag al in vrijheid te stellen nadat er een nieuw ambtsbericht van de AIVD binnenkwam, waarin het eerdere ambtsbericht als onbetrouwbaar werd bestempeld.

Het OM zal in overleg met de advocaat van de Syriër een schadevergoeding bepalen. Dat noemt Van Oort niet meer dan redelijk.