Op half veld is Nederland basketbaltop

3×3-basketbal

Het 3×3-basketbal is nog vrij onbekend, maar vanaf 2020 wel olympisch. Dit weekend is het EK in Amsterdam, dus tijd voor een introductie.

Ze vinden het zelf de puurste vorm van basketbal, zoals je het met vrienden na school op een pleintje in de buurt speelt. Korte wedstrijden, intens, de 3×3-basketballers denken dat de minder sportbezeten toeschouwer deze variant aantrekkelijker vindt dan het grote 5×5. Het is alleen nog klein en onbekend. Dat moet de komende jaren veranderen, nu het een olympisch onderdeel wordt op de Spelen van 2020 in Tokio.

Vrijdag tot en met zondag wordt het EK gehouden op het Museum- plein in Amsterdam.

Een spoedcursus in vier vragen.

1 Waar komt het 3×3-basketbal vandaan?

De spelvorm bestaat al decennia. Op pleinen en in gymzalen wordt al lang drie tegen drie gespeeld. Toernooien waren er ook al, ver voordat wereldbasketbalbond FIBA de variant professionaliseerde. Zo had je in de jaren zeventig al 3×3-toernooien in de Verenigde Staten, onder de naam Gus Macker. De FIBA schenkt er sinds 2007 extra aandacht aan. Toen besloot de bond de 3×3-variant aan het programma van de Jeugd Olympische Spelen van 2010 toe te voegen. „Nu krijgen landen die in het traditionele 5×5 al te veel achterstand hebben opgelopen – neem Qatar, maar ook Nederland – de kans om hierin internationaal op hoog niveau mee te doen”, zegt Brian Benjamin, bondscoach van de 3×3-mannen.

2 Hoe verschilt het van het traditionele basketbal?

Er wordt met twee spelers minder per team gespeeld, maar ook op slechts een half veld, dus met één basket. Wedstrijden duren tien minuten, zonder pauzes. In het traditionele basketbal speel je vier kwarten van twaalf (NBA) of tien (Nederland) minuten. Een wedstrijd eindigt na die tien minuten óf als een team 21 punten heeft gescoord. Je krijgt één punt binnen de cirkel, twee erbuiten, waar het in het traditionele basketbal twee om drie is. In het 3×3 heb je daarnaast twaalf in plaats van 25 seconden voor een schotpoging. Er wordt gespeeld met een bal ter grootte van een vrouwenbasketbal, maar met het gewicht van een mannenbal.

De omschakeling van 5×5 naar 3×3 is flink, zegt Sharon Beld, speler bij de Nederlandse vrouwen. „Het is ander spel: veel fysieker en er wordt veel minder afgefloten vanwege overtredingen. Je moet snel schakelen tussen aanval en verdediging. Er is geen rust, heel intens.” Benjamin: „En je bent meer allrounder. In tegenstelling tot het 5×5 heb je geen vaste rol. Je moet alles kunnen en iedereen kunnen dekken.”

Beeld van de WK-wedstrijd Nederland-Servië, vorige maand in Nantes en een dunk van Bas Rozendaal. Foto’s Loïc Venance/AFP

3 Waar komen de Nederlandse spelers vandaan?

Het 5×5-seizoen in Nederland, inclusief de eredivisie, loopt van september tot april/mei, het korte 3×3-seizoen begint daarna. De meeste spelers combineren de twee disciplines. Het Nederlands mannenteam speelt voornamelijk in de promotiedivisie, het op een na hoogste niveau. De vrouwen spelen allen wel in de eredivisie. De vier vrouwen die op het EK staan – drie plus één reserve – maken ook deel uit van het Nederlands team in het 5×5.

4 Hoe goed is Nederland?

Nederland heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot internationale top, met als uitschieter het zilver voor de mannen en de vierde plaats voor de vrouwen op de WK in Nantes, vorige maand. Het komt vooral doordat de Nederlandse bond al vroeg investeerde in de discipline. In 2009 begon de Streetball Masters Tour, een serie 3×3-toernooien die uiteindelijk leidde tot Nederlands kampioenen per leeftijdsklasse. Momenteel zijn er naar schatting 10.000 spelers. „Het is voor de jeugd ook makkelijker in te stappen in het 3×3 dan in het 5×5. Vanaf het begin is er samenwerking met steden en is het geïntegreerd in het topsportbeleid van de bond”, zegt Benjamin.

Beelden van de finale van het afgelopen WK bij de mannen tussen Nederland en Servië:

De top is breed en de verschillen klein. Die top is vooralsnog erg Europees: landen als Servië (drie wereldtitels) , Frankrijk en Slovenië doen het goed bij de mannen, Rusland en Hongarije zijn toplanden bij de vrouwen. De Verenigde Staten, hét basketballand, lopen nog niet heel warm voor het 3×3 en de teams die het land afvaardigt verschillen per jaar in kwaliteit; vanwege een voorrondesysteem spelen zelden dezelfde spelers samen op de grote toernooien.

De verwachting is dat de wereldtop de komende jaren breder en dus internationaler wordt. Vanwege de olympische status zullen meer landen investeren in 3×3 basketbal. Dat zorgt er meteen voor dat Nederland niet zomaar een land is om rekening mee te houden voor een medaille. Benjamin: „Je moet je eerst nog maar zien te plaatsen; er mogen in Tokio maar acht landen meedoen. Ja, we hebben een voorsprong en die willen we de komende jaren behouden.”