Opinie

Oorlog anno nu win je met creativiteit

Conflicten zijn niet langer alleen militair te winnen, erkent Commandant der Strijdkrachten . Hij steunt het idee van fotograaf Teun Voeten voor een ‘creatieve veiligheidsraad’.

Syrische kinderen tussen het puin in het Ghouta-gebied, ten oosten van Damascus. Foto Amer Almohibany / AFP

De oorlogsfotograaf Teun Voeten schreef onlangs dat we „in oorlog zijn met de radicale islam” en dat we daarom een „creatieve krijgsraad” nodig hebben, met „militairen, kunstenaars, hackers, reporters, antropologen, arabisten, economen en theologen”.

Goed idee! Omdat een krijgsraad in militair jargon een rechtbank is, zou ik liever willen spreken van een ‘creatieve veiligheidsraad’. Ik kan alleen maar onderschrijven dat conflicten in deze tijd om meer dan conventionele (militaire) antwoorden vragen. Maar hoe stel je een dergelijke raad samen? Een flexibel netwerk werkt het best, lijkt me. Een groep experts, waarvan de samenstelling afhangt van het (dreigende) conflict.

Islamitische Staat kunnen we niet alleen klassiek-militair bestrijden. De coalitie, waar Nederland deel van uitmaakt, heeft IS in Irak en Syrië weliswaar flink teruggedrongen, maar ze zijn nog lang niet verslagen. Hun barbaarse gedachtegoed leeft.

Om IS voor altijd uit te roeien moet je niet alleen militaire doelen bombarderen, maar ook zorgen dat geldstromen worden afgeknepen en dat de bevolking in de heroverde steden weer perspectief krijgt. Én we moeten voorkomen dat jongeren in het Westen radicaliseren.

Creatieve veiligheidsraad

Daar kan een krijgsmacht niet alleen verantwoordelijk voor zijn. Andere overheidsinstanties spelen natuurlijk ook een rol, maar er is vooral hulp nodig van hulporganisaties, bedrijven, internationale organisaties, economen, antropologen, internetproviders, hackers, geheim agenten, sociale media-experts, leraren, politieagenten, arabisten, gederadicaliseerde jongeren en religieuze leiders.

Maar laten we ons niet beperken tot IS. Denk aan de oorlog in Syrië, de annexatie van de Krim door Rusland, de chaos in Libië en Jemen, of de vluchtelingenstromen.

Elke conflictsituatie kent andere oorzaken en heeft bredere sociale, economische, humanitaire en militaire gevolgen.

Er is geen standaardformule. Afhankelijk van de situatie, het thema, land of regio, zullen we flexibele netwerken van civiele en militaire deskundigen moeten vormen.

Dat begint met elkaar leren kennen, begrijpen en respecteren. Daarom heeft Defensie dit jaar de Future Force Conference georganiseerd, met als ondertitel: From partnerships to ecosystems: combining our efforts for a more secure world.

Met 1.200 bezoekers uit 50 landen en 95 sprekers was het een evenement van formaat in het internationale defensie- en veiligheidsdomein. Ik was geraakt door het enthousiasme en de bereidheid om vanuit allerlei soorten organisaties mee te denken.

Het idee van een creatieve veiligheidsraad kreeg daar al vorm. Zie een debat waar architecten cultureel onderzoek koppelden aan militaire architectuur met het idee VN-kampen beter te laten aansluiten bij de behoeftes van de lokale bevolking. Zo deelden mensen uit allerlei disciplines ervaringen. Van politici, CEO’s, hulpverleners en wetenschappers, tot architecten, activisten, militairen en ethische hackers. Daar kwamen afspraken en acties uit voort.

Een van de beste afspraken was om het gewoon eens te proberen. Binnenkort komen vijftig specialisten in Den Haag bijeen om de chaos in Libië te doorgronden. Denk aan mensen van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Veiligheid & Justitie, maar ook experts vanuit kennisinstituten, internationale organisaties en hulporganisaties die een groot netwerk in Libië hebben. Zij zoeken een antwoord op vragen als: wat zouden we moeten doen in Libië? Hoe? En met wie?

Geen sinecure natuurlijk, gezien de wetteloosheid, de IS-dreiging en migratie- en vluchtelingenstromen naar Europa. Maar wel nodig als we niet alleen aan symptoombestrijding willen blijven doen. Alleen al het uitwisselen van kennis en inzichten is waardevol. Idealiter breiden we dit uit met andere niet voor de hand liggende deskundigen. En ik weet zeker dat hier weer veel goede ideeën uit voorkomen of zelfs concreet perspectief voor handelen.

Natuurlijk is een bijeenkomst over Libië geen blauwdruk om de wereld te redden. Maar het is wel een manier om samen nieuwe benaderingen te verkennen. Nietsdoen is voor geen van ons een optie. De vraagstukken van onze tijd vragen om nieuwe antwoorden. Liever vandaag dan morgen.

Het is tijd om verder te kijken dan het eigenbelang en krachten te bundelen. Daarom onderschrijf ik Voetens betoog voor een ‘creatieve krijgsraad’. Juist door de conferentie heb ik goede hoop dat meer organisaties, experts en ervaringsdeskundigen mee zullen doen.

Laten we groot denken. En vooral ook gewoon beginnen.