Column

Omgekeerd

De jongste zus van mijn moeder was overleden, waarmee mijn moeder de enige overlevende werd van wat ooit een groot Brabants gezin was. „Ik ben alles kwijt”, zei ze. Ik probeerde me voor te stellen hoe of het was als de meeste van je vrienden, al je broers en zussen en je geliefde waren overleden.

„Gelukkig heb je ons nog”, zei ik.

Maar daar had ze het niet over.

„Dat ding heeft alles opgegeten.”

Ze had het over de pinautomaat in het ABN Amro-filiaal te Velp die haar bankpas en haar taxi-pas had ingeslikt.

Niet haar fout.

„Ik wist de pincode!”

Ze zei de wel heel makkelijk te onthouden cijfercombinatie, die een week eerder bij al weer een nieuwe pas was gekomen, een paar keer hardop.

„Ik ben dus niet gek!”

Het lag dus aan het ding, niet aan haar.

„Hij wil te snel, hij jut me op. De eerste keer drukte ik te snel op de groene knop, de tweede keer wist ik niet waar of ik gebleven was omdat er een man met haast achter me was komen staan en de derde keer was ik zo zenuwachtig dat ik het scherm niet meer kon zien omdat mijn bril ervan besloeg. De directeur van de bank zei dat het heel vaak voorkomt en dat het heel normaal is, dus dan weet je dat.”

„En nu?”, vroeg ik.

„Nu ben ik mijn paspoort aan het zoeken.”

De volgende dag troffen we elkaar in de Odulphuskerk in Best, waar ik haar lieve achterhoofd op en neer zag schudden op de panfluitmuziek waar haar jongste zus zo van hield. En knikken toen de pastor een bespiegeling hield over het leven na de dood.

„Wanneer het volmaakte komt zal het beperkte verdwijnen.”

Ze was in het zwart en schreed, bijna statig, met een wandelstok achter de kist de kerk uit. In niets de kwetsbare vrouw die ik kende van thuis.

Tijdens de koffie met broodjes na afloop zei ze dat ze vaker was geopereerd dan de meeste van haar broers en zussen, dat ze desondanks iedereen had overleefd en dat dit dus de laatste begrafenis was geweest.

„Leuk om iedereen weer te zien, jammer dat er niemand meer is.”

We zaten even zwijgend naast elkaar, tot ik ontdekte dat ik mijn portemonnee waarschijnlijk in de kerk had laten liggen.

We keken elkaar even aan, lang genoeg om te zien dat ze ervan genoot dat de rollen even omgekeerd waren.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.