Column

Is de waarheid sterk genoeg voor de politiek van vandaag?

De waarheid maakt vrij, beweert een Poolse kunstenaar. De vraag is of die vrijheid niet in vrijblijvendheid ontaardt, schrijft Hubert Smeets.

De kunst van Jacek Adamas beneemt me de adem. Ogenschijnlijk onbeschaamd gebruikt hij voor de tentoonstelling Historiafilia in Warschau de geschiedenis van Auschwitz om de gewone Poolse politiek van nu te belichten. Boven op een hippie-achtig volkswagenbusje heeft hij eenzelfde soort hekwerk gesmeed als driekwart eeuw geleden boven de toegangspoort van het vernietigingskamp hing. Het ‘Arbeit macht frei’ heeft hij echter vervangen door een Russische tekst: ‘Waarheid maakt ons vrij’.

De installatie heet Smolensk Puzzel. Ze refereert aan de vliegramp in 2010 nabij Katyn, toen president Lech Kaczynski en zijn gevolg om het leven kwamen op weg naar een herdenking van de stalinistische massamoord in Katyn op Poolse officieren en intellectuelen in 1940.

Een noodlottig ongeluk, zoals ex-premier Donald Tusk denkt, of een Russisch complot, zoals de huidige leider Jaroslaw Kaczynski beweert? Het meningsverschil splijt Polen. Jacek Adamas roept daarom de waarheid te hulp, met behulp van een ruige beeldspraak. Toch dringt de vraag zich op of zijn tekst wel klopt. Is de waarheid wel zo bevrijdend?

Afgelopen week zijn twee belangrijke getuigen van de Tweede Wereldoorlog overleden: de Franse liberale politica Simone Veil (1927) en de Russische schrijver Daniil Granin (1919). Veil werd in 1944 naar Auschwitz gedeporteerd, maar overleefde. Daniil Granin doorstond de Duitse blokkade van Leningrad, die 900 dagen duurde en een miljoen burgers het leven kostte. Beiden zwegen na 1945 niet. Integendeel. Veil is mede daarom bijgezet in het Panthéon. Granin wordt in Rusland alom gerespecteerd als een cultuurdrager die ver boven het dagelijkse gemurmel uittorende. Maar beklijft hun waarheidsstreven? Niet alleen in Polen, in grote delen van Europa wordt historische waarheidsvinding meer en meer ondergeschikt aan hedendaagse politiek. Ook in Rusland.

Het is deze week precies tachtig jaar geleden dat daar de ‘Grote Terreur’ tegen ‘anti-sovjetelementen’ begon. Op bevel van Jozef Stalin werden in 1937/38 zo’n anderhalf miljoen mensen opgepakt, en 700.000 ter dood veroordeeld.

Zelfs na de oorlog hield het niet op. Daniil Granin was er getuige van. Zelfs de kameraden die tussen 1941 en 1943 de verwoestende blokkade van Leningrad hadden weerstaan, werden een voor een weggezuiverd. „De blokkade van Leningrad ging nog jaren na de oorlog door”, schreef Granin in zijn ontzagwekkende Blokkadeboek, een reconstructie hiervan. Pas met Michail Gorbatsjov kwam er een einde aan dit „onzichtbare, politieke” beleg van Leningrad.

Maar dertig jaar nadat de glasnost de deur naar de waarheid openzette, blijkt het gemoed van de burger zich er alweer voor af te sluiten. Kort voor Daniil Granin stierf, peilde onderzoeksbureau Levada Centrum de mening van Russen over de stalinistische repressie.

Wat bleek? Die waarheid laat meer en meer mensen koud. Het aantal dat de Grote Terreur ‘politiek noodzakelijk en historisch begrijpelijk’ vindt, bleef met 25 procent ongeveer gelijk ten opzichte van 2012. Maar de groep die het een ‘niet te vergoelijken misdaad’ acht, is in vijf jaar gekrompen van 51 naar 39 procent. En het segment dat überhaupt niet weet waarover het gaat, is verdubbeld tot 13 procent. De waarheid is minder sterk dan ze lijkt.

Oost-Europa expert werkt bij kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.