‘Ik stuur deze brief voor als ik de reis niet overleef’

Terugkeerders

Syriëgangers die terug willen, krijgen geen hulp van de regering. Nederland zou meer moeten en kunnen doen, vinden experts. „Een tijdelijk document zou de reis minder gevaarlijk maken.”

Mosul eerder deze week Felipe Dana / AP

Premier Mark Rutte oogstte er bij een verkiezingsdebat in maart 2015 veel verontwaardiging mee. Op de stelling ‘Uitgereisde jihadisten kunnen beter daar sneuvelen dan terugkeren naar Nederland’, gaf hij, als enig politiek leider, een bevestigend antwoord. „Als ik moet kiezen, heb ik liever dat ze in Syrië of Irak sneuvelen”, zei hij. „Want die uitreizigers gaan ernaartoe om er de meest vreselijke aanslagen te plegen. Die mensen komen uiteindelijk ook weer terug om in onze samenleving dat type aanslagen te kunnen toepassen.”

Meer dan twee jaar na het verkiezingsdebat – en vele aanslagen in het Westen verder – is het zover. Een deel van de 140 Nederlandse mannelijke IS-strijders zou de afgelopen maanden zijn gesneuveld in de eindstrijd tegen de terreurorganisatie. In de media circuleren onbevestigde berichten over zo’n veertig Nederlandse doden. De Nederlandse regering steekt geen helpende hand uit naar de uitreizigers om hen terug te brengen en te berechten. Anders dan de politieke opwinding in maart 2015 deed vermoeden, is het beleid van het Nederlandse kabinet betrekkelijk onomstreden. Een meerderheid van de Tweede Kamer steunt de aanpak, en er is nauwelijks discussie over.

Wat weten we van de situatie van de Nederlandse uitreizigers, hoe ziet de Nederlandse aanpak eruit, en hoe gevaarlijk zijn terugkeerders? Een overzicht in vijf vragen.

  1. Wat weten we over de Nederlandse jihadisten in Syrië en Irak?

    In die landen zijn ongeveer 140 volwassen Nederlandse mannen die meevechten met IS of andere jihadistische groeperingen. Daarnaast zijn er tachtig Nederlandse kinderen en zo’n veertig moeders in het strijdgebied. Bronnen zeggen dat velen van hen in en rond steden als Raqqa en Mosul verblijven, waar hevig wordt gevochten. Een van de Syriëgangers, Marouane B. uit Arnhem, liet deze week van zich horen. Hij zei in Raqqa te verblijven en te willen terugkeren naar Nederland. „De oorlog is heel heftig nu hier”, schreef hij. „Ik stuur deze brief voor het geval ik de reis niet overleef.”

    Lees ook een hoofdredactioneel commentaar van NRC: Het blijven onze Syriëgangers

    De kans is groot dat Marouane al voor zijn reis in Raqqa sterft, als hij inderdaad in de hoofdstad van het door IS uitgeroepen kalifaat is. „Buitenlandse strijders die in Raqqa zijn, zullen daar sterven. Dat is de missie”, zei Brett McGurk, speciale gezant van de Amerikaanse president Trump vorige week. McGurk was toen zelf in de buurt van Raqqa.

    Wie elders in Syrië of Irak verkeert, heeft meer kans om te overleven. IS-strijders, dus ook Nederlanders, wijken uit naar het gebied rond Deir al-Zor, naar het Zuid-Westen van Syrië, en in het woestijngebied van de grens met Irak. Daar begon IS ooit.

  2. Wat is het Nederlandse beleid?

    Officieel, en grotendeels ook in de praktijk, doet Nederland niets om Syriëgangers te helpen terug te keren. Althans, zo lang ze in het strijdgebied zitten. Dat geldt voor mannen, vrouwen en kinderen. „Het was een individuele keuze om naar dat gebied uit te reizen”, zegt een woordvoerder van het ministerie van Justitie „en het was een individuele keuze om daar mee te vechten. Nederland heeft geprobeerd te voorkomen dat deze mensen zouden uitreizen. Als ze dat dan toch doen, kunnen wij niets meer voor ze betekenen.”

    Uitreizigers die terug willen naar Nederland, moeten zelfstandig een Nederlands consulaat of ambassade in het gebied (Ankara, Istanbul, Erbil) zien te bereiken. Minder bekend is dat ze „in sommige gevallen”, aldus de NCTV, eerst worden overgedragen aan Turkse of Iraakse autoriteiten (als die de uitreiziger niet al zelf hebben onderschept). Die dragen hen pas enkele weken later over aan Nederland, na de uitreizigers eerst zelf ondervraagd te hebben. De uitreizigers worden onder begeleiding van marechaussees teruggevlogen naar Nederland. Op Schiphol pakt de politie hen op en zet hen gevangen op de terroristenafdeling in Vught, op verdenking van deelname aan een terroristische organisatie. Op deze manier zijn sinds 2013 ongeveer 45 Syriëgangers teruggekeerd; een deel van hen deed dat zonder hulp. De vader van Laura H., die augustus vorig jaar terugkeerde, betaalde 10.000 euro aan schimmige tussenpersonen.

    Sinds begin maart is het mogelijk om het paspoort van uitgereisden in te trekken. Dat kan zonder strafrechtelijke veroordeling vooraf. Ze worden tot ongewenst vreemdeling verklaard. Daarmee wil het kabinet voorkomen dat Syriëgangers legaal kunnen terugreizen naar het Schengengebied. Volgens een woordvoerder van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is de maatregel nog niet toegepast. Hij geldt sowieso alleen voor mensen met een dubbel paspoort, zoals Marokkaanse en Turkse Nederlanders. Het afnemen van een paspoort van Nederlanders zou hen stateloos maken. Dat mag niet volgens internationale verdragen.

  3. Wat zou Nederland kunnen doen? Het is daar toch oorlog?

    Peter Wijninga van het The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) zegt dat de Nederlandse overheid „gerichte voorlichtingscampagnes via Facebook kan organiseren hoe men langs relatief veilige routes en grensovergangen het strijdgebied kan verlaten”. Dat zou ook de tachtig kinderen kunnen helpen die daar zitten. Nederland beschouwt dit soort voorlichting echter als militaire informatie die strijders ook kunnen gebruiken.

    Advocaat André Seebregts vindt dat de overheid veel actiever tijdelijke documenten beschikbaar zou kunnen stellen aan terugkeerders die zich bijvoorbeeld aan de Syrisch-Turkse grens melden. „Dat zou hun reis richting Ankara of Istanbul een stuk minder gevaarlijk maken.”

    Ook stelt hij vraagtekens bij de samenwerking met de Turken gezien de huidige spanningen in het land. „Waarom worden mensen die zich melden bij een consulaat, eerst overgedragen aan de Turkse autoriteiten? Zeker in deze tijd weet je dan niet wat er daar gebeurt.”

    Er zijn twee uitreizigers die nu in Turkije vastzitten en zich daar moeten verantwoorden voor de Turkse rechter, zo bevestigt Buitenlandse Zaken. Eén is Reda Nidalha, die eerder door de BBC werd geïnterviewd in een heropvoedingskamp van Syrische rebellen.

  4. Pakken andere landen hun uitreizigers anders aan?

    Nee. Onderzoekers van de Universiteit Leiden lieten deze week een grote gelijkenis zien in hun rapport Persoonsgerichte aanpak Syrië/Irakgangers. Met terrorisme-expert Edwin Bakker maakten zij een vergelijking van de aanpak in Nederland, België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de VS. Geen enkel land helpt, voor zover bekend, jihadisten actief om Syrië of Irak te verlaten.

    Bij het uitschakelen van jihadisten zijn er wel verschillen. Bekend is dat commando’s van de VS en het Verenigd Koninkrijk actief jagen op jihadisten uit die landen. Door hen te doden willen ze voorkomen dat ze in hun thuisland aanslagen kunnen plegen. Franse vliegtuigen schakelden met gerichte bombardementen medeplichtigen aan de aanslagen in Parijs uit. Voor zover bekend doet Nederland niet aan ‘targeted killing’.

  5. Klopt het wat Rutte zei, dat uitreizigers terugkeren om hier aanslagen te plegen?

    De rechter lijkt daar anders tegenaan te kijken. Van de ongeveer 45 terugkeerders, zijn drie veroordeeld voor deelname aan een terroristische organisatie, wees een inventarisatie uit door het tv-progamma Brandpunt in februari. „Van 25 personen weten we zeker dat ze niet zijn of worden vervolgd”, aldus Brandpunt. Die lopen vrij rond. Ondanks herhaalde vragen van de Tweede Kamer doet het kabinet over deze aantallen geen mededelingen. De uitreizigers die proberen terug te komen, zeggen dat te doen uit teleurstelling en willen hun leven weer oppakken. Om er zeker van te zijn dat ze geen aanslagen willen plegen, worden ze na terugkeer vastgezet en lang onderzocht.

De uitreizigers die proberen terug te komen, zeggen dat te doen uit teleurstelling

Raadsman Seebregts zegt tegen NRC „de laatste maanden vier à vijf personen” in Syrië en Irak te hebben gesproken die vrijwillig terug willen naar Nederland, van wie een met zijn gezin. „Ze zagen het daar niet meer zitten”, vertelt Seebregts. „Het OM zei echter dat Nederland niets voor ze kan doen.”

De rol van terugkeerders bij het plegen van aanslagen in het Westen lijkt kleiner geworden. Nu er beter wordt gecontroleerd aan de buitengrenzen van de Europese Unie en overheden beter samenwerken, groeit het aandeel zogenoemde homegrown-terroristen. De aanslagen van dit jaar, die in Londen (drie keer), Manchester en Stockholm werden gepleegd door thuisblijvers en asielzoekers, niet door teruggekeerde Syriëgangers.

Correctie 08/07/2017 22:07: In een eerdere versie van dit artikel stond dat Peter Wijninga genoemd verbonden is aan Instituut Clingendael. Hij is werkzaam bij het The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS).