Commentaar

Handelsakkoord Pact tussen EU en Japan vult het vacuüm dat Trump achter laat

Opeens is het er: een nieuw vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en Japan. Zeker, wie de vinger aan de pols hield in Brussel wist dat het eraan kwam. Maar voor het grote publiek zal het een verrassing zijn geweest dat de Japanse premier Abe en Europese Commissie-voorzitter Juncker donderdag hun handtekening zetten onder een principe-akkoord over een ‘Economic and Strategic Partnership Agreement’. Japan krijgt onder meer vrije toegang tot de Europese automarkt, Europa kan onder meer zijn landbouw- en voedingsproducten slijten in Japan. Allebei op termijn, overigens.

Het akkoord wordt niet toevallig gepresenteerd aan de vooravond van de G20, in Hamburg, waar de regeringsleiders van de voornaamste actoren in de wereldeconomie samenkomen. Dat signaal is de moeite waard, tussen de dreigende verbrokkeling van de wereldmarkten. De Verenigde Staten zegden onder president Trump het TTP-akkoord met landen rond de Stille Oceaan (exclusief China) af, zetten een soortgelijk TTIP-akkoord met Europa in de ijskast en trekken langzaam het garen uit het NAFTA-akkoord met Mexico en Canada. Het Verenigd Koninkrijk onderhandelt om een van de diepst geïntegreerde handelsblokken, de Europese Unie te verlaten.

Het kan zijn dat het Japans-Europese vrijhandelsakkoord op weinig weerstand stuit omdat het bewust onder de radar van de publieke opinie is gehouden. Maar het is even goed mogelijk dat een deel van het Europese publiek vrijhandel is gaan herwaarderen, nu het concreet zicht krijgt op het alternatief. Zie ook de twijfel bij de Brexit-stemmer in het Verenigd Koninkrijk nu de gevolgen duidelijk worden.

Hoe dan ook is er door twijfel over de Amerikaanse betrokkenheid bij het systeem van open wereldhandel, dat het zelf na 1945 goeddeels heeft vormgegeven, een vacuüm ontstaan. Dat andere handelsmachten, waaronder ook China, nu het initiatief nemen is positief – ook al zal dat niet altijd uit altruïstische motieven zijn.

Regionale en bilaterale akkoorden, zijn niet ideaal, maar met het wegvallen van het multilateralisme in de wereldhandel zijn er geen alternatieven. De laatste mondiale poging, de Doha-ronde, begon in 2001, en is grotendeels mislukt.

Voorkomen dat de wereldhandel verbrokkelt is op dit moment al heel wat. En elk groot akkoord dat zelfs vooruitgang brengt is welkom. Het is altijd beter dan de unilaterale koers die nu door de Verenigde Staten wordt gevaren. Het idee in de regering-Trump dat handel een spel is, waarbij de winst van de een het verlies is van de ander, is simpel en misplaatst.