Interview

‘Giovanni, als je écht had gewild, was je hier geweest’

Als aanvoerster van de Nederlandse volleybalvrouwen heeft Maret Balkestein-Grothues zich zwaar verzet tegen het vertrek van succescoach Giovanni Guidetti. Vergeefs. Diens opvolger, de Amerikaan Jamie Morrison, is zijn tegenpool. „En dat is een behoorlijke cultuurschok.”

Maret Balkestein-Grothues snapt dat Giovanni Guidetti vaker bij zijn dochter wil zijn. „Maar dan moet je niet de Turkse nationale ploeg gaan trainen. Dan ben je nog veel van huis.” Foto Merlijn Doomernik

’Onzin!” Duidelijke taal van Maret Balkestein-Grothues. Ze reageert snel en afgemeten op de stelling dat het Nederlands vrouwenvolleybalteam niet zonder Giovanni Guidetti kan. Haar samengevatte gevoelens over dat axioma: kletskoek.
Verklaar je nader aanvoerder. Jij was de speelster die de bondscoach rond Kerst probeerde van zijn onzalige plan af te houden om contractbreuk te plegen. Jij kwam met oplossingen om Guidetti hoe dan ook voor het Nederlands team te behouden. Jij bespeelde zijn gevoelens, nam hem in een emotionele houdgreep. Jij smeekte de Italiaan, nog net niet op de knieën, om te blijven. Een aanvoerder die haar trainer het liefst met een lasso had teruggetrokken naar Nederland wil toch niet van hem af?
„Nee, natuurlijk niet”, verzucht Balkestein-Grothues, „maar als hij echt niet wil, is het klaar. Zijn vertrek is een fikse aderlating, maar het is onzin dat we niet zonder Guidetti kunnen.”

Cultuurschok

De koning is dood. Leve de nieuwe koning. Zijn naam: Jamie Morrison, Amerikaan, de vleesgeworden rust en daarmee de antipode van vulkaan Guidetti. Maar na twee jaar assistentschap bij Guidetti’s Turkse club Vakifbank is hij tot op zekere hoogte wel diens leerling. Morrison werd ook voorgedragen door de Italiaan. „Qua volleybal is er helemaal niets veranderd”, meldt de 28-jarige Balkestein-Grothues na twee maanden wederzijds snuffelen. „Maar er staat wel een compleet andere, uitgesproken rustige persoon voor de groep. Ja, dat is een behoorlijke cultuurschok.” En dan grijnzend: „De energie moet nu uit het team komen.”
Nog even terug naar december 2016, toen Balkestein-Grothues door Guidetti in vertrouwen werd genomen over zijn voorgenomen vertrek, nota bene nadat de bondscoach vier maanden eerder zijn contract met de Nederlandse volleybalbond Nevobo tot en met de Olympische Spelen van 2020 in Tokio had verlengd. Belangrijkste beweegreden: net vader geworden van een dochter wilde hij vaker thuis zijn, in Istanbul bij zijn echtgenote, een voormalige Turkse international. De aanvoerder van het Nederlands team was stupéfait. Was de sprong naar de wereldtop met EK-zilver en een vierde plaats op de Spelen bijna voltooid, vertrekt de architect en grote inspirator. Haar instinctieve reflex: dat mag niet gebeuren.

Balkestein-Grothues kwam met voorstellen. Het team kon voor trainingskampen wel naar Istanbul komen. En voor trainingsweken in Nederland was er toch wel een tijdelijk huurhuis te vinden waarin hij met vrouw en kind kon verblijven? „Als Guidetti had gewild, had hij kunnen blijven”, is de aanvoerder stellig. „Hoewel ik geen moedergevoelens ken, snap ik zijn beweegreden. Maar hij gaat wel de Turkse vrouwenploeg coachen. Dan kun je eigenlijk ook niet naar grote toernooien met het Turkse team? Dan ben je ook vaak van huis. Over hoeveel effectieve trainingsweken in Istanbul praat je dan? Vier, vijf, dan houdt het wel op. Voor zo’n korte periode zou in Nederland toch ook een regeling getroffen kunnen worden? De oplossing wás er gewoon, daar ben ik van overtuigd. Ik denk nog steeds: Giovanni, als je écht had gewild, was je hier geweest.”

Ongemakkelijk contact

Ja, ze heeft Guidetti nadien nog wel een paar keer gesproken en gewhatsappt. „De eerste keer was ons contact wat ongemakkelijk”, typeert Balkestein-Grothues de gevoeligheid. „Hij vertelde ook over een droom; dat-ie Laura Dijkema, Robin de Kruijf en mij tijdens een toernooi in de lift was tegengekomen, ‘hoi’ had gezegd en wij onze hoofden hadden afgewend. Haha, de breuk zit hem toch niet helemaal lekker, dat bleek wel. Wel goed voor het team overigens, dat het in december gebeurde en niet in mei als je weer bij elkaar komt. Iedereen kon de tegenslag rustig verwerken. Het hoofdstuk Guidetti is afgesloten, ja. We hebben het nog wel eens over die tijd, maar niet in de zin van ‘o, wat missen we hem’, totaal niet. En als we ooit tegen Turkije spelen? Man, wat hoop ik dat we elkaar straks in de EK-finale tegenkomen. Dan hebben alle speelsters een houding van, ja, hoe zal ik dat zeggen… van: laat ze maar komen.”

Het komt wel goed onder Morrison, bezweert Balkestein-Grothues, die vooral van diens Amerikaanse sportmentaliteit hoopt te profiteren. „Wij Nederlanders zijn nog wel eens van: o, als het maar goed gaat, terwijl onze houding zou moeten zijn: ik kan het, kom maar op. Elke keer als ik tegenover die Amerikaanse meiden sta, denk ik: hoe komen ze toch aan zoveel zelfvertrouwen? Daar kunnen wij nog van leren. Is bij ons nog wel een puntje. Spelen we een mooi toernooi, verliezen we die laatste wedstrijd. Die killersmentaliteit op beslissende momenten komen we tekort. Tijdens de Olympische Spelen in Rio om de bronzen medaille tegen Amerika komt in de beslissende fase een pass op het net en slaan we de bal uit. Weet je, dat mag niet voorkomen. Bij toplanden gebeurt zoiets niet.”

Paar keer flink genaaid

De zelfverzekerdheid van Balkestein-Grothues weerspiegelde zich nog niet in de eerste test onder Morrison: het WK-kwalificatietoernooi in Azerbajdzjan, ruim een maand geleden. Nederland verloor in Baku opnieuw een finale, deze keer van het thuisland, en moet op een tweede toernooi – „gelukkig in Rotterdam, want die lijn- en scheidsrechters in Baku, pff, we zijn een paar keer flink genaaid” – alsnog plaatsing voor het WK van volgend jaar in Japan afdwingen. Een tegenvaller en een ongewenste, extra wedstrijdweek in de overvolle agenda. En een signaal van het gemis aan Guidetti? Onzin, herhaalt Balkestein-Grothues. „We waren nog maar een week bij elkaar geweest en de geblesseerde Lonneke Sloëtjes kon niet volledig spelen. Intussen is ze aan haar knie geopereerd. Dat en het vertrek van Quinta Steenbergen, die zwanger is, en de sabbatical van Judith Pietersen betekenen dat het team een nieuwe dynamiek moet vinden. Dat toernooi kwam voor ons net een week te vroeg. We merken op de training dat het niveau omhoog gaat. We hebben de stijgende lijn te pakken.”
Balkestein-Grothues, sinds 2014 echtgenote van de voormalige hockeyinternational Marcel Balkestein (die op de Olympische Spelen van 2012 in Londen de zilver medaille won), is een grote dame in het Nederlands volleybalteam. Vanwege haar oerdegelijke pass, haar sterke verdediging, haar snelle linker slagarm, haar sprongkracht, haar spelinzicht, maar vooral vanwege haar vechtersmentaliteit. Letterlijk is ze allesbehalve groot, eigenlijk met een lengte van ‘slechts’ 1.80 meter aan de kleine kant. ‘Jij zult nooit het Nederlands team halen’, kreeg de geboren Almelose ooit te horen. Moet je net bij Balkestein-Grothues zijn. Zo’n opmerking stimuleert haar ongekende bewijsdrang, die tien jaar geleden werd herkend door de toenmalige bondscoach Avital Selinger. Hij haalde de ‘kleine’ Twentse naar de nationale ploeg, waaruit ze sindsdien niet is verdwenen. „Wat niet wegneemt dat ik graag vier, vijf centimeter langer was geweest. Wel zo makkelijk in de blokkering”, zegt ze met gevoel voor de realiteit.

Lullig gevoeld met enkel in het gips

Ze is onverzettelijk, om niet te zeggen taai, op het weerbarstige af, zoals bleek tijdens de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, waar Balkestein-Grothues na een zware enkelblessure het uitdrukkelijke doktersadvies negeerde en de laatste vier wedstrijden ‘gewoon’ speelde, weliswaar alleen om te passen en te verdedigen in het achterveld, maar toch. „Ja, hallo, ik stond voor het eerst op de Olympische Spelen en je weet nooit of er een volgende keer komt. Dat wilde ik me onder geen beding laten afnemen. En als je het team op een of andere manier kunt helpen, waarom niet? Ja, die drang was sterker dan de verantwoording voor mijn lichaam. Of ik het weer zou doen? Op de Olympische Spelen zeker. Op een WK? Mmm, moeilijk, moeilijk. Ik ben blij dat ik het gedaan heb, want ik had me ontzettend lullig gevoeld als mijn enkel in het gips was gezet.”
Wat niet wegneemt dat Balkestein-Grothues de slijtage voelt toenemen. Sluipenderwijs nemen de pijntjes toe, vooral in de zwaar belaste en door kraakbeenschade gekwelde knieën. Die laat ze twee keer per maand injecteren met de lichaamseigen suiker hyalonzuur – vorige week net weer gebeurd. „Oliet het gewricht weer lekker”, zegt ze met een houding alsof het de normaalste zaak van de wereld is. „Werkt niet bij alle sporters, maar wel bij mij. Ja, best lastig dat mijn lichaam begint te protesteren. Zijn allemaal van die kleine pijntjes, maar ik voel dat de beperkingen toenemen. Ik ga steeds minder vaak naar het café, blijf steeds langer op de bank hangen en weet vaak niet hoe ik wakker word. Kan ik voluit trainen of moet ik wat rustiger aan doen?”
Maar de Olympische Spelen van Tokio, in 2020, acht Balkestein-Grothues haalbaar. Om een medaille te winnen. De plak die haar echtgenote wel heeft en die haar daar regelmatig mee plaagt. Met andere woorden: dat moet maar eens afgelopen zijn.