Column

George

Ik heb de beste man al zeker sinds februari niet meer gezien, maar we bellen wel regelmatig. Laatst nog. Toen herinnerde hij mij er heuglijk in het Ghanees aan dat ik ooit een spermatozoïde in zijn balzak was. Maar goed ook, want dat was ik bijna vergeten. Over dat bellen gesproken; ik bel hem. Hij mij nauwelijks. De laatste keer dat hij zei dat hij mij terug zou bellen was vlak voor de verloren finale van Ajax tegen Manchester United. Daar zat ik dan, een volwassen man, alleen in de woonkamer met het voetbal aan, maar behoorlijk kinderlijk aan het wachten op de deurbel of op mijn zojuist ingestelde beltoon van Childish Gambino. Onverbitterd bleef ik hoopvol. Maar uiteindelijk verloor ik het van mijn hoop.

Enfin, maak kennis met George. Mijn papa. Hij kreeg mij toen hij 28 jaar was. Omdat ik geboren ben op 6 maart, de onafhankelijkheidsdag van Ghana, en wij in de jaren negentig regelmatig de Ghanese secretaris-generaal van de VN Kofi Annan op televisie zagen, droomde mijn vader ervan dat ik ooit president van Ghana zou worden. Ooit droomde ik dat ook.

Bijna al mijn familieleden spreken over mijn vader, hun Uncle George, als een legendarische goedzak. Alsof hij de ongenaakbare protagonist is uit een blaxploitation film. Mijn neef BJ uit de Verenigde Staten zegt dat mijn vader altijd in is voor gezelligheid, en dat hij altijd zo goed kan praten met mijn ouweheer. Nichtje Molly uit Amsterdam heeft op haar beurt sterke bewondering voor mijn vader vanwege zijn striktheid, humor en vele wijsheden. Ze roemt hem en noemt hem een vaderfiguur. Puur omdat zij nooit zo iemand heeft gehad in haar leven. Terwijl ik vaak niet tot hem doordring, en mijn vader soms mijlenver weg lijkt te zijn.

Later die avond belde hij me terug. Eerlijk gezegd voelde ik mij te trots hem te bellen

Komt het door de vroegere angst voor mijn vaders driftbuien? Of eerder doordat wij elkaar eigenlijk niet zo goed kennen? Maar hoe in hemelsnaam kun je degene die je heeft opgevoed niet kennen? Mijn ouders waren tot acht jaar geleden samen. En sinds de breuk zie ik vooral mijn vader minder.

Later die avond werd ik eindelijk door mijn vader gebeld. Eerlijk gezegd voelde ik mij iets te trots om hem te bellen. We hadden het over van alles en nog veel meer. We lachten. Ik vroeg hem wanneer hij weer eens langskwam.

Hij vroeg: „Akwasi, wat doe je nu eigenlijk allemaal?” En toen drong het tot mij door. Ik ben hem en hij is mij. Er was iets in zijn stem dat klonk als de mijne. We praten niet veel, maar zouden dat gewoon meer moeten doen. Zijn humor heb ik. Dat weet ik zeker. Zijn lach ook. Maar ook zijn koppigheid heb ik geërfd.

Lees ook het interview met Akwasi: ‘Ik eet en leef als een kampioen’

Ik zou graag tegen hem willen zeggen dat ik hem mis, voordat het straks te laat is.

En ik realiseer me dat ondanks zijn tekortkomingen, ik mezelf geen betere vader kan wensen. Hij heeft mij gevormd. Mijn drive heb ik van hem. Mocht ik zelf ook ooit een zoon of dochter krijgen, gaat het roer wel een beetje om. Meer tijd samen besteden. Dat lijkt mij het meest kostbare. Tot die tijd blijf ik onderweg, en zeker stuurvast richting… Tja, richting wat? Richting morgen. Dan zoek ik hem op.

Akwasi Ansah (@Antonkarel) vervangt in de zomer Georgina Verbaan.