Experts: Nederland moet IS’ers helpen bij terugkeer

Terugkeerders

Nu de eindstrijd tegen terreurorganisatie IS nadert, moet Nederland meer doen om spijtoptanten terug te brengen, vinden experts.

Mosul, waar druk wordt gevochten, eerder deze week Felipe Dana / AP

Nederland doet te weinig om Syriëgangers en hun gezinnen te helpen het strijdgebied in Syrië en Irak te verlaten. Juist nu een bloedbad aan de gang is in het Syrische Raqqa, zou het kabinet actiever moeten worden, bijvoorbeeld via voorlichtingsbeleid of met administratieve ondersteuning door ambassades. Die kritiek uiten deskundigen op het gebied van terrorisme en veiligheid en advocaten die IS-strijders bijstaan. Edwin Bakker, hoogleraar contra-terrorisme aan de Universiteit Leiden, is het scherpst.

„Nederland geeft nu niet thuis”, zegt hij, „terwijl ons land zich altijd zo graag laat voorstaan op een inclusieve aanpak om met jongerenwerkers en scholen radicaliserende jongeren op het rechte pad te houden. Waarom proberen we niet onze verloren zonen terug te krijgen? Zijn we niet gevoelig meer voor dit soort christelijke reflexen? Nederland, stel je op als winnaar, regel iets voor de verliezers nu het kalifaat instort, en laat ze zich hier voor hun daden tegenover de rechter verantwoorden.”

Ook nu veel Nederlandse IS-gangers in en rond Raqqa en Mosul omkomen – er circuleren getallen van rond de veertig – blijft het beleid ongewijzigd, zegt een woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Dat betekent dat IS-gangers zelf moeten proberen het gebied uit te komen en zich moeten melden bij een Nederlands consulaat of ambassade. Soms worden zij overgedragen aan Turkse of Iraakse autoriteiten voor ondervraging. Twee Nederlandse uitreizigers staan terecht in Turkije, bevestigt het ministerie van Buitenlandse Zaken. Er verblijven zo’n honderdveertig volwassen, mannelijke strijders uit Nederland in het gebied.

Vragen en antwoorden over wat Nederland doet voor terugkeerders: ‘Ik stuur deze brief voor als ik de reis niet overleef’

Veiligheidsexpert Peter Wijninga van het The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) denkt ook dat Nederland meer kan doen. Hij wijst onder meer op de belangen van de ongeveer tachtig kinderen van Nederlandse ouders in het gebied. „Nederland kan gerichte voorlichtingscampagnes via Facebook organiseren hoe men langs relatief veilige routes en grensovergangen het strijdgebied kan verlaten”, zegt hij.

Advocaat André Seebregts, die diverse IS-gangers bijstaat, zegt de afgelopen maanden „vier à vijf” keer vragen te hebben gekregen van uitreizigers die willen terugkeren. Eén van hen is inmiddels terug in Nederland. Hij staat hier terecht, na eerst door de Turken te zijn ondervraagd. Tijdens een proces dat Seebregts eerder voerde namens een uitreiziger, bleek dat de politie chat met uitreizigers om hen ervan te overtuigen het strijdgebied te verlaten. „In dat opzicht is Nederland minder passief dan het lijkt”, zegt de advocaat. Een woordvoerder van justitie bevestigt de chats „met ongeveer drie personen in Irak”.

Correctie 08/07/2017 22:07: In een eerdere versie van dit artikel stond dat Peter Wijninga genoemd verbonden is aan Instituut Clingendael. Hij is werkzaam bij het The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS).