Opinie

Hans Beerekamp gerecenseerd door acht mensen uit de televisiewereld

Hans Beerekamp

Hans Beerekamp stopt na veertien jaar met zijn dagelijkse tv-column in NRC. Acht personen uit de televisiewereld spreken zich uit over de televisiecriticus. Beerekamp schrijft dat een publieke omroep een gemeenschappelijke beleving voor álle Nederlanders kan en moet bieden.

Tekening Gijs Kast

Probeer het iemand van onder de twintig maar eens uit te leggen. Waarom zou je naar een serie, debat, documentaire of natuurfilm moeten kijken op een moment dat je niet zelf hebt gekozen, maar dat de zender voor je heeft vastgesteld? En waarom maar één aflevering per week?

Ik kan me een paar argumenten van een ouderwetse (‘lineaire’, heet dat) tv-kijker voorstellen, waar een jongere misschien nog enig begrip voor zou kunnen opbrengen. Luiheid bijvoorbeeld, omdat je na een dag hard werken gewoon op de bank wil liggen en consumeren wat de pot schaft. Of omdat het voor een samenleving wel nuttig is als een groot deel van de mensen hetzelfde bekijkt op een avond. Het komt niet vaak voor dat een gesprek bij de koffieautomaat gaat over een de vorige dag aan YouTube toegevoegde video: op dit moment in de hele wereld zo’n vierhonderd uur per minuut.

Lees een portret over Hans Beerekamp uit 2015: De nachtwaker van de Nederlandse televisie

Die lineaire televisie is in Nederland nog steeds goed voor het grootste deel van de thuisbeeldconsumptie, maar die loopt terug en andere bronnen groeien als kool, vooral bij consumenten onder de dertig. Maar toch blijft dat kampvuur waar we vroeger allemaal omheen zaten ons fascineren. Wie die avond iets anders deed, desnoods een stukje verder op hetzelfde strand, wil toch achteraf horen wat hij gemist heeft, welke liedjes er gezongen werden en wie er met wie flirtte.

Er zijn een paar tv-programma’s die nog voor gemeenschappelijke beleving zorgen: sport- en nieuwsgebeurtenissen, enkele grote shows (The Voice of Holland, Wie Is De Mol?, Boer Zoekt Vrouw, Heel Holland Bakt), de dagelijkse talkshows, vooral DWDD en Pauw of Jinek. Het valt ook aan te raden die niet met vertraging te bekijken, want dan mis je de ophef op Twitter en loop je kans eerder dan je lief is de afloop te weten te komen door een post op Facebook of Instagram.

Als er nog een toekomst is voor lineaire tv, dan is het voor dat soort programma’s, ons aan elkaar bindende kampvuurtjes. Die moeten aan een aantal eisen voldoen: ze moeten live zijn – of in ieder geval nieuw. Er moet een zekere authenticiteit en geloofwaardigheid aan kleven. En: grote groepen verschillende mensen moeten er door geboeid kunnen worden.

Verswinkels

Live programma’s zijn altijd duurder en lastiger om te maken dan ingeblikte. Maar als de omroepen en zenders zichzelf niet transformeren tot verswinkels, en doorgaan met keer op keer dezelfde diepvriesmaaltijden opdienen, zijn ze ten dode opgeschreven.

Lees ook de laatste Zap van Hans Beerekamp: wat hij wel en niet blijft kijken

Er is nog een probleem, en dat is ons sterk afgenomen vermogen tot bewonderen en verwonderen, nu wij onszelf als het centrum van het universum beschouwen. Bewegend beeld wordt steeds kleiner, letterlijk en figuurlijk. Eerst had je alleen de bioscoop, en dat was bijna een religieuze ervaring. Op z’n minst schrok je je een hoedje als de trein van de gebroeders Lumière recht op je af kwam rijden .

Na een jaar of dertig kwam daar nog geluid bij, plus Technicolor en Cinemascope, maar het gemak van thuis beelden consumeren op een televisiescherm woog daar toch ruimschoots tegenop. De mensen en dingen op dat scherm waren al kleiner dan wijzelf en minder helden dan herkenbare gelijken.

Typische tv-helden vind je in een soap of reality show. Ze lijken wel een beetje op de kijker, zijn wat karikaturaler en extremer, maar niet heel veel. Soms kijken we zelfs een beetje op tv-personages neer en voelen we onszelf net iets beter.

Toen Billy Crystal bij een Oscaruitreiking Lawrence of Arabia op zijn telefoon bekeek, moesten we daar nog om lachen. Maar inmiddels is het heel gewoon om bioscoopfilms op het kleinste scherm te volgen. Je kunt ze ook altijd nog met Apple TV of Chromecast naar je superHD-televisiescherm doorsturen.

Vlooiencircus

Maar ook het soort helden dat je op een smartphone volgt is weer een slagje kleiner. Denk aan de vloggers, die ook met een telefoon in de hand (en dus zonder wisseling van camerastandpunt of overdreven montage-ingrepen) hun huis-tuin-en-keukenavonturen met ons willen delen. Als we straks standaard op horloges of Googlebrillen gaan kijken, dan zullen de personages ook een stukje verder krimpen, misschien wel tot het formaat van een vlooiencircus.

De Nederlandse Publieke Omroep is een restant van de verzuiling, overigens net als de tv-recensent.

Betekent dat nu dat de tv van de toekomst zich steeds kleiner moet maken en zich moet richten op nauwelijks meer met het oog waarneembare reality-helden? Ik denk dat dat vernietigend zou uitpakken.

De Nederlandse Publieke Omroep (NPO) is een restant van de verzuiling, overigens net als de tv-recensent, die het tot in de jaren 80 als zijn voornaamste taak zag om bij voorbeeld zijn katholieke lezers te melden dat ze de vorige avond best hadden mogen lachen om een VARA-programma (of vice versa). Bijna niemand let nu meer op de herkomst van een bepaald programma, al denk ik dat je nog steeds de identiteit van KRO-NCRV kunt ontdekken in Boer Zoekt Vrouw en van BNN-VARA in DWDD.

Maar is dat een legitimatie van het bestaan van een publieke omroep? Die ligt toch eerder in het creëren van gemeenschappelijke beleving voor alle Nederlanders, juist in een tijd van polarisatie en versplintering.

Als er geen verhalen meer zijn die we met z’n allen meegemaakt hebben – en op dat bij uitstek gemeenschappelijke medium van de lineaire televisie een plek hebben kunnen vinden – dan is er geen toekomst meer voor een publieke omroep van en voor iedereen. Maar zover is het gelukkig nog lang niet.

Hans Beerekamp wordt per 1 september opgevolgd door NRC-redacteur Arjen Fortuin

Acht televisiemakers aan het woord

Interviews